Hoofdstuk 5 – Wie debatteert er mee?, versie 0.2

Dat het hier een tijdje stil geweest is rondom m’n scriptie wil natuurlijk niet zeggen dat ik er niks aan gedaan heb. Hoofdstuk 5 over debat en Habermas is verbeterd. Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als PDF-bestand (274kB). Zoals gebruikelijk is al het commentaar welkom onder het bericht, of via mijn mailformulier.

Hoofdstuk 5 – Wie debatteert er mee?

Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur – UniversiteitUtrecht
Versie 0.2: vrijdag 12 augustus 2005
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geenrechten worden ontleend.

5.1 Discussie en debat

Het vorige hoofdstuk ging in op de rol die de nieuwsvoorziening speelt in de relatie tussen politiek, media en burgers. Dit hoofdstuk gaat nader in op de essentiële rol die het debat speelt in deze relatie.

Debatteren is een vorm van communiceren waarbij personen proberen om door middel van argumenten gezamenlijk van gedachten te wisselen. Debatteren kan verschillende doelen hebben, meestal zoeken de deelnemers naar de beste oplossing voor een probleem. Dit probleem kan zowel concreet (“Wat doen we met de kat op vakantie?”) als abstract zijn (“Bestaat God?”). Deze vorm van argumenterend en probleemoplossend debatteren worden al duizenden jaren gebruikt, zo schreef Plato zijn filosofische werken ook in dialoogvorm.

Debatteren kan echter ook minder verheven doelen hebben. Denk bijvoorbeeld aan het overtuigen van anderen van het eigen gelijk, of alleen als mogelijkheid om meningen uit te wisselen zonder gezamenlijk op zoek te gaan naar een oplossing.

Enkelvoudig en samengesteld debat
We kunnen debatteren uitsplitsen op twee niveaus. Op het laagste niveau hebben we het over een enkelvoudig debat. Dit debat bestaat uit één feitelijke discussie waarin deelnemers argumenten met elkaar uitwisselen. Op een hoger niveau kunnen we spreken van een samengesteld debat, dit is de verzameling van enkelvoudige discussies op het concrete niveau over een onderwerp of over aanverwante onderwerpen.

Het onderscheid tussen enkelvoudige en samengestelde debatten kan het beste aan de hand van het voorbeeld in een school worden uitgelegd. Een enkelvoudig debat is een discussie die in een klaslokaal afspeelt tijdens een les. De scholieren die in dezelfde klas zitten gaan in discussie met elkaar over een onderwerp. In het perspectief van een samengesteld debat spreken we over de verzameling enkelvoudige discussies die zich in de verschillende klaslokalen afspelen en die zich tijdens de pauzes onder leerlingen voortzetten. Het totaal van deze discussies noemen we een samengesteld debat.

Een samengesteld debat wordt ook wel een maatschappelijk debat genoemd wanneer de discussies zich in de gehele gemeenschap afspelen. Een voorbeeld van een dergelijk maatschappelijk debat is de commotie die in de samenleving ontstond in juni 2005 na het ontsnappen van de potentieel gevaarlijke TBS’er, Wilhem S. Zowel politici als media, als ‘de gewone man in de straat’ bediscussieerden het nieuws en praatten met elkaar over een oplossing voor deze situatie.

Een maatschappelijk debat bestaat als samengesteld debat uit het totaal van alle enkelvoudige debatten die over het onderwerp gevoerd worden. Hierdoor is het moeilijk te volgen. Er is immers niet één plaats waar het debat plaatsvindt, maar de discussies worden op allerlei verschillende plaatsen gevoerd. De deelnemers aan een maatschappelijk debat zijn niet altijd concrete personen, ook organisaties uit het maatschappelijk middenveld kunnen zich in het debat mengen en hun mening geven over dat wat er besproken wordt.

Noodzaak van debat in politiek proces
Zoals we al in het tweede hoofdstuk constateerden, concentreren de werkzaamheden van een politicus zich rond het komen tot besluitvorming in gevallen waarbij er geen uniforme oplossing voor handen is. Hierbij is een debat een uistekend middel om tot een oplossing te komen om ervoor te zorgen dat er een meerderheid ontstaat rondom een mogelijke oplossing, zodat er daadwerkelijk politieke besluitvorming kan plaatsvinden. In een discussie proberen politici door middel van het uitwisselen van argumenten aan de hand van hun eigen ideologie afwegen wat voor hen de beste oplossing is. Dit zogenaamde delibererende regime is de grondslag van het Nederlandse staatsbestel en dat van vele andere landen. (Witte 1990, p. 30)

Concrete voorbeelden hiervan zijn natuurlijk de debatten zoals die plaatsvinden in de Tweede Kamer of de gemeenteraad, maar ook in tal van andere vergaderingen wordt het debat gebruikt om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen om zo tot beslissingen ten aanzien van bestuur te komen.

Naast debatteren om tot besluitvorming te komen, heeft een politicus ook enorm veel belang om te weten wat er speelt onder de bevolking. Dit zal hij moeten halen uit het maatschappelijke debat, waarin burgers, media en politici onder andere hun mening geven over bestuurlijke zaken. Het is voor een politicus van enorm belang om deze maatschappelijke discussie goed te volgen, hij is immers een vertegenwoordiger van het volk in zowel zijn benoemde als gekozen functie. In deze functie representeert hij de personen die op hen gestemd hebben of de complete gemeenschap waarvoor hij benoemd is. De maatschappelijke discussie dient op deze manier als een instrument waarmee de bevolking indirect contact kan onderhouden met de politici om door te geven wat er van hen verwacht wordt.

5.2 Filosofie van Habermas

Veel wetenschappers en filosofen hebben zich in de loop van de tijd beziggehouden met de begrippen van debat en discussie. Een van de belangrijkste is de Duitse filosoof Jürgen Habermas.

Habermas werd geboren in 1929 en studeerde na de Tweede Wereldoorlog filosofie en werd daarna onderzoeker aan het Institut für Sozialforschung aan de universiteit van Frankfurt am Main. Habermas maakte onderdeel uit van de tweede generatie van de Frankfurter Schule . De School is in de jaren twintig opgericht en representeert een breed scala aan neomarxistische kritische theorieën, waaronder die van Max Horkheimer en Theodor Adorno. 1

Habermas heeft een uitgebreid oeuvre geschreven over communicatie op allerlei niveaus. Het gaat hier te ver om uitgebreid in te gaan op zijn complete werk, maar ik zal enkele begrippen uit zijn theorieën die belangrijk zijn voor dit hoofdstuk bespreken in de volgende paragrafen.

Communicatief handelen
Het magnum opus van Habermas is zonder twijfel Theorie des kommunikativen Handelns (1981). Hierin ontwikkelt Habermas zijn theorie over communicatieve rationaliteit die concreet vorm krijgt in de vorm van een rationele discussie.

Habermas beschrijft in zijn theorie van het communicatieve handelen drie soorten handelen van personen: instrumenteel handelen, strategisch handelen en communicatief handelen. Instrumenteel handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ding, of een object. Een voorbeeld hiervan is het koken van een ei. Strategisch handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ander persoon, oftewel een subject. Deze personen kunnen op hun beurt ook weer strategisch handelen. Instrumenteel en strategisch handelen typeert Habermas als handelen waarbij het eigen succes voorop staat, de handelende persoon heeft een bepaald persoonlijk doel.

Bij communicatief handelen gaat het net als bij strategisch handelen wel om sociale interactie, maar niet om het bereiken van eigen succes, maar om het bereiken van overeenstemming met elkaar. In gevallen waarin het niet lukt om overeenstemming te bereiken hebben de deelnemers een aantal mogelijkheden. Ten eerste kunnen ze de communicatie stoppen, ten tweede kunnen ze overgaan tot strategisch handelen en daarmee proberen de ander te manipuleren. Tenslotte kunnen ze besluiten om in een rationele discussie de aanspraken uit het communicatieve handelen te toetsen. Dit niveau van communiceren noemt Habermas het discours . Hierin worden de argumenten voor en tegen een bepaalde aanspraak rationeel en eerlijk afgewogen. (Habermas 1981)

Ideale gesprekssituatie
Habermas stelt in zijn theorie eisen aan de manier waarop in een discours een debat kan plaatsvinden. Wanneer er aan deze sociale voorwaarden zijn voldaan dan wordt de kwaliteit van het debat gewaarborgd. Habermas spreekt dan van een ideale gesprekssituatie .

Ideaal noem ik een gesprekssituatie waarin communicatie niet alleen niet door externe handelingen wordt beïnvloed, maar ook niet wordt gehinderd door dwang die voorkomt uit de structuur van communicatie. De ideale gesprekssituatie sluit systematische verstoring van communicatie uit.
(Habermas 1981, p. 177, eigen vertaling)

Habermas legt in het citaat uit dat de communicatie niet verstoord mag worden, om te beginnen niet door factoren van buitenaf. Dat betekent dat alles dat zich buiten de discussie afspeelt geen invloed mag hebben op de discussie. Daarnaast mag de discussie ook niet beïnvloed worden door de structuur van de communicatie zelf. Dit komt erop neer dat de discussie niet gehinderd mag worden door opgestelde regels over hoe deze discussie moet verlopen.

Op basis van deze kenmerken ontwikkelt Habermas vier concrete voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een ideale gesprekssituatie te creëren.

  • Ten eerste moeten alle potentiële deelnemers een gelijke kans hebben om een discussie in een discours te beginnen , waarbinnen de aanspraken die gedaan worden in communicatief handelen te toetsen zijn.
  • Ten tweede moeten alle betrokkenen een gelijke kans hebben om inderdaad aan de discussie deel te nemen , hun beweringen en conclusies, verklaringen en interpretaties, ideeën en suggesties, maar ook vragen, twijfels en kritiek moeten gehoord kunnen worden.
  • Ten derde mogen er tijdens de discussie tussen de betrokkenen geen machtsverschillen bestaan die zouden kunnen verhinderen dat bepaalde argumenten onttrokken worden aan de discussie, of dat ze een onaantastbaar karakter krijgen. Deze regel komt voort uit de “externe handelingen” uit het voorafgaande citaat.
  • Tenslotte moeten alle betrokkenen zich waarachtig tegenover elkaar uiten. Dat betekent dat de betrokkenen eerlijk moeten zijn in hun intenties , zodat uitgesloten kan zijn dat zij elkaar manipuleren en daarmee strategisch handelen in plaats van communicatief handelen. (Kunneman en Keulartz 1985, p. 106) Hier gaat het om het uitsluiten van de “dwang die voorkomt uit de structuur van communicatie” uit het voorafgaande citaat.

Pas wanneer er aan alle van deze voorwaarden voldaan wordt, kan er sprake zijn van een kritisch-rationele (eerlijke) discussie in een discours, een discussie waarin alle argumenten rationeel tegen elkaar worden afgewogen. Dit wordt door Habermas communicatieve symmetrie genoemd.

Op deze plaats moeten we ons echter ook concentreren op de concrete bruikbaarheid van de theorie. Habermas heeft als filosoof min of meer makkelijk praten omdat hij op een abstract niveau kan praten over een ideale situatie. Toch bieden deze voorwaarden wel degelijk aanknopingspunten om na te kunnen denken over de kwaliteit van zowel enkelvoudige als samengestelde debatten zoals ik die in de paragraaf hiervoor heb besproken. In gevallen waarin het niet lukt om deze ideale gesprekssituatie te bereiken kunnen we aan de hand van de voorwaarden bespreken waar de beperkingen liggen en bespreken of deze inderdaad de kwaliteit van het debat ondermijnen.

Publieke sfeer
Eerder werk van Habermas is meer historisch van aard en daardoor ook een stuk concreter. Habermas beschrijft in zijn boek Strukturwandel der Öffentlichkeit (1962) 2 hoe de maatschappij zich sinds de middeleeuwen vormt en wat de rol van debat, burgers, media en politici daarin is. Een sleutelbegrip in deze ontwikkeling is de publieke sfeer .

Een dergelijke publieke sfeer kon volgens Habermas voor het eerst ontstaan sinds de opkomst van het handelskapitalisme in de zestiende eeuw. Hierdoor ontstonden er in Europa, en vooral in de Nederlanden handelssteden marktkooplui, bankiers of handelaren die een nieuwe klasse van burgers vormden. Door de eigen inkomsten werden deze burgers, oftewel de bourgeois onafhankelijk van de staat – in die tijd letterlijk onafhankelijk van de feodale vorsten.

Tot deze tijd waren er twee belangrijke factoren geweest in de maatschappij. Aan de ene kant de staat, in letterlijke zin in de persoon van een vorst, en aan de andere kant de private sfeer, de persoonlijke leefwereld van de boeren en ambachtslieden en hun gezinnen. De opkomst van de bourgeoisie zorgde ervoor dat er een nieuwe factor ontstond, de publieke sfeer. Dit was een ‘ruimte’ die ontstond tussen de staat en de private sfeer.

The bourgeois public sphere can be understood as the sphere of private persons assembled to form a public. They soon began to make use of the public sphere of informational newspapers, which was officially regulated, against the public power itself, using those papers, along with the morally en critically oriented weeklies, to engage in debate about the general rules governing relations in their own essentially privatized but publicly relevant sphere of commodity exchange and labor.
(Habermas 1973, p. 94-95, cursief van de auteur)

De bourgeoisie vormde als onafhankelijke privé-personen naast de bestaande private sfeer, een publieke sfeer, waarin ze de regels van de publieke macht, oftewel de vorst bediscussieerde. Hierbij maakten de burgers gebruik van kranten die door de staat gereguleerd werden, maar ook van moralistische en kritische weekbladen. Door de verstedelijking van Europa konden deze burgers makkelijk een publieke sfeer vormen in bijvoorbeeld theaters, musea en koffiehuizen, daarbij geholpen door nieuwe mogelijkhedenvoor sociale communicatie via de pers, rondreizende bibliotheken, beter onderwijs en nieuwe mogelijkheden voor persoonlijk vervoer.

In het volgende citaat definieert Habermas de publieke sfeer aan de hand van de beschreven geschiedenis en stelt een aantal eisen waaraan een publieke sfeer moet voldoen om ervoor te zorgen dat burgers een goed, rationeel en eerlijk debat te kunnen vormen.

By ‘public sphere’ we mean first of all a domain of our social life in which such a thing as public opinion can be formed. Access to the public sphere is open in principle to all citizens. A portion of the public sphere is constituted in every conversation in which private persons come together to form a public. They are then acting neither as business or professional people conducting their private affairs, nor as legal consociates subject to the legal regulations of a state bureaucracy and obligated to obedience. Citizens act as a public when they deal with matters of general interests without being subject to coercion; thus with the guarantee that they may assemble and unite freely, and express and publicize their opinions freely.
(Habermas 1973, p. 92)

Zoals we eerder al konden lezen, is een publieke sfeer een ‘plaats’ waar burgers kunnen samen komen om gezamenlijk te komen tot een publieke opinie. Elke discussie vormt een deel van het samengestelde debat dat zich afspeelt in de totale de publieke sfeer. We kunnen daarom stellen dat de publieke sfeer de ‘ruimte’ is waar het maatschappelijke of publiek debat plaatsvindt.

De eisen van Habermas waaraan de publieke sfeer moet voldoen worden hieronder systematisch besproken:

  • De publieke sfeer moet vrij toegankelijk zijn voor alle burgers. In het citaat: “Access to the public is open in principle to all citizens.”
  • Burgers die deelnemen aan de publieke sfeer mogen niet bedrijfshalve, beroepshalve of ambtshalve optreden. Ze mogen de onderwerpen van de discussie niet beschouwen als private onderwerpen die te maken hebben met persoonlijke belangen, maar moeten rationeel handelen in het gemeenschappelijke belang. Immers: “They are then acting neither as business or professional people conducting their private affairs, nor as legal consociates subject to the legal regulations of a state bureaucracy and obligated to obedience.”
  • Tenslotte mogen burgers niet onderworpen worden aan enige vorm van dwang. Dat heeft als gevolg dat burgerrechten zoals de vrijheid van vergadering, meningsuiting en drukpers gegarandeerd moeten zijn. “Citizens act (…) without being subject to coercion; thus with the guarantee that they may assemble and unite freely, and express and publicize their opinions freely.”

Deze eisen zijn van substantieel belang om het publieke debat te waarborgen. Dit publieke debat stelt burgers in staat om kritisch discussiëren over zaken van algemeen belang of met andere woorden, over de politiek. Wanneer aan deze eisen niet voldaan wordt kan er geen sprake zijn van een eerlijk en rationeel debat waarin burgers zich een mening kunnen vormen over politiek en komt het burgerschap letterlijk op losse schroeven te staan. De burger zal dan alleen nog tijdens verkiezingen invloed hebben op de manier waarop politiek gevoerd wordt en de invloed die de burgers gezamenlijk hebben via het publiek debat zal verdwijnen.

Publieke sfeer = ideale gesprekssituatie
De eisen die Habermas stelt aan de publieke sfeer heeft hij later gebruikt om de eisen aan een ideale gesprekssituatie uit zijn werk uit de jaren tachtig verder te ontwikkelen, zoals ik die in de eerder paragrafen besproken heb. De eis dat burgers zonder private belangen moeten deelnemen aan de discussie is aangepast tot de eis dat de deelnemers zich waarachtig tegenover elkaar uiten. Daarmee verwijst Habermas naar de twee soorten van interactie; strategisch en communicatief handelen, waarvan alleen de laatste met eerlijke (en dus waarachtige) intenties kan worden uitgevoerd.

De eis dat de burgers niet onderworpen worden aan dwang en dat de burgerrechten gewaarborgd moeten worden is aangepast tot de eis dat in de ideale gesprekssituatie geen machtsverschillen mogen zijn tussen de deelnemers. Hierdoor wordt voorkomen dat bepaalde argumenten meer waarde krijgen dan andere omdat ze door andere personen worden gebruikt.

Tenslotte is de eis dat de publieke sfeer toegankelijk moet zijn voor alle burgers aangepast tot de eisen dat de deelnemers in een ideale gesprekssituatie gelijke kansen moeten hebben om een discussie te starten en om aan een bestaande discussie deel te nemen.

In de verdere analyse van de functie van het debat zal ik de beide concepten van de publieke sfeer en de ideale gesprekssituatie gebruiken om de relaties tussen burgers, media en politici te duiden.

5.3 Het publieke debat in de traditionele media

Wat is het gesprek van de dag?
De rol van de media in het politieke proces is niet alleen om nieuws naar burgers en politici te brengen, maar ook om de inhoud van het publieke debat te verslaan. Maar het kan erg lastig zijn om te bepalen wat nu precies de inhoud is van het publieke debat, om te weten te komen wat er nu precies speelt in de discussies die burgers met elkaar voeren.

Een voorbeeld hiervan is de misser die de Nederlandse traditionele media maakten rondom de Tweede Kamerverkiezingen van 2002. De media hadden niet door dat er een grote maatschappelijke onvrede bestond over de manier waarop in Nederland de politiek bedreven werd. Hierdoor zagen ze niet aankomen dat Pim Fortuyn een grote overwinning zou boeken voor Leefbaar Rotterdam en dat hij daarmee een belangrijke aanzet zou doen voor de verkiezingsoverwinning die zijn partij (inmiddels de LPF) zou behalen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Dat de media deze trend in de maatschappij niet zagen aankomen, hebben ze later toegegeven, onder andere in dit artikel van de Geassocieerde Pers Diensten .

‘We moeten straat en staat met elkaar verbinden’, riep Hans Laroes vorig jaar november als pas benoemd hoofdredacteur. Het journaal had ‘de problemen in het land’, aangekaart door Pim Fortuyn, te laat onderkend. Voortaan moest de boosheid en onvrede van de straat doorklinken in de uitzendingen. 3

Een optie die de media hebben om te zien wat er leeft in het publieke debat is het doen van onderzoek in de vorm van opiniepeilingen. Hierin worden in een steekproef aan een aantal mensen enquêtevragen voorgelegd. Doordat het onmogelijk is om precies te achterhalen wat van iedereen zijn persoonlijke mening is, zijn deze peilingen niet meer dan een indicatie van wat er speelt onder de burgers.

Entman legt uit dat de opiniepeiling altijd onderheving is aan framing:

Both media and pollsters frame issues for respondents, selecting cues that affect individual responses to survey questions. The framing effects come from the survey wording and interview experience, from recently publicized “top of the head” considerations that are most accessible as people briefly consider the question and give a quick answer without time to think it over, and from interactions of ignorance and knowledge with interpretation of the questions.
(Entman 2004, p. 127)

Media en opiniepeilers maken in hun peilingen keuzes over welke vragen ze stellen en op welke manier ze die stellen. Hierdoor wordt een opiniepeiling onvermijdelijk in een frame geplaatst. Daarnaast krijgen de respondenten meestal maar weinig tijd om antwoord op de vragen te geven. Hierdoor kan de respondent niet uitgebreid nadenken over het onderwerp en neemt hij zijn toevlucht in eerder gevormde denkschema’s.

Burgers aan het woord
Naast de algemene, maar abstracte manier van terugkoppeling via onderzoek, heeft ieder medium zijn eigen manieren om de burgers aan het woord de laten in concretere vormen van het debat.

  • Kranten en tijdschriften: Van oudsher zijn kranten en tijdschriften de media van het debat. De bekendste vorm van reacties van lezers zijn de ingezonden brieven die bijna elke krant of tijdschrift regelmatig in zijn uitgave publiceert. Daarnaast publiceert elke krant of tijdschrift regelmatig een katern of een rubriek waarin extra ruimte aan interessante opiniestukken kan worden besteed. Vaak komen deze stukken echter wel van door de krant zelf aangezochte deskundigen. Ook bij de ingezonden brieven is het altijd zo dat de redactie een keuze maakt tussen wat er wel wordt gepubliceerd en wat niet.
  • Radio: Ook de radio heeft een lange traditie op het gebied van reacties van luisteraars. Het medium staat toe dat door middel van de telefoon luisteraars gemakkelijk feedback kunnen geven die meteen in de uitzending kan worden opgenomen. Een aantal programma’s bestaan compleet uit reacties van het publiek op een actueel onderwerp. Het bekendste programma is Stand.nl dat elke dag op Radio 1 wordt uitgezonden. In dat programma kunnen luisteraars live hun reactie geven op de stelling van de dag die in de studio wordt besproken met een gast om wie de stelling draait.
  • Televisie: Op de televisie is de individuele burger niet in staat om deel te nemen aan het debat dat plaatsvindt. Als alternatief hiervoor zijn er programma’s waarin er geprobeerd wordt om een afspiegeling van de maatschappij te laten discussiëren over maatschappelijke thema’s. Een voorbeeld hiervan is het Lagerhuis dat door de VARA werd uitgezonden. Soms worden er in nieuwsuitzending wel eens poging gedaan om de mening te peilingen van het publiek. Er staat dan in een winkelstraat een verslaggever die aan willekeurige voorbijgangers vraagt wat ze van een onderwerp vinden.

Vertegenwoordigers aan het woord
Zoals we hierboven hebben gezien is het voor de media praktisch onmogelijk om iedereen aan het woord te laten in een publiek debat. Om toch het publieke debat te kunnen verslaan, maken de media gebruik van vertegenwoordigers. Bepaalde personen representeren bepaalde bevolkingsgroepen in de samenleving.

Op de eerste plaats zijn politici de duidelijkste vertegenwoordigers van het volk. Ze zijn rechtstreeks of via een kieslijst van een partij gekozen door een deel van de bevolking. Deze volksvertegenwoordiging kiest op haar beurt welke politici bestuurlijke taken als minister of burgemeester krijgen toegewezen. Het probleem is echter dat de burgers slechts een keer in de vier of vijf jaar hun volksvertegenwoordiging kunnen kiezen en dat daardoor het risico ontstaat dan politici de binding met de burgers verliezen. Vooral de landelijke volkvertegenwoordiging in de Eerste en Tweede Kamer wordt vaak verweten alleen in het Haagse wereldje te leven.

Ten tweede kunnen de media hun toevlucht nemen tot maatschappelijke organisaties. Dit zijn organisaties die zijn opgericht om de belangen van bepaalde bevolkingsgroepen te ondersteunen of, zoals bijvoorbeeld bij milieuorganisaties, om andere belangen te verdedigen. Enkele voorbeelden van deze maatschappelijke organisaties zijn de vakbonden of kerkelijke organisaties, maar bijvoorbeeld ook samenwerkingsverbanden van bedrijven in brancheorganisaties. Er kleven echter een risico’s aan het gebruik van deze maatschappelijke organisaties door de traditionele media.

Zo kan het zo zijn dat de organisatie die zegt een bepaalde bevolkingsgroep te vertegenwoordigen, niet als zodanig wordt geaccepteerd door de bevolkingsgroep zelf. Een voorbeeld hiervan is het CMO, het Contactorgaan Moslims en Overheid. De organisatie verschijnt regelmatig in verschillende media-uitingen, maar wordt niet door alle moslims erkend als dé vertegenwoordigende organisatie. 4 Of een organisatie verliest door zijn optreden de steun van haar achterban omdat zij zich niet meer gerepresenteerd voelen. De media zullen zich altijd moeten afvragen wat nu precies de gerepresenteerde waarde van een organisatie is en in hoeverre de gerepresenteerde roep zich ook daadwerkelijk gerepresenteerd voelt.

Het Nederlandse omroepbestel zelf is ooit opgezet om de verschillende bevolkingsgroepen, in die tijd ‘zuilen’ genoemd, te vertegenwoordigen in de media. De verschillende omroepen vertegenwoordigen de burgers die lid zijn geworden van de organisatie. Sinds het einde van de jaren negentig lopen echter de ledenaantallen van de omroepen fors terug omdat de burgers zich niet meer verbonden voelen met de omroepen. Een uitzondering hierop vormt de Evangelische Omroep die juist meer leden werft en daardoor ook in verhouding meer zendtijd krijgt om te vullen.

Een variant op de vertegenwoordigers van groepen uit de samenleving zijn stereotypen. In het geval van stereotypering worden de algemeen veronderstelde kenmerken van een hele bevolkingsgroep vergroot en in één concrete persoon veronderstel. Vervolgens worden deze kenmerken vervolgens iedereen uit de bevolkingsgroep verondersteld. Voorbeelden hiervan zijn de verwijfde homo, de criminele allochtoon of de krenterige Nederlander. De term stereotype heeft in de loop van de tijd een negatieve connotatie gekregen doordat zowel burgers als media ‘vergaten’ dat het bij stereotypen ook daadwerkelijk gaat over stereotypen en niet over een correcte representatie. Niet alle homo’s zijn immers verwijfd en niet alle allochtonen zijn crimineel. Media begeven zich dan ook op glad ijs wanneer ze zich in hun verslaggeving baseren op stereotypen, zonder dat ze gebruik maken van een gedegen onderbouwing.

Representatie verstoort publieke sfeer
Nu ik de mogelijkheden van het publieke debat in de traditionele media geschetst heb, kan ik bekijken in hoeverre deze overeenkomt met de eisen die Habermas stelt aan een publiek debat waarin de ideale gesprekssituatie zich voordoet.

We kunnen vrij snel concluderen dat er voor het publieke debat dat in de traditionele media geen directe toegang is voor alle burgers. De schaarse middelen waarmee burgers wel kunnen reageren in de media voldoen niet aan de tweede eis, namelijk dat de discussie niet wordt beïnvloed door machtsverschillen. De eindredactie van een programma, krant of tijdschrift heeft altijd de laatste hand in de beslissing of een reactie van een burger wel of niet wordt gepubliceerd.

Het probleem van de traditionele media dat niet alle burgers toegang hebben tot het publieke debat in de media wordt door de traditionele media geprobeerd om op te lossen door representatie. Politici, maatschappelijke organisaties of stereotypen representeren de stem van de burgers in het publieke debat in de media. Naast het feit dat deze representatie vaak onbetrouwbaar en moeilijk te controleren is, ziet Habermas nog een veel groter probleem in deze representatie.

This leads to a kind of ‘refeudalization’ of the public sphere. Large-scale organizations strive for political compromises with the state and with one another, behind close door if possible; but at the same time they have to secure at least plebiscitarian approval from the mass of the population through the deployment of a staged form of publicity.
(Habermas 1973, p. 97)

Doordat de bevolking wordt opgesplitst in verschillende belangengroepen, zullen de vertegenwoordigers van deze groepen alleen de belangen van hun eigen groep verdedigen. Hierdoor zullen ze compromissen sluiten met de overheid en andere belangengroeperingen, het liefst achter gesloten deuren. Het is duidelijk dat hierdoor de waarachtigheid van de deelnemers aan het debat in de publieke sfeer niet gewaarborgd is. De organisaties veranderen van communicatief handelen, waarin wordt gekeken naar het algemeen belang, naar strategisch handelen, waarbij de eigen belangen van de organisatie voorop staat.

De organisaties zullen vervolgens alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat hun achterban zo groot mogelijk is. Ze zullen dat doen door in hun publiciteit zoveel mogelijk te verwijzen naar hun eigen successen, waardoor wederom in het publieke debat strategisch handelen voorop komt te staan.

5.4 Reageren op een weblog

Nu we vastgesteld hebben dat het publieke debat in de traditionele media niet gevoerd kan worden volgens de eisen die Habermas daaraan stelt, kunnen we bekijken of het gebruik van weblogs daar verandering in kan brengen. Ik zal eerst concreet de manieren bespreken om door middel van weblogs deel te nemen aan een discussie. Later kan ik dan bekijken of deze kenmerken van weblogs bijdragen aan (een poging tot het bereiken van) een ideale gesprekssituatie en een publieke sfeer.

Weblogs hebben allerlei manieren om feedback van bezoekers en andere bloggers te ontvangen. Van belang hierbij is echter wel het verschil tussen lichte en zware weblogs, zoals ik dat in het derde hoofdstuk heb beschreven. Sommige weblogs hebben maken immers gebruik van extra functies zoals de mogelijkheid om reacties te plaatsen, om gebruik te maken van een trackback of door een RSS-feed aan te bieden.

Reactiemogelijkheid
In vergelijking met een standaard webpagina valt op een weblog meteen op dat er voor de bezoekers een mogelijkheid is om te reageren. Voorwaarde is wel dat we het hier hebben over een zwaar weblog, dat de reactiemogelijkheid heeft ingeschakeld. Wanneer dat inderdaad zo is dan kan de bezoeker van de site meepraten over het onderwerp dat de blogger in zijn post heeft aangesneden. Hij kan niet alleen in discussie treden met de eigenaar van het weblog, maar ook met andere bezoekers, waarvan er sommige toevallig eenmalig langskomen, maar waarvan anderen echte stamgasten zijn die regelmatig hun stem laten horen in de commentaren. (Schutte 2005)

Reageren op een weblog is uiterst eenvoudig. Onder elk bericht staat een invulformulier waarin de bezoeker alleen naam, en eventueel e-mailadres of eigen webpagina hoeft in te vullen. Daaronder staat een leeg vak waarin de bezoeker zijn commentaar kan typen. Daaronder staat een knop waarmee de reactie ingestuurd kan worden. In sommige gevallen worden commentaren eerst gescreend door de eigenaar van het weblog voordat ze online verschijnen, dit kan een discussie aanzienlijk vertragen. In de meeste gevallen echter wordt een reactie meteen geplaatst en heeft de beheerder achteraf de mogelijkheid om ongewenste commentaren, zoals bijvoorbeeld spam, te verwijderen.

Blogosfeer
Naast de mogelijkheid om direct te reageren op een weblogposting is er nog een manier om een discussie te voeren op weblogs. Hierbij gaat het dus niet om een discussie die gevoerd wordt op één weblog, maar om een discussie die gevoerd wordt tussen de schrijvers van weblogs. Een dergelijke discussie vormt zich vanzelf wanneer een blogger ingaat op het bericht van een collega-weblogger. Het debat speelt zich af in de blogosfeer, de term waarmee we het geheel van alle weblogs aanduiden. Een debat in de blogosfeer lijkt op de openbare briefwisselingen die wetenschappers soms voeren in wetenschappelijke tijdschriften, waarin ze in de artikelen met elkaar in een schriftelijke discussie treden.

Weblogs bieden voor discussies echter enkele extra mogelijkheden ten opzichte van andere schriftelijke discussies. Ten eerste is het in de blogosfeer gebruikelijk dat een schrijver direct linkt naar zijn bron of naar het bericht waar hij de discussie mee aangaat. De schrijver van het bericht waarop gereageerd wordt kan in zijn statistieken zien waar zijn bezoekers vandaan komen en ziet op die manier dat er iemand op een ander weblog reageert op zijn werk. Lezers van de discussie kunnen dan ook altijd het debat terugvolgen tot het bericht waarmee de discussie gestart is.

Naast het gewoonweg linken naar het bericht waar de blogger uit citeert of mee in discussie gaat, is er een trackback als extra functionaliteit ontwikkeld. Met deze techniek kan de schrijver van een weblogbericht in reactie op een ander weblog meteen aan de schrijver van het eerste bericht laten zien dat hij een reageert op zijn weblog. Er verschijnt dat onder het eerste bericht een melding dat een ander weblog een reactie heeft geschreven. Op die manier kunnen ook bezoekers zien hoe zich tussen weblogs onderling discussies afspelen.

5.5 Weblogs aan de hand van Habermas

Nu we weten op welke manier een discussie op weblogs vorm krijgt, kunnen we deze situatie toetsen aan de eisen die Habermas in zijn theorieën stelt. Elmine Wijnia onderzocht voor haar afstudeerscriptie Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie (2004) of de ideale gesprekssituatie uit de theorie van het communicatieve handelen van Habermas toepasbaar is op weblogs. In een uitgebreide analyse bespreekt ze de eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie in een persoonlijke discussie en toetst ze deze aan de situatie in weblogs.

Zoals ik hiervoor het aangetoond, vertoont de ideale gesprekssituatie zeer veel overeenkomsten met de publieke sfeer uit het eerde werk van Habermas. De eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie komen grotendeels overeen met de eisen die hij eerder stelde aan een goed werkende publieke sfeer. Eerst zal ik aan de hand van het werk van Wijnia de ideale gesprekssituatie op weblogs bespreken. Daarna maak ik de overstap naar de publieke sfeer en de manier waarop weblogs deze kunnen vormen of aan een bestaande sfeer kunnen deelnemen.

Weblogs als ideale gesprekssituatie
Op het gebied van de eerste eis van Habermas voor een ideale gesprekssituatie, de gelijke toegang van burgers tot het debat, stelt Wijnia dat hoewel nog niet iedereen toegang heeft tot het internet, de toegankelijkheid van het debat in weblogs hoog is. Omdat een weblog met haar berichten letterlijk altijd beschikbaar is, kan een bezoeker altijd op een weblog in discussie. Tijd en afstand spelen in een discussie op een weblog geen belemmerende rol meer om deel te nemen aan een discussie. Dit is fundamenteel anders in vergelijking tot een face-to-facegesprek waarbij de personen op dezelfde tijd en plek aanwezig moeten zijn om te discussiëren. Doordat weblog makkelijk worden geïndexeerd in zoekmachines worden en door weblog-specifieke zoekmachines als Technorati kunnen de discussies ook makkelijk gevonden worden door personen die specifiek naar deze discussies op zoek zijn.

De tweede eis van Habermas aan een ideale gesprekssituatie is dat er geen machtsverschillen tussen personen mogen bestaan. Dit kan een probleem opleveren omdat een weblog is namelijk altijd het ‘eigendom’ is van de blogger, de schrijver van de berichten. Hij is in staat om reacties van anderen te verwijderen en in sommige gevallen zelfs om deze zelfs aan te passen. Wijnia stelt echter dat deze machtsverhouding ook wederkerig is. Omdat iedereen kan publiceren op het internet via de weblogs, denk aan de gratis weblogdiensten, is iedereen in staat om onbehoorlijk gedrag van anderen aan de kaak te stellen in zijn eigen een weblog. Door de weblogdiensten is het immers een eitje om zelf een weblog te beginnen en zich te mengen in de discussies die in de blogosfeer plaatsvinden. (Wijnia 2004)

Daarbovenop zorgt bij weblogs met veel bezoekers de gemeenschap van vaste reageerders ervoor dat een blogger niet over de schreef gaat in zijn macht. Hoewel ze natuurlijk niks kunnen doen aan het verwijderen van reacties, kunnen ze wel massaal protest aantekenen tegen de gang van zaken en desnoods en masse het weblog verlaten en op een ander weblog de discussie voortzetten. Een blogger is voor de discussie op zijn eigen weblog immers altijd afhankelijk van de andere personen die reageren. Een blogger die zijn macht misbruikt zal zien dat de deelnemers aan de discussie en de personen die alleen lezen op termijn wegblijven.

Een voorbeeld van een lezersactie is de beroering die ontstond onder de reageerders van Retecool 5 toen Reet, de eigenaar van het weblog, een eerder geplaatst bericht verwijderde. In de reacties op andere posts werd luid het ongenoegen kenbaar gemaakt over het verwijderen van het bericht. De reageerders (op Retecool reaguurders genoemd) ondernamen een ludieke actie in de vorm van het oprichten van de ´Vereniging ter bescherming van Topics op Retecool’ en spraken nog dagen over topicide . 6

Tenslotte stelt Habermas de eis van waarachtigheid. Ook deze eis is in eerste instantie problematisch. Het internet stelt namelijk deelnemers in staat om volstrekt anoniem te reageren, of zich anders voor te doen dan ze zijn. Dat personen daartoe ook werkelijk in staat zijn, bleek al uit onderzoek van Turkle (1995) uit de begintijd van het internet. Hierdoor is het onmogelijk om direct de waarachtigheid van de deelnemers te controleren.

Als oplossing hiervoor wijst Wijnia in haar onderzoek erop dat de waarachtigheid van personen kan worden vastgehouden als er maar genoeg context wordt gegeven. Deze context kan bestaan uit allerlei informatie over de persoon. De meeste weblogs hebben een pagina waarop de blogger iets meer vertelt over zichzelf, zijn werkzaamheden en zijn vrijetijdsbestedingen. De reageerders met een eigen weblog verwijzen in hun eigen reacties terug naar hun eigen weblog. Ook wanneer een reageerder niet linkt naar een eigen pagina, dan is er meestal nog genoeg informatie te vinden in het eeuwige geheugen van het internet. Op basis van deze context kunnen personen een inschatting maken over de waarachtigheid van een persoon, net zoals je dat in face-to-facecommunicatie aan de hand van de sociale context zou doen. (Wijnia 2004)

Sterker nog, de anonimiteit van internet stelt maatschappelijk ondergewaardeerde groepen in staat om zonder vooroordelen van de anderen deel te nemen aan het debat. Een discussie die face-to-face gevoerd wordt, hebben de deelnemers bepaalde cultureel bepaalde vooroordelen over elkaar aan de hand van hun uiterlijke kenmerken. Deze kenmerken spelen geen rol in een discussie op internet omdat de deelnemers hier vooraf geen weet van hebben.

Tenslotte wil ik er op wijzen dat de sociale context en de mogelijkheid om die te achterhalen zowel IRL (in real life, in het ‘echte’ leven) als op het internet een rol spelen in de geloofwaardigheid en waarachtigheid van een discussiepartner. Aan een mening van een persoon die je zomaar op straat tegenkomt en van wie je niks af weet, zal een andere waarde hecten dan de mening van een persoon waarvan je op de hoogte bent van zijn sociale context. Hetzelfde gebeurt op internet, hoe anoniemer de bron, hoe onduidelijker de waarachtigheid van een persoon en des te minder waarde wordt er gehecht aan zijn reactie.

Weblogs in het publieke debat
Aan de hand van de analyses van Wijnia kunnen we concluderen dat weblogs een basis bieden voor een ideale gesprekssituatie. Doordat we eerder geconstateerd hebben dat de ideale gesprekssituatie grotendeels overeenkomt met de publieke sfeer uit Habermas’ eerder werk, kunnen we nu makkelijk de overstap maken en constateren dat weblogs in staat zijn om een concrete publieke sfeer te creëren.

In een publieke sfeer moet immers iedereen gelijkwaardige toegang hebben, mogen machtsverschillen geen rol hebben en moet de waarachtigheid van uitspraken te controleren zijn. Aan al deze drie eisen kan in de blogosfeer voldaan worden. Burgers kunnen door middel van weblogs virtueel bij elkaar komen om zonder machtsverschillen onderwerpen van algemeen belang te bespreken.

De publieke sfeer bestaat uit de combinatie van enkelvoudige debatten tot één meervoudig debat of een publiek debat. Habermas beschrijft dat deze verbindingen tussen deze enkelvoudige debatten wordt gelegd door burgers zelf die aan verschillende debatten deelnemen, maar ook door media, zoals kranten, romans en toneelstukken. Deze verbondenheid staat echter in geen verhouding tot het alomtegenwoordige netwerk waarin weblogs zich begeven. Door de netwerkcultuur van weblogs, waarin men onderling naar elkaar verwijst in berichten of blogrolls, is het veel makkelijker om één publieke sfeer te creëren.

Het verschil is duidelijk uit te leggen aan de hand van het veelgebruikte voorbeeld van het koffiehuis om de plaatsen waar discussies in de publieke sfeer plaatvonden, te beschrijven. Deze koffiehuizen hadden ieder door hun losstaande discussies allemaal losstaande ‘publieke sferen’, die losjes aan elkaar verbonden waren door persoonlijke contacten of door de informatie uit de media. In het geval van de genetwerkte publieke sfeer van de blogosfeer zien we dat de debatten allemaal met elkaar verbonden zijn door gebruik te maken van de karakteristieke eigenschappen van weblogs. We kunnen deze publieke sfeer beter bespreken als een keten van koffiehuizen, zoals Bas Schutte aandraagt in zijn scriptie The Scanning Crowd (2005).

Gary Thompson beweert in zijn artikel Weblogs, warblogs, the public sphere, and bubbles (2003) echter dat weblogs juist niet zorgen voor overdracht tussen verschillende discussiegroepen. Hij stelt dat de weblogs door hun duidelijke politieke voorkeur ervoor zorgen dat gelijkgestemden bij elkaar klitten in discussies, zonder dat ze willen luisteren naar de argumenten van anderen. Thompson baseert zijn uitspraken echter alleen op voorbeelden van Amerikaanse warblogs , weblogs die zich in de aanloop naar de oorlog in Irak uitspraken voor of tegen de oorlog. Hierdoor mist hij een heel spectrum aan andere weblogs waar politieke discussies plaatsvinden en daardoor ontbreekt een solide wetenschappelijk basis om zijn uitspraken verder te ondersteunen.

Juist het netwerkende karakter van weblogs stelt de burgers in staat om terecht te komen op weblogs die een andere politieke voorkeur aanhangen dan zijzelf. Politieke weblogs zijn uitstekend in staat om met elkaar in discussie te gaan, daarbij verwijzen ze precies naar de berichten van elkaar waarover de discussiëren. Hierdoor komen lezers terecht op plaatsen waar ze normaal gesproken nooit zouden kijken, ze zijn figuurlijk in staat om over de schutting van de buren te kijken hoe het debat daar gevoerd wordt en kunnen zelfs direct daaraan deelnemen. Op de weblogs van politici zelf komen regelmatig ook tegenstanders langs om over de opvattingen van de politicus te discussiëren. (Trippi 2004, p. 147)

Daarnaast zijn er tal van weblogs die geen politieke voorkeur hebben en die burgers van allerlei politieke stromingen bij elkaar brengt. Een café of koffiehuis waar een discussie plaatsvindt is immers ook zelden politiek in een richting georiënteerd. Een goed voorbeeld hiervan is de discussie die ontstond op het weblog Sargasso 7 in aanloop naar het referendum over de Europese grondwet in mei 2005. Hier besprak blogger Steeph onder de noemer Dagelijkse Dosis Europese Grondwet elke dag een stukje van deze grondwet om elke bezoeker inzicht te kunnen geven of hij op basis van zijn persoonlijke instellen voor of tegen zou moeten stemmen. In een uiterst beschaafde discussie konden voor- en tegenstanders van alle kanten uit het politieke spectrum met elkaar argumenten uitwisselen. En hoewel Sargasso in haar berichten altijd een enigszins linkse invalshoek heeft, was er voor elke opvatting evenveel ruimte.

5.6 De blogosfeer als bindmiddel in de publieke sfeer

Semi-publiek debat
Nadat we hebben geconcludeerd dat er dankzij weblogs een publiek debat gevoerd kan worden met de extra dimensie van onderlinge verbondenheid door het netwerk, kunnen we nu bekijken hoe deze past in de huidige situatie met traditionele media , burgers en politici.

Het publieke debat is door het gebruik van de traditionele media opgesplitst in twee lagen. In de onderste laag discussiëren burgers onderling met elkaar op allerlei plekken in de samenleving waar mensen samenkomen. Deze debatten kunnen bij wijze van spreken plaatsvinden in de kroeg, op het werk of bij de kapper. De andere laag van het publieke debat speelt zich af in de traditionele media. Hier discussiëren politici, ‘experts’ en de ‘vertegenwoordigers’ van de bevolking. Dit debat noem ik een semi-publiek debat omdat het niet voor alle burgers vrij toegankelijk is om deel te nemen aan dit elitaire debat. Aan de andere kant kan het debat wel weer gevolgd worden (via de media) door alle burgers.

Zowel experts als vertegenwoordigers staan tussen aanhalingstekens als we spreken over het semi-publieke debat omdat ze niet altijd blijken te zijn wat ze zeggen te zijn. Eerder toonde ik al aan dat vertegenwoordigers in de traditionele media niet altijd bij de bevolking een concrete achterban hebben.

Ook de selectie van experts die op uitnodiging van de media deelnemen aan het publieke debat, gebeurt niet altijd even nauwkeurig. Wanneer een expert eenmaal in de kaartenbak van een journalist belandt, zal hij steeds vaker opgetrommeld worden om zijn mening te geven over actuele gebeurtenissen, ook al zijn deze maar enigszins verwant aan hun expertise. Zo mogen bij zaken die met internet te maken hebben altijd dezelfde ‘experts’ opdraven om in kranten en op radio en televisie hun mening te geven, terwijl er mede door de wetenschappelijke studies naar nieuwe media er in de loop der jaren genoeg experts zijn opgeleid die zich daadwerkelijk om een specifiek onderdeel van de nieuwe media hebben gespecialiseerd. Zij komen echter zelden aan het woord in de media.

Natuurlijk is het te begrijpen dat een journalist niet alle experts op ieder specifiek gebied in een media-uiting aan het woord kan laten, maar het is inherent dat de keuze voor een journalist om een expert aan het woord te laten, invloed heeft op de manier waarop het debat gevoerd wordt.

De twee verschillende lagen in het publieke debat staan in figuur 5.1 schematisch weergegeven. Onder staat het publieke debat dat gevoerd door de burgers, boven het elitaire semi-publieke debat dat in de traditionele media gevoerd wordt. Dit debat heeft wel invloed op het publieke debat onder de burgers, maar in omgekeerde richting is er nauwelijks interactie mogelijk. Burgers kunnen immers niet direct deelnemen aan het debat dat in de media wordt gevoerd. De discussies tussen burgers zijn met elkaar verbonden doordat burgers in staat zijn om in verschillende omgevingen en met verschillende samenstellingen debatten te voeren.

De kloof wordt gedicht
De situatie verandert drastisch wanneer we in het schematische overzicht de rol van weblogs invullen, zoals gebeurt in figuur 5.2. In plaats van puur top-down hiërarchie van het publieke debat in de traditionele media, ontstaat er een netwerk waarbinnen het debat plaats kan vinden. Hoewel niet iedere politicus, expert, vertegenwoordiger of burger zijn eigen weblog heeft, biedt de nieuwe situatie genoeg mogelijkheden om deel te nemen aan het debat dat wordt gevoerd in de blogosfeer. Doordat er één gezamenlijke sfeer ontstaat waarbinnen het publieke debat kan plaatsvinden in traditionele media, nieuwe media en burgers, kunnen de eisen van Habermas voor een goed functionerende publieke sfeer worden gegarandeerd.

Via deze manier kunnen vervolgens burgers door middel van het debat in weblogs het debat in de traditionele media ‘bijsturen’. Ze krijgen de mogelijkheid om bepaalde zaken op de agenda te zetten wanneer traditionele media deze over het hoofd zien, zoals gebeurde met de affaire rondom Trent Lott. Vergelijkbaar met het nieuws uit hoofdstuk 4 kunnen de traditionele media weblogs gebruiken als bron, deze keer om uit te vinden wat de inhoud is van het publieke debat dat zich afspeelt onder de burgers. Hierdoor kunnen ook politici beter op de hoogte blijven van wat er speelt onder de burgers.

Literatuur in dit hoofdstuk

Habermas, Jürgen. Strukturwandel Der Öffentlichkeit . 1962. The Structural Transformation of the Public Sphere . Cambridge , USA : The MIT Press, 1989.

Habermas, Jürgen. “Öffentlichkeit.” Kultur und Kritik . 1973. “The Public Sphere.” Media Studies: A Reader . Ed. Paul Marris en Sue Thornham. Edinburgh : Edinburgh University Press, 1999.

Habermas, Jürgen. Theorie des Kommunikativen Handelns . Frankfurt am Main : Suhrkamp Verlag, 1981.

Kunneman, Harry en Jozef Keulartz. Rondom Habermas . Amsterdam: Boom, 1985.

Schutte, Bas. The Scanning Crowd . 14 maart 2005. http://www.basschutte.nl/scriptie_thescanningcrowd_bas_schutte_2005.pdf , 6 juli 2005

Thompson, Gary . “Weblogs, warblogs, the public sphere, and bubbles”. Transformations . september 2003. http://transformations.cqu.edu.au/journal/issue_07/article_02.shtml , 14 juli 2005.

Trippi, Joe. The revolution will not be televised . New York : ReganBooks, 2004.

Turkle, Sherry. Life on the Screen . New York : Simon & Schuster, 1995.

Witte, Els. Politiek en democratie . Brussel: VUB-Press, 1990.

Wijnia, Elmine. Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie . 26 augustus 2004. http://elmine.wijnia.com/weblog/archives/scriptie_elminewijnia.pdf , 6 juli 2005.

Voetnoten

  1. Een uitgebreide beschrijving van het werk van de Frankfurter Schule is te vinden in de John Hopkins Guide to Literary Theory & Criticism ( http://www.press.jhu.edu/books/hopkins_guide_to_literary_theory/frankfurt_school.html ).
  2. Dit werk is pas in 1989 in het Engels uitgegeven onder de naam The Structural Transformation of the Public Sphere en is toen pas binnen de academische wereld ‘herontdekt’ als een interessant werk.
  3. Bernice Breure (Geassocieerde Pers Diensten) in onder andere Dagblad Tubantia/Twentsche Courant (6 mei 2003)
  4. Nova – Moslimorganisatie strandt, 4 februari 2004 http://www.novatv.nl/index.cfm?cfid=84984… (9 augustus 2005)
  5. The Amazing Retecool http://www.retecool.com (6 juli 2005)
  6. Retecool Wiki NL – Topicmoord http://wiki.retecool.com/index.php/Topicmoord (6 juli 2005)
  7. Sargasso http://www.sargasso.nl (6 juli 2005), zie met name de categorie EU-Grondwet op http://www.sargasso.nl/index.php?cat=58 (12 augustus 2005)
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *