Hoofdstuk 5 – Wie debatteert er mee?, versie 0.1

Na een paar marathonscriptiedagen waarbij ik amper buiten ben geweest, heb ik een eerste versie van hoofdstuk 5 geproduceerd. Dit hoofdstuk gaat in op de gevolgen die weblog hebben op het debat in de publieke sfeer zoals Habermas die beschrijft.
Door middel van weblogs zijn burgers in staat om zich weer te mengen in het publieke debat samen met media en politici, waar voorheen het debat in de media een elitaire bezigheid was.Het complete hoofdstuk is hieronder te lezen in de rest van het bericht of in de vorm van een PDF (209 kB). Reacties zijn welkom!

Hoofdstuk 5 – Wie debatteert er mee?

Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur – UniversiteitUtrecht
Versie 0.1: donderdag 7 juli 2005
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geenrechten worden ontleend.

5.1 De noodzaak van debat in politiek proces

Het vorige hoofdstuk ging in op de rol die de nieuwsvoorziening speelt in de relatie tussen politiek, media en burgers. Dit hoofdstuk gaat nader in op de essentiële rol die het debat speelt in deze relatie.

Debatteren is een vorm van communiceren waarbij personen proberen om door middel van argumenten gezamenlijk van gedachte wisselen, meestal met als doel om een oplossing te vinden voor een probleem, of om de andere personen te overtuigen van het eigen gelijk. Naast een debat op concreet niveau dat zich meestal afspeelt in de vorm van een persoonlijke discussie, kan een debat zich ook op een hoger of abstracter niveau afspelen.

Het debat op een hoger niveau wordt doorgaans een maatschappelijk debat genoemd. Zo’n maatschappelijk debat is vaak moeilijk te volgen omdat het zich afspeelt in allerlei verschillende plaatsen in de relatie tussen politici, media en burgers. Dit debat bestaat uit allerlei kleine debatten, waarin wel personen daadwerkelijk met elkaar discussiëren. Deze discussies of concretere debatten spelen zich af in allerlei verschillende plaatsen in de relatie tussen politici, media en burgers.

Besluitvorming
Zoals we al in het tweede hoofdstuk constateerden concentreren de werkzaamheden van een politicus zich rond het komen tot besluitvorming in gevallen waarbij er geen uniforme oplossing voor handen is. Hierbij is een concreet debat een uistekend middel om tot een oplossing te komen om ervoor te zorgen dat er een meerderheid ontstaat rondom een mening, zodat er daadwerkelijk politieke besluitvorming kan plaatsvinden. In een discussie proberen politici elkaar te overtuigen van de juistheid van hun eigen opvattingen.

Concrete voorbeelden hiervan zijn natuurlijk de debatten zoals die plaatsvinden in de Tweede Kamer of de gemeenteraad, maar ook in tal van andere vergaderingen wordt het debat gebruikt om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen om zo tot beslissingen ten aanzien van bestuur te komen.

Terugkoppeling
Naast debatteren om tot besluitvorming te komen, heeft een politicus ook enorm veel om te weten wat er speelt onder de bevolking. Dit zal hij moeten halen uit het maatschappelijke debat, waarin burgers, media en politici onder andere hun mening geven over bestuurlijke zaken. Een recent voorbeeld van een publiek debat is bijvoorbeeld de commotie die in de samenleving in juni 2005 ontstond na het ontsnappen van een potentieel gevaarlijke TBS’er. Zowel politici, als media, als ‘de gewone man op de straat’ bediscussieerden het nieuws, en praatten met elkaar over een oplossing voor deze situatie.

Het is voor een politicus van enorm belang om deze maatschappelijke discussie goed te volgen, hij is immers een vertegenwoordiger van het volk in zowel zijn benoemde als gekozen functie. De maatschappelijke discussie dient op deze manier als een instrument waarmee de bevolking indirect contact kan onderhouden met de politici om door te geven wat er van hen verwacht wordt.

5.2 Filosofie van Habermas

Veel wetenschappers en filosofen hebben zich in de loop van de tijd beziggehouden met de begrippen van debat en discussie. Een van de belangrijkste is de Duitse wetenschapsfilosoof Jürgen Habermas. Habermas heeft een uitgebreid oeuvre geschreven over communicatie op allerlei niveaus. Het gaat hier te ver om uitgebreid in te gaan op zijn complete werk, maar ik zal enkele begrippen uit zijn theorie die belangrijk zijn voor dit hoofdstuk kort bespreken.

Communicatief handelen
Habermas beschrijft in zijn theorie van het communicatieve handelen drie soorten handelen van personen: instrumenteel handelen, strategisch handelen en communicatief handelen. Instrumenteel en strategisch handelen typeert Habermas als handelen waarbij het eigen succes voorop staat, de handelende persoon heeft een bepaald persoonlijk doel. Instrumenteel handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ding, of een object. Een voorbeeld hiervan is het koken van een ei. Strategisch handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ander persoon, oftewel een subject. Bij communicatief handelen gaat het net als bij strategisch handelen wel om sociale interactie, maar niet om het bereiken van eigen succes, maar om het bereiken van overeenstemming met elkaar.

In gevallen waarin het niet zondermeer lukt om overeenstemming te bereiken, dan kunnen de betrokkenen besluiten om de aanspraken die worden gedaan rationeel te toetsen. Dat gebeurt door middel van het rationeel en eerlijk afwegen van argumenten voor en argumenten tegen een bepaalde aanspraak. Dit niveau van communiceren noemt Habermas het discours . Een debat of discussie speelt in de meeste gevallen of in het discours zoals Habermas dat schetst. (Habermas 1981)

Ideale gesprekssituatie
Om de kwaliteit van een debat in een discours te waarborgen zijn er een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Wanneer dit het geval is dat ontstaan volgens Habermas een ideale gesprekssituatie.

  • Ten eerste moeten alle potentiële deelnemers een gelijke kans hebben om een discussie in een discours te beginnen , waarbinnen de aanspraken die gedaan worden in communicatief handelen te toetsen zijn.
  • Ten tweede moeten alle betrokkenen een gelijke kans hebben om inderdaad aan de discussie deel te nemen, hun beweringen en conclusies, verklaringen en interpretaties, ideeën en suggesties, maar ook vragen, twijfels en kritiek moeten gehoord kunnen worden.
  • Ten derde mogen er tussen de betrokkenen geen machtsverschillen bestaan die zouden kunnen verhinderen dat bepaalde argumenten onttrokken worden aan de discussie, of dat ze een onaantastbaar karakter krijgen.
  • Tenslotte moeten alle betrokkenen zich waarachtig tegenover elkaar uiten. Dat betekent dat de betrokkenen eerlijk moeten zijn in hun intenties , zodat uitgesloten kan zijn dat zij elkaar manipuleren en daarmee strategisch handelen in plaats van communicatief handelen. (Kunneman en Keulartz 1985, p. 106)

Pas wanneer er aan alle van deze voorwaarden voldaan wordt, kan er sprake zijn van een kritisch-rationele (eerlijke) discussie in een discours, een discussie waarin alle argumenten rationeel tegen elkaar worden afgewogen. Dit wordt door Habermas communicatieve symmetrie genoemd.

Publieke sfeer
Wanneer we nu een stapje minder abstract denken, dan komen we uit op het niveau van een publieke sfeer, zoals Habermas eerder al had beschreven zijn boek Strukturwandel der Öffentlichkeit (1962)1. Hierin gaat Habermas meer in op de maatschappij dan op abstracte communicatieve theorieën. Hij bespreekt hierin onder andere de totstandkoming van politieke besluitvorming.

Een van de termen die veel voorkomt in het werk van Habermas is de publieke sfeer. Deze sfeer kan zowel een concrete als abstracte ruimte zijn, waarbinnen zich een publiek debat afspeelt en waardoor het publiek, de verzameling van burgers, een publieke mening kunnen vormen. Habermas legt erg veel nadruk op het belang van de publieke sfeer, waarvan hij concrete voorbeelden ziet in de vorm van koffiehuizen in het Europa van de achttiende eeuw. In deze koffiehuizen kwamen burgers bij elkaar om te debatteren over maatschappelijke onderwerpen. Hoewel de teksten van Habermas bekend staan om hun onbegrijpelijkheid en langdradigheid, geeft de volgende quote (vertaald in het Engels, Habermas schreef in het Duits) alle aspecten van de publieke sfeer redelijk eenvoudig weer.

By ‘public sphere’ we mean first of all a domain of our social life in which such a thing as public opinion can be formed. Access to the public sphere open in principle to all citizens. A portion of the public sphere is constituted in every conversation in which private persons come together to form a public. They are then acting neither as business or professional people conducting their private affairs, nor as legal consociates subject to the legal regulations of a state bureaucracy and obligated to obedience. Citizens act as a public when they deal with matters of general interests without being subject to coercion; thus with the guarantee that they may assemble and unite freely, and express and publicize their opinions freely.
(Habermas 1973, p. 92)

Ten eerste dient een publieke sfeer een ‘plaats’ te zijn waar burgers kunnen samen komen om gezamenlijk te komen tot een publieke opinie. Daarin bespreken ze zaken van algemeen belang, of in andere woorden vinden er maatschappelijke discussies plaats. Daarom worden deze maatschappelijke discussies ook wel publieke discussies of publiek debat genoemd.

Habermas stelt een aantal condities aan deze publieke discussies. Ze moeten voldoen aan de regels die Habermas later ging gebruikten om een rationele discussie uit de theorie over het communicatieve handelen aan te duiden. Dat betekent dat er in deze eisen voldaan wordt aan de eisen van een ideale gesprekssituatie. Vertaald naar deze situatie komt dat neer op (1) alle burgers moeten een gelijke kans hebben om een publieke discussie te starten of eraan deel te nemen, (2) burgers moeten niet onderworpen zijn aan machten van buitenaf of zelf die machten opleggen en (3) burgers moeten de onderwerpen van discussie niet beschouwen als private onderwerpen, omdat in die gevallen hun waarachtigheid in twijfel kan worden getrokken, ze kunnen immers strategisch gaan handelen.

5.3 Het publieke debat in de traditionele media

Wat wordt er besproken?
De rol van de media in het politieke proces ie niet alleen om nieuws naar burgers en politici te brengen, maar ook om de inhoud van het publieke debat te verslaan. Maar het kan erg lastig zijn om te bepalen wat nu precies de inhoud is van het publieke debat, om te weten te komen wat er nu precies speelt onder de bevolking. Een voorbeeld hiervan is de verslaggeving rondom de Tweede Kamerverkiezingen van 2002. De media negeerden min of meer de opkomst van Pim Fortuyn, totdat hij bij de gemeenteraadsverkiezingen kort daarvoor een enorme overwinning boekte.

Een optie die de media hebben om te zien wat er leeft in het publieke debat is het doen van onderzoek in de vorm van opiniepeilingen. Hierin worden in een steekproef aan een aantal mensen enquêtevragen voorgelegd. Doordat het onmogelijk is om precies te achterhalen wat van iedereen zijn persoonlijke mening is, zijn deze peilingen niet meer dan een indicatie van wat er speelt onder de burgers. Daarnaast is het natuurlijk altijd de vraag of de onderzoekers wel de juiste vragen stellen om precies te kunnen peilen wat er leeft onder de burgers. Vergeet daarbij ook niet dat een bepaalde vraagstelling zelf in de peiling een gekleurde uitslag tot gevolg kan hebben.

Burgers aan het woord
Naast de algemene, maar abstracte manier van terugkoppeling via onderzoek, heeft ieder medium zijn eigen manieren om de burgers aan het woord de laten in concretere vormen van het debat.

  • Kranten en tijdschriften: Van oudsher zijn kranten en tijdschriften de media van het debat. De bekendste vorm van reacties van lezers zijn de ingezonden brieven die bijna elke krant of tijdschrift regelmatig in zijn uitgave publiceert. Daarnaast bieden kranten die bekend staan om hun opiniërende rol vaak extra ruimte aan interessante opiniestukken die worden ingezonden, vaak komen deze stukken echter wel van publieke interessante figuren. Ook bij de ingezonden brieven is het altijd zo dat de redactie een keuze maakt tussen wat er wel wordt gepubliceerd en wat niet.
  • Radio: Ook de radio heeft een lange traditie op het gebied van reacties van luisteraars. Een aantal programma’s bestaan compleet uit reacties van het publiek op een actueel onderwerp. Het bekendste programma is Stand.nl dat elke dag op Radio 1 wordt uitgezonden. In dat programma kunnen luisteraars live hun reactie geven op de stelling van de dag.
  • Televisie: Op de televisie is een burger slechts minimaal in staat om deel te nemen aan het debat. Uitzonderingen hierop zijn mensen die worden uitgenodigd om deel te nemen aan een debatprogramma zoals het Lagerhuis dat door de VARA werd uitgezonden. Soms worden in een nieuwsuitzending wel eens een poging gedaan om de illusie te wekken dat de burgers kunnen meepraten over een actueel onderwerp. Er staat dan in een winkelstraat een verslaggever die aan willekeurige voorbijgangers vraagt wat ze van een onderwerp vinden. Deelnemen aan een rationeel debat kunnen we dit dan natuurlijk niet noemen.

Vertegenwoordigers aan het woord
Omdat het voor de traditionele media moeilijk, zo niet onmogelijk is om burgers in het debat aan het woord te laten, maken ze vaak gebruik van vertegenwoordigers van de burgers in maatschappelijke organisaties. Het gebruiken van deze vertegenwoordigers is echter niet geheel zonder risico’s. Zo zijn er organisaties waarvan blijkt dat ze toch hun vertegenwoordigende groep niet goed representeren. Een voorbeeld hiervan is het CMO, het Contactorgaan Moslims en Overheid, dat niet door alle moslims wordt erkend als dé representerende organisatie. Daarnaast kunnen er ook meer organisaties zijn die één groep representeren, denk bijvoorbeeld aan de wildgroei van milieuorganisaties als Greenpeace en Milieudefensie.

Door het maken van deze keuzes in hun verslaggeving framen de media het publieke debat dat ze verslaan. Ze kunnen kiezen welke organisatie ze wel aan het woord laten en welke niet. Daarnaast is de opbouw binnen de traditionele media zelf geen afspiegeling van de werkelijkheid. De medewerkers zijn vaak hoger opgeleid en hebben (redelijk) vast werk, terwijl de samenleving ook bestaat uit burgers met een lagere opleiding of met geen (vast) werk.

Het publieke debat wordt door het gebruik van de traditionele media opgesplitst in twee lagen. Onderaan staan de burgers die onderling met elkaar debatteren over onderwerpen die zij belangrijk vinden. Daarboven staat een laag waarin de prominente vertegenwoordigers het debat voeren in de media, waarbij niet altijd de representatie blijkt te kloppen. Omdat politici voor het grootste gedeelte het publieke debat volgen via de media, ze kunnen immers niet anders, kunnen ze een verkeerd beeld krijgen van wat er leeft onder de bevolking. Het beste voorbeeld hiervan is wederom de opkomst van Pim Fortuyn, zoals ik die eerder al besproken heb. De media zagen Pim Fortuyn niet en daardoor zag ook de politiek hem niet aankomen.

5.4 Reageren op een weblog

Weblogs hebben allerlei manieren om feedback van bezoekers en andere bloggers te ontvangen. Van belang hierbij is echter wel het verschil tussen lichte en zware weblogs, zoals ik dat in het derde hoofdstuk heb beschreven. Om het geheugen nog even op te frissen: een licht weblog maakt weinig gebruik van extra mogelijkheden zoals de mogelijkheid om reacties te plaatsen en het aanbieden van een RSS-feed. Een zwaar weblog biedt al deze extra functionaliteiten wel.

Reactiemogelijkheid
In vergelijking met een standaard internetpagina valt op een weblog meteen op dat er voor de bezoekers een mogelijkheid is om te reageren. Voorwaarde is wel dat we het hier hebben over een zwaar weblog, dat de reactiemogelijkheid heeft ingeschakeld. Wanneer dat inderdaad zo is dan kan de bezoeker van de site meepraten over het onderwerp dat de blogger in zijn post heeft aangesneden. Hij kan niet alleen in discussie treden met de eigenaar van het weblog, maar ook met andere bezoekers, waarvan er sommige toevallig eenmalig langskomen, maar waarvan anderen echte stamgasten zijn die regelmatig hun stem laten horen in de commentaren.

Reageren op een weblog is uiterst eenvoudig. Onder elk bericht staat een invulformulier waarin de bezoeker alleen naam, en eventueel e-mailadres of eigen webpagina hoeft in te vullen. Daaronder staat een leeg vak waarin de bezoeker zijn commentaar kwijtkan. Daaronder staat weer een knop waarmee de reactie ingestuurd kan worden. In sommige gevallen worden commentaren eerst gescreend voordat ze online verschijnen, dit kan een discussie aanzienlijk vertragen. In de meeste gevallen echter wordt een reactie meteen geplaatst en heeft de beheerder achteraf de mogelijkheid om ongewenste commentaren, zoals bijvoorbeeld spam, te verwijderen.

Blogosfeer
Naast de mogelijkheid om direct te reageren op een weblogposting is er nog een manier om een discussie te voeren op weblogs. Dat is door zelf op een eigen weblog een bericht te schrijven, waarin je ingaat op het bericht van een collega-weblogger. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de debatten die wetenschappers voeren in wetenschappelijke tijdschriften. Ze reageren in hun artikelen op de artikelen van andere wetenschappers en treden daarmee in schriftelijke vorm in discussie.

Weblogs bieden voor deze discussies enkele extra mogelijkheden. Ten eerste is het in de blogosfeer gebruikelijk dat een schrijver linkt naar zijn bron of naar het bericht waar hij de discussie mee aangaat. De schrijver van het bericht waarop gereageerd wordt kan in zijn statistieken zien waar zijn bezoekers vandaan komen en ziet op die manier dat er iemand op een ander weblog reageert op zijn werk.

Een makkelijkere manier om te verwijzen is door middel van een trackback. Met deze techniek kan de schrijver van een weblogbericht in reactie op een ander weblog meteen aan de schrijver van het eerste bericht laten zien dat hij een reageert op zijn weblog. Er verschijnt dat onder het eerste bericht een melding dat een ander weblog een reactie heeft geschreven. Op die manier kunnen ook bezoekers zien hoe zich tussen weblogs onderling discussies afspelen.

5.5 De ideale gesprekssituatie in de media

Traditionele media
Wanneer we nu de beschrijvingen van het publieke debat in de traditionele media vergelijken met de eisen die Habermas stelt aan een eerlijk publiek debat, dan zien we meteen dat niet aan de voorwaarden voldaan wordt. Ten eerste hebben burgers niet allemaal gelijke toegang tot het publieke debat in de media, deze discussies worden meestal gevoerd door personen uit een ‘elite’ van vertegenwoordigers uit maatschappelijke organisaties.

Daarnaast bestaan in gevallen waarbij burgers wel rechtstreeks kunnen reageren (ingezonden brief, inbellen in radioprogramma) er grondige machtsverschillen tussen de reagerende burgers en de redacties van kranten en programma’s. Zij hebben immers de macht om een bepaalde reactie niet te plaatsen of uit te zenden. De programmamakers hebben grote invloed om te bepalen wat ‘het gesprek van de dag’ is en bepalen daarmee voor een groot deel de inhoud van het publieke debat.

Tenslotte is de eis van waarachtigheid moeilijk te toetsen in zowel directe communicatie in een concrete discussie, maar ook in een debat in de traditionele media. In directe communicatie kan nog gebruik worden gemaakt van de extra signalen die iedereen bedoeld of onbedoeld uit. Denk bijvoorbeeld aan een zenuwachtige stem of aan een slappe handdruk. In een uiting in de traditionele media worden dit soort zaken meestal gefilterd waardoor het moeilijk is om te zien of iemand waarachtig handelt of niet.

Habermas over weblogs
Elmine Wijnia onderzocht voor haar afstudeerscriptie Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie (2004) of de ideale gesprekssituatie van Habermas toepasbaar is op weblogs. In een uitgebreide analyse bespreekt ze de eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie en toetst ze deze aan de situatie in weblogs. Ik zal hieronder in een korte samenvatting haar bevindingen weergeven.

Op het gebied van de eerste eis van Habermas voor een ideale gesprekssituatie, de gelijke toegang van burgers, stelt Wijnia dat hoewel nog niet iedereen toegang heeft tot het internet de toegankelijkheid hoog is. Omdat een weblog met haar berichten letterlijk altijd beschikbaar is, kan een bezoeker altijd op een weblog in discussie. Dit is fundamenteel anders in vergelijking tot een face-to-facegesprek waarbij de personen op dezelfde tijd en plek aanwezig moeten zijn om te discussiëren.

Wanneer een groep mensen bij elkaar komt in een afgesloten ruimte, bijvoorbeeld een vergaderzaal, is het niet mogelijk voor buitenstaanders om te achterhalen waar precies over gesproken wordt. Op het internet is het wel mogelijk om gesprekken ‘mee te luisteren’. Door de openbaarheid van de meeste pagina’s op het internet is het mogelijk om mee te lezen met de uitingen van anderen.
(Wijnia 2004, p. 48)

De eis van Habermas dat er geen machtsverschillen tussen personen mag bestaan kan een bedreiging vormen voor de ideale gesprekssituatie voor weblogs. Een weblog is namelijk altijd het ‘eigendom’ van de blogger, de schrijver van de berichten. Hij is in staat om reacties van anderen te verwijderen. Wijnia stelt echter dat deze machtsverhouding ook wederkerig is. Omdat iedereen kan publiceren op het internet via de weblogs, denk aan de gratis weblogdiensten, is iedereen in staat om onbehoorlijk gedrag van anderen aan de kaak te stellen in een weblog. Door de weblogdiensten is het immers een eitje om zelf een weblog te beginnen en zich te mengen in de discussies die in de blogosfeer plaatsvinden.

Daarbovenop zorgt de gemeenschap van vaste reageerders ervoor dat een blogger niet over de schreef gaat in zijn macht. Hoewel ze natuurlijk niks kunnen doen aan het verwijderen van reacties, kunnen ze wel massaal protest aantekenen tegen de gang van zaken en desnoods en masse het weblog verlaten en op een ander weblog de discussie voortzetten.

Een voorbeeld hiervan is te beroering die ontstond onder de reageerders van Retecool 2 toen Reet, de eigenaar van het weblog een eerder geplaatst bericht verwijderde. In de andere posts werd luid het ongenoegen kenbaar gemaakt over het verwijderen van het bericht. De reageerders (op Retecool reaguurders genoemd) ondernamen een ludieke actie en spraken nog dagen over topicide. 3

Tenslotte kan ook de eis van waarachtigheid – net als bij de traditionele media – problemen veroorzaken. Het internet is immers bij uitstek een medium voor personen om zich anders voor te doen dan ze werkelijk zijn. Dat personen daartoe ook werkelijk in staat zijn, bleek al uit onderzoek van Turkle (1995) uit de begin tijd van het internet. Aan de andere kant kan deze anonimiteit ook een kans zijn voor maatschappelijk ondergewaardeerde groepen waaronder bijvoorbeeld allochtonen.

Wijnia stelt in haar onderzoek dat de waarachtigheid van personen kan worden vastgehouden mits er genoeg context wordt gegeven. Op basis van deze context kunnen personen een inschatting maken over de waarachtigheid van een persoon, net zoals je dat in face-to-facecommunicatie zou doen. Deze context kan bestaan uit allerlei informatie over de persoon. De meeste weblogs hebben een pagina waarop de blogger iets meer vertelt over zichzelf, zijn werkzaamheden en zijn vrijetijdsbestedingen. Ook wanneer een reageerder niet linkt naar een eigen pagina, dan is er meestal nog genoeg informatie te vinden in het eeuwige geheugen van het internet. Tenslotte denk ik dat de personen die in discussie aangaan op een weblog zelf heel goed in staat zijn om aan de hand van de inhoud van een reactie de waarachtigheid in te schatten, daarbij speelt ook de anonimiteit van een persoon mee. Hoe onduidelijker de waarachtigheid van een persoon, des te minder waarde wordt er gehecht aan zijn reactie.

5.6 De blogosfeer als nieuwe publieke sfeer

De kloof overbruggen
Aan de hand van de filosofie van Habermas zien we waarom er een kloof ontstaan is tussen het ‘echte’ publieke debat dat door de burgers gevoerd wordt en een semi-publiek debat zoals dat wordt gevoerd in de traditionele media. Het debat in de traditionele media is niet gelijkwaardig toegankelijk voor alle burgers en hebben de redacteuren van de media te veel macht waarmee ze een gelijkwaardige discussie verstoren. Weblogs kunnen veel beter voldoen aan de eisen van Habermas voor een ideale gesprekssituatie. Hierdoor kan de kloof die ontstaan is tussen de burgers aan de ene kant en de elite van traditionele media en vertegenwoordigers (waaronder politici) overbrugt worden. Op een zwaar weblog kan immers iedereen met elkaar in debat treden, niet alleen de ‘gewone’ burgers, maar ook de vertegenwoordigers van deze burgers, inclusief politici kunnen meedoen aan een debat dat zich ontspint in de blogosfeer. Hierdoor onstaat er weer één publieke sfeer zoals Habermas die beschrijft. Daarin kunnen ook de burgers weer onbeperkt meedoen door te reageren op weblogs of door er zelf een te beginnen

Een voorbeeld hiervan is het debat dat ontstond op het weblog Sargasso 4 in de aanloop naar het referendum over de Europese grondwet. Hier besprak blogger Steeph elke dag een stukje van deze grondwet om elke bezoeker inzicht te kunnen geven of hij op basis van zijn persoonlijke instellen voor of tegen zou moeten stemmen. De discussies die elke dag volgende op stukjes uit de grondwet waren een verademing. In de traditionele regende het programma’s en spotjes waarin zonder enige argumentatie, of zelfs met foute argumentatie werd opgeroepen om voor of tegen te stemmen, Sargasso bood min of meer een oase van rust waarbinnen eens rustig en grondig naar de grondwet werd gekeken.

Ketens van koffiehuizen
De manier waarop een discussie zich verspreid over verschillende weblogs geeft zelfs een beter voorbeeld van een publieke sfeer dan de oude metafoor van de achttiende-eeuwse koffiehuizen zoals Habermas en anderen die gebruiken. Bas Schutte ziet de blogosfeer in zijn afstudeerscriptie The Scanning Crowd (2005) juist eerder al ketens van koffiehuizen waarbinnen discussies door middel van technieken als trackbacks, permalinks en blogrolls zich razendsnel kunnen verspreiden.

Waar Hiler en Reynolds de blogosphere zien als een ‘intercontinental coffee house’ waar de weblogs bij elkaar komen, zie ik de blogosphere als een keten van koffiehuizen waar alles gebeurt. Juist door functies van de weblog, zoals de trackback, permalink en blogroll, ontstaan op meerdere plaatsen discussies en gaan nieuwe roddels als een lopend vuurtje door de blogosphere.
Door deze ‘public sphere’, waarin koffiehuizen centraal stonden door hun sociaal en communicatieve functie, kwam een nieuwe generatie denkers, artiesten en zakenlieden bijeen. Wanneer dit gekoppeld wordt aan de vergelijking met de blogosphere, zijn weblogs een keten van virtuele koffiehuizen van de 21e eeuw, waarin politieke, culturele en nieuwswaardige informatie centraal staat en waarover gesproken en gediscussieerd wordt.
(Schutte 2005, p. 60)

Het volgende hoofdstuk gaat nader in op de manier waarop weblogs onder andere door de debatten een online gemeenschap vormen en welke gevolgen dat kan hebben voor de politiek.

Literatuur in dit hoofdstuk

Habermas, Jürgen. Strukturwandel Der Öffentlichkeit. 1962. The Structural Transformation of the Public Sphere. Cambridge , USA: The MIT Press, 1989.

Habermas, Jürgen. “Öffentlichkeit.” Kultur und Kritik. 1973. “The Public Sphere.” Media Studies: A Reader. Ed. Paul Marris en Sue Thornham. Edinburgh: Edinburgh University Press, 1999.

Habermas, Jürgen. Theorie des Kommunikativen Handelns. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1981.

Kunneman, Harry en Jozef Keulartz. Rondom Habermas. Amsterdam: Boom, 1985.

Schutte, Bas. The Scanning Crowd. 14 maart 2005. http://www.basschutte.nl/scriptie_thescanningcrowd_bas_schutte_2005.pdf, 6 juli 2005

Wijnia, Elmine. Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie. 26 augustus 2004. http://elmine.wijnia.com/weblog/archives/scriptie_elminewijnia.pdf, 6 juli 2005.

Voetnoten

  1. Dit werk is pas in 1989 in het Engels uitgegeven onder de naam The Structural Transformation of the Public Sphere en is toen pas binnen de academische wereld ‘herontdekt’ als een interessant werk.
  2. The Amazing Retecool http://www.retecool.com (6 juli 2005)
  3. Retecool Wiki NL – Topicmoord http://wiki.retecool.com/index.php/Topicmoord (6 juli 2005)
  4. Sargasso http://www.sargasso.nl (6 juli 2005)
4 comments
  1. De manier waarop een discussie zich verspreid -> verspreidt dus.
    Bedankt verder, interessante scriptie – je verricht veel nuttig voorwerk voor de mijne 😉
    Oh ja, zou je misschien naar mij willen linken?

  2. Herstel, dít is mijn nieuwe website.

  3. Dankjewel voor het opmerken van het foutje, al had ik natuurlijk liever inhoudelijk commentaar gezien.
    Kun je zelf misschien iets meer zeggen over wat je gaat doen in je scriptie? Op je weblog zie ik niet zoveel staan.

  4. Nou, het onderwerp is nog niet bepaald, ik ben me nu aan het inlezen. Het onderwerp is in elk geval het snijvlak van traditionele journalistiek en nieuwe media. Ik heb al een aantal scripties over weblogs gelezen, waaronder die van jou, en die zijn zeer interessant; ikzelf wil echter de focus leggen op de rol van traditionele journalistieke media (dagbladen) binnen de nieuw ontstane publieke sfeer op internet.
    Een conclusie kan ook zijn dat de term journalistiek aan vervanging toe is, omdat de rolverdeling wat betreft nieuwsvoorziening, duiding, analyse en discussie op internet gewoon heel anders is. Maar zoals gezegd ben ik me aan het inlezen, mijn probleemstelling moet ik nog formuleren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *