Waar was de online interactie in het debat tussen Obama en McCain?

Did anyone use MySpace’s MyDebates page, the “official online companion to the Presidential Debates”? Alas, not too many. And it looks like only four questions of the millions submitted online were asked by Tom Brokaw, the event’s moderator. That, plus the pre-agreed rules that prevented the studio audience from asking follow-up questions or even showing emotion, made the “townhall” style presidential debate more like a wax museum animatronic replica of a townhall. What a shame.
(Bron: techPresident – “Townhall” Style Debate a Dot-Bust)

Zo reageerde Micah Sifry, blogger voor techPresident op het presidentiële debat tussen Obama en McCain. Een debat dat in juni werk aangekondigd als

a “landmark partnership” that they claim “will do for the debates what TV did in 1960 for the Nixon Kennedy election.”
(Bron: techPresident – Commission on Presidential Debates Boldly Goes to Web 0.2, Launches a Dud)

Verrassend was het echter niet, Sifry kraakte in juni al de (online) opzet van dit debat: De enige online features tijdens dit debat waren (1) het werd gestreamd via MySpace en (2) burgers konden via internet hun vragen indienen.

Oh and there’s one more bone: “The second Presidential debate, in a Town Hall format, will take place on Tuesday, October 7. ‘MyDebates.org’ will provide the Web platform through which Americans will submit questions which may be presented to the candidates during this event.” I like that use of “may be presented.” We wouldn’t actually want to promise anything, would we?

That’s it. This is pathetic. It’s like saying, “I just bought a synthesizer and all I can think to do with it is play Chopsticks.”

Sifry bespreekt in zijn artikel van vandaag (in antwoord op een vraag van Jose Vargas van de Washington Post) hoe het debat dan wél een mijlpaal in web2.0-politiek had kunnen zijn.

  1. Iedere burger mag vragen stellen aan de kandidaten, maar vooral ook meehelpen om de beste of belangrijkste vragen te filteren. Eén moderator kan geen zes miljoen vragen lezen, laat staan beoordelen.
  2. De kandidaten moeten veel meer tijd krijgen op te spreken. Nu moesten ze antwoorden in negentig seconden, terwijl de kandidaten zelf op het web een speech van zevenendertig minuten of een documentaire van dertien minuten online te gooien.
  3. Het publiek moet direct online gepeild kunnen worden. De dertig zwevende kiezers uit Ohio die CNN tijdens het debat liet meestemmen waren een begin. Waarom niet via allerlei online-middelen zo veel mogelijk kijkers laten meestemmen? Vervolgens moeten de kandidaten deze feedback ook te zien krijgen, zodat ze kunnen zien of hun antwoorden bevredigend zijn of niet.
  4. Er moet een na-debat zijn waarin kijkers en kandidaten meer tijd krijgen om door te gaan op bepaalde onderwerpen die ze interessant vinden. Het publiek kan dan ook de moderators beoordelen.

Ik wil afsluiten met een link naar 10 Questions, een project van techPresident waarin burgers via YouTube vragen konden stellen aan de (toen 17) kandidaten in de voorverkiezingen. De tien belangrijkste vragen werden na een stemronde voorgelegd aan de kandidaten. Jammer alleen dat niet alle kandidaten de moeite namen om de vragen te beantwoorden.

Ik hoop dat voor de volgende verkiezingen in Europa/Nederland er zo’n initatief kan worden opgezet. Iemand vrijwilliger?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *