<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:georss="http://www.georss.org/georss" >

<channel>
	<title>Minitrue.nl &#187; Scriptie</title>
	<atom:link href="http://www.minitrue.nl/blog/category/oude-en-nieuwe-media/onderzoek-en-wetenschap/scriptie-ciw/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.minitrue.nl</link>
	<description>weblog van Jeroen Steeman over nieuwe media en digitale cultuur</description>
	<lastBuildDate>Sun, 07 Dec 2008 22:54:55 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>Beoordeling Blogocratie: 7,5</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/10/17/beoordeling-blogocratie-75/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/10/17/beoordeling-blogocratie-75/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 Oct 2005 10:04:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[Herbert Blanken]]></category>
		<category><![CDATA[Marianne van den Boomen]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/10/17/beoordeling-blogocratie-75/</guid>
		<description><![CDATA[De beoordeling van mijn begeleidster Marianne van den Boomen en tweede lezer Imar de Vries is binnen. Ik heb een 7,5 gekregen voor mijn scriptie. Marianne schrijft in haar mailtje dat ze graag een 8 had gegeven, maar dat er daarvoor nog net wat teveel puntjes een beetje rammelen. Maar met dit cijfer ben ik [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De beoordeling van mijn begeleidster Marianne van den Boomen en tweede lezer Imar de Vries is binnen. Ik heb een 7,5 gekregen voor mijn scriptie. Marianne schrijft in haar mailtje dat ze graag een 8 had gegeven, maar dat er daarvoor nog net wat teveel puntjes een beetje rammelen. Maar met dit cijfer ben ik ook erg tevreden! Ook andere weblogs reageren op mijn scriptie. Een overzicht van de reacties.</p>
<p><strong>Marianne van den Boomen</strong> geeft aan waar de goede en zwakke punten in mijn scriptie zitten:<span id="more-293"></span></p>
<blockquote><p>Beste Jeroen,<br />
Na lang delibereren zijn Imar en ik tot je eindcijfer gekomen. Om maar met de deur in huis te vallen: het is een 7,5 geworden. Ik had je graag een 8 gegund, maar dat zat er helaas toch niet in. Of anders gezegd: het zat er misschien wel in maar het kwam er niet uit.<br />
Sterke punten van je scriptie zijn:<br />
1. het uitbreiden van wat &#8216;politieke betrokkenheid&#8217; is naar je nieuwe concept &#8216;semi-publieke sfeer&#8217;, gebaseerd op een soort mix van 2 soorten Habermas plus noties van virtuele gemeenschappen<br />
2 de uitgewerkte verhouding tussen politiek, publiek en nieuws enerzijds en de dynamiek van weblogs anderzijds<br />
3 je elegante indeling in lichte en zware weblogs<br />
4 je concrete aanbevelingen (zowel beleidsmatig als onderzoeksmatig) aan het eind<br />
5 je scriptie is prettig leesbaar</p>
<p>Dat de 8 er niet uitkwam, heeft vooral te maken met &#8216;het academischeniveau&#8217;, wat ik meestal nonchalant &#8216;uitbraden&#8217; noem. Dat zit &#8216;m zowel inpuntjes op de i als in een diepere inbedding in wat er zoal in hetacademische veld over media en politiek wordt beweerd. Voorbeelden vanwaar het een onsje meer kon zijn:</p>
<ul>
<li> de historisering van Habermas. Die analyseerde echt uitgebreid een teloorgang van de publieke sfeer sinds de 20ste eeuw; daar wandel je te gemakkelijk over heen (alleen in termen van dat er iets iets veranderd wat betreft representatie), waardoor het &#8216;weer&#8217; uit je titel in een academisch vacuum blijft hangen.</li>
<li>de 2 soorten Habermas (over ideale gespreksituatie en publieke sfeer) worden nog steeds te snel over elkaar heen gelegd</li>
<li>Castells mediacratie vs jouw blogocratie komt niet meer expliciet terug. Dat komt ook omdat je conclusiehoofdstuk bestaat uit enerzijds samenvattingen van eerdere hoofdstukken en anderzijds aanbevelingen. Er ontbreken analyserende tussenstukken waar je de samenvattingen naar een metaniveau trekt, om ze van daaruit te verbinden met je aanbevelingen.</li>
</ul>
<p>De opmerking van iemand op retecool die zich afvroeg waarom je scriptiebegeleider de hoofdvraag: &#8216;Kunnen weblogs de burgers bij politiek betrekken?&#8217; heeft goedgekeurd, trek ik mij aan. Inderdaad, een grove fout van mij, overheen gelezen &#8211; een kwalitatief onderzoek kan nooit een dichotome ja-nee vraag als leidraad hebben. Dat had geherformuleerd moeten worden in termen van &#8216;In hoeverre of onder welke omstandigheden kunnen weblogs burgers bij de politiek betrekken?&#8217; Hoewelje beantwoording wel degelijk genuanceerd is en zeker ook ingaat op dat&#8217;in hoeverre&#8217;, had ik daar beter boven op moeten zitten. (Wellicht zouden dan vanzelf je conclusies ook in minder rechtlijnige ja-bewoordingen geformuleerd zijn.)</p>
<p>Hoe dan ook, het blijft een scriptie waar je trots op kunt zijn, een visitekaartje waarmee je goed voor de dag kan komen in sollicitatiesituaties!<br />
Zal ik dit bericht over je cijfer ook op je weblog zetten? Of heb je dat liever niet?</p>
<p>met vriendelijke groeten,<br />
Marianne van den Boomen</p></blockquote>
<p><!--more--><br />
Herbert Blanken schrijft op <a href="http://www.henkblanken.nl/?p=105" target="_blank">MediaBlog</a> uitgebreid over Blogocratie:</p>
<blockquote><p>Steeman sleept de Duitse filosoof Habermas erbij om althans theoretisch aan te tonen dat weblogs zelfs beter dan oude media in staat zijn het debat te laten floreren. Om prompt op te roepen tot meer onderzoek &#8211; kennelijk voelt hij ook wat nattigheid. Want massaal is het weerwoord van de bloggers nog lang niet.<br />
Er zit ergens een zwakke steek in zijn betoog. Zonder het hier te kunnen beredeneren vermoed ik dat Steeman er net iets te gemakkelijk vanuit gaat dat belangwekkende logs van onbekende bloggers vanzelf boven komen drijven. Zo efficient is de blogosphere nog niet. Dat kan veranderen, dankzij technologie vooral, maar garanties zijn er niet.<br />
Bedenk dat in de eerste tien jaar van het web de middelpuntzoekende kracht sterker bleek dan de middelpuntvliedende. Ik bedoel dit: hoewel het net het platform bij uitstek bleek voor een versplintering in de media, zijn er ook op het net massamedia ontstaan. En mijn indruk is dat het gemeenschappelijk bereik van de grootste media op het net sneller groeit dan de versplintering het bereik uiteen jaagt.<br />
Bron: MediaBlog &#8211; <a href="http://www.henkblanken.nl/?p=105" target="_blank">Bloggers zijn goed voor de politiek</a></p></blockquote>
<p>Ook <a href="http://www.mediafact.nl/comments.php?id=10096_0_1_0_C" target="_blank">Marketingfacts</a>, <a href="http://www.hansonexperience.com/my_weblog/2005/10/weblogs_brengen.html" target="=_blank">Hans on Experience</a>, <a href="http://www.aboutblank.nl/pivot/entry.php?id=709" target="_blank">About:blank</a>, <a href="http://brechtjesblogje.blogspot.com/2005/10/heee.html" target="_blank">BrechtjesBlogje</a>, <a href="http://destemvan.net/Algemeen/Algemeen/Weblogs_brengen_politiek_dichter_bij_de_burger/" target="_blank">Destemvan.nl</a>, <a href="http://www.sargasso.nl" target="_blank">Sargasso</a> en natuurlijk <a href="http://retecool.com/dieper_comments.php?id=11160_0_30_0_M" target="_blank">Retecool</a> en <a href="http://www.ochblog.com/?p=61#more-61" target="_blank">Ochblog</a> al eerder, schreven over mijn scriptie. Bedankt! Ook dank aan iedereen die me via de e-mail of de reacties heeft gefeliciteerd.</p>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/herbert-blanken/" title="Herbert Blanken" rel="tag">Herbert Blanken</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/marianne-van-den-boomen/" title="Marianne van den Boomen" rel="tag">Marianne van den Boomen</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/weblogs/" title="weblogs" rel="tag">weblogs</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/10/17/beoordeling-blogocratie-75/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Scriptie Blogocratie online</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/10/13/scriptie-blogocratie-online/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/10/13/scriptie-blogocratie-online/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Oct 2005 09:38:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[CIW]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Retecool]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/10/13/scriptie-blogocratie-online/</guid>
		<description><![CDATA[Eindelijk is het dat zover. Mijn scriptie over weblogs en politiek, &#8216;Blogocratie&#8217;, is bijna beoordeeld. Reden voor mij om de scriptie online te publiceren. De scriptie is zowel in html te lezen, als te downloaden in pdf via http://www.minitrue.nl/blogocratie. Retecool had gister om half twaalf al de primeur omdat Google zo verdraaid snel was met [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Eindelijk is het dat zover. Mijn scriptie over weblogs en politiek, &#8216;Blogocratie&#8217;, is bijna beoordeeld. Reden voor mij om de scriptie online te publiceren. De scriptie is zowel in html te lezen, als te downloaden in pdf via <a href="http://www.minitrue.nl/blogocratie">http://www.minitrue.nl/blogocratie</a>.<br />
<a href="http://retecool.com/dieper_comments.php?id=11160_0_30_0_M" target="_blank">Retecool</a> had gister om half twaalf al de primeur omdat Google zo verdraaid snel was met indexeren. Dat wordt nog eens wat met die weblogs.<br />
Hieronder staat een kort persbericht over het onderzoek, waarin ik in het kort de uitkomsten bespreek. De komende dagen zal ik steeds hoofdstukken uit mijn scriptie uitlichten en uitgebreider bespreken.</p>
<p><strong>&#8220;Weblogs brengen politiek dichter bij de burger&#8221;</strong></p>
<p>Dat is de uitkomst van het afstudeeronderzoek waarmee Jeroen Steeman, student Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de Universiteit Utrecht op 21 oktober afstudeert. In de relatie tussen burgers en politici spelen media een uiterst belangrijke rol. Maar door de vercommercialisering van de traditionele media als televisie, radio en kranten verliezen de burgers het vertrouwen in de politiek. Het onderzoek naar weblogs en politiek wijst uit dat weblogs &#8211; zowel van politici, als van niet-politici &#8211; deze trend kunnen keren.<span id="more-292"></span></p>
<p>Het onderzoek gaat nader in op de verschillende kenmerken die weblogs kunnen hebben in politieke communicatie. Het gaat hierbij om weblogs als nieuwsmedium, als discussieplatform en als plaats voor het herbergen van een virtuele gemeenschap. Al deze drie functies hebben verschillende consequenties in de communicatie tussen politici en burgers.</p>
<p>Ten eerste zorgen weblogs ervoor dat er meer mogelijkheden ontstaan voor burgers om politiek nieuws te publiceren. Ze zijn niet meer afhankelijk van traditionele media om belangrijk nieuws naar buiten te brengen. Weblogs democratiseren het nieuws. Iedereen kan immers een weblog openen en gaan schrijven, maar een weblog kan ook potentieel door iedereen gelezen worden. Hierdoor zijn burgers in staat om rondom één politiek onderwerp verschillende invalshoeken te lezen en zo de mogelijke vervorming van het nieuws door traditionele media en politici zelf te omzeilen.</p>
<p>Deze democratisering van het nieuws zorgt er ten tweede ook voor dat burgers kunnen participeren in het publieke debat. Een weblog is uitstekend geschikt om op te discussiëren. Dat kan doordat bezoekers reageren onder een bericht op één weblog, maar dat kan ook doordat verschillende webloggers ieder op hun eigen weblogs met elkaar in discussie gaan. Vervolgens kunnen ook politici zich in dit debat mengen, wederom zonder tussenkomst van traditionele media.</p>
<p>Tenslotte zijn politici door weblogs in staat om een actieve virtuele gemeenschap van lezers te vormen. Deze virtuele gemeenschap van trouwe lezers kan vervolgens gevraagd worden om online of offline actie te ondernemen. De persoonlijke netwerken van de leden van een gemeenschap kunnen er voor zorgen dat meer mensen zich gaan interesseren voor deze weblogs en zo dus voor meer aandacht voor politiek zorgen.</p>
<p>Om te voelen hoe het is om met &#8216;de poten in de modder te staan&#8217; heeft Jeroen Steeman tijdens zijn onderzoek regelmatig proefhoofdstukken van zijn scriptie gepubliceerd op zijn eigen weblog, Minitrue.nl. Daar schrijft hij af en toe over interessante onderwerpen rondom weblogs en politiek, maar ook over willekeurige zaken die hij interessant vindt.</p>
<p>De scriptie heeft als titel Blogocratie en is online zowel in html als in pdf gepubliceerd op <a href="http://www.minitrue.nl/blogocratie">http://www.minitrue.nl/blogocratie</a>. Neem voor meer informatie contact op via het <a href="http://www.minitrue.nl/email.php">e-mailformulier</a>.</p>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/ciw/" title="CIW" rel="tag">CIW</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/politiek/" title="politiek" rel="tag">politiek</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/retecool/" title="Retecool" rel="tag">Retecool</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/weblogs/" title="weblogs" rel="tag">weblogs</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/10/13/scriptie-blogocratie-online/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Scriptie bijna klaar!</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/09/16/scriptie-bijna-klaar/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/09/16/scriptie-bijna-klaar/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Sep 2005 11:47:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/09/16/scriptie-bijna-klaar/</guid>
		<description><![CDATA[Ja mensen, na meer dan een jaar is ie dan bijna klaar: mijn scriptie over weblogs en politiek. Op dit moment lees ik de laatste proefversie nog één keer door om de laatste schrijffoutjes eruit te vissen. Daarna gaat-ie naar de copyshop en dan kan ik maandag m&#8217;n hele examendossier inleveren. En dan nog een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ja mensen, na meer dan een jaar is ie dan bijna klaar: mijn scriptie over weblogs en politiek. Op dit moment lees ik de laatste proefversie nog één keer door om de laatste schrijffoutjes eruit te vissen. Daarna gaat-ie naar de copyshop en dan kan ik maandag m&#8217;n hele examendossier inleveren. En dan nog een maandje wachten op de uitslag. Spannend!</p>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/09/16/scriptie-bijna-klaar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofdstuk 6 &#8211; Gemeenschapsgevoel, versie 0.1</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/08/21/hoofdstuk-6-gemeenschapsgevoel-versie-01/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/08/21/hoofdstuk-6-gemeenschapsgevoel-versie-01/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Aug 2005 14:45:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[Anita Blachard]]></category>
		<category><![CDATA[gemeenschapsgevoel]]></category>
		<category><![CDATA[Howard Dean]]></category>
		<category><![CDATA[Howard Rheingold]]></category>
		<category><![CDATA[Joe Trippi]]></category>
		<category><![CDATA[online community's]]></category>
		<category><![CDATA[Quentin Jones]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/08/21/hoofdstuk-6-gemeenschapsgevoel-versie-01/</guid>
		<description><![CDATA[Het einde komt in zicht! Dit is de eerste versie van het laatste echte hoofdstuk. Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of weblogs in staat zijn om een virtuele politieke gemeenschap te vormen. Het hoofdstuk is als PDF (251 kB) te downloaden en hieronder in gewone tekst te lezen. Hoofdstuk 6 &#8211; Gemeenschapsgevoel Jeroen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het einde komt in zicht! Dit is de eerste versie van het laatste echte hoofdstuk. Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of weblogs in staat zijn om een virtuele politieke gemeenschap te vormen. Het hoofdstuk is als <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie/hoofdstuk6-01.pdf" target="_blank">PDF</a> (251 kB) te downloaden en hieronder in gewone tekst te lezen.<span id="more-274"></span></p>
<h2 class="titel">Hoofdstuk 6 &#8211; Gemeenschapsgevoel</h2>
<p>Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)<br />
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur &#8211; UniversiteitUtrecht<br />
Versie 0.1: zondag 21 augustus 2005<br />
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geen rechten worden ontleend.</p>
<p>Wanneer burgers en politici op het internet virtueel bij elkaar komen om te debatteren, kunnen we dan spreken over het vormen van een gemeenschap? Dit hoofdstuk gaat nader in op deze vraag, de mogelijkheden van het vormen van een virtuele gemeenschap op weblogs en de kansen die dat biedt voor politici.</p>
<h3 class="subtitel">6.1 Virtuele gemeenschappen</h3>
<p>Howard Rheingold is een van de eersten die zich bezig heeft gehouden met virtuele gemeenschappen. In zijn boek <em>The Virtual Community</em> (1993) vertelt Rheingold over zijn eigen ervaringen in de WELL, een van de eerste plekken waar mensen elkaar online konden treffen. De WELL (afkorting van <em>Whole Earth &#8216;Lectronic Link</em>) is in 1985 opgericht in Californië met als doel om de schrijvers en lezers van het tijdschrift <em>Whole Earth Review</em> met elkaar te laten communiceren. Mensen kregen toegang tot het netwerk door direct in te bellen naar de server van de WELL en konden daar terecht in discussiegroepen en konden elkaar e-mails sturen. <a class="ref" href="#_ftn1">1</a></p>
<p>Aan de hand van de WELL beschrijft Rheingold al in de introductie van zijn boek de definitie van virtuele gemeenschappen zoals hij die verder gebruikt.</p>
<blockquote><p><em>Virtual communities</em> are social aggregations that emerge from the Net when enough people carry on those public discussions long enough, with sufficient human feeling, to form webs of personal relationships in cyberspace.<br />
(Rheingold 1993, cursief van de auteur)</p></blockquote>
<p>Rheingold legt hier uit dat virtuele gemeenschappen (virtual communities in het Engels) sociale bijeenkomsten zijn die ontstaan op het Net wanneer genoeg mensen lang genoeg publieke discussies volgen, met genoeg &#8220;menselijk gevoel&#8221;. Het resultaat zijn dan de netwerken van persoonlijke relaties in cyberspace. Al hoewel deze definitie regelmatig in andere wetenschappelijke artikelen wordt gebruikt (Jones 1997), zitten er wat haken en ogen aan deze definitie.</p>
<p>Het is bijvoorbeeld onduidelijk of een virtuele gemeenschap zich nu op één concrete (internet)plaats bevindt en zijn de begrippen &#8216;sociale bijeenkomsten&#8217; en &#8216;netwerken van persoonlijke relaties&#8217; onduidelijk en gedeeltelijk overlappend. Overigens kunnen wetenschappers het tot op de dag van vandaag nog niet eens worden over de definitie van gemeenschap in het algemeen (Jones 1997, Van den Boomen 2000).</p>
<p><strong>Virtuele nederzettingen</strong><br />
Quentin Jones constateert in zijn artikel <em>Virtual-Communities, Virual Settlements &amp; Cyber-Archaeology: A Theoretical Outline</em> (1997) dat er een devaluatie optreedt van de term virtuele gemeenschap doordat het regelmatig wordt gebruikt zonder de betekenis ervan goed te onderbouwen. Uiteraard doet Jones een poging om deze devaluatie te stoppen. Hiervoor ontwikkelt hij het begrip <em>virtual settlement</em>, of virtuele nederzetting. Met deze term wordt alleen de plaats van een virtuele groep aangeduid, zonder dat we al spreken van een gemeenschap. Een virtuele nederzetting heeft alleen betrekking op de technische voorwaarden van een &#8216;virtuele plek&#8217; waar groepen elkaar kunnen ontmoeten. In zijn artikel stelt Jones een aantal eisen aan een virtuele nederzetting:</p>
<ul>
<li><strong>Een minimum aan interactiviteit:</strong> Een virtuele nederzetting bestaat bij de gratie van interactiviteit, de communicatie is de basis van de groep. Door een minimum te stellen kunnen een aantal gevallen van CMC (computergemedieerde communicatie) worden uitgesloten. Een mailinglist waarvan de geabonneerden alleen mail ontvangen en niet kunnen reageren valt dus niet onder de definitie van een virtuele nederzetting</li>
<li><strong>Meer dan twee deelnemers:</strong> Deze conditie komt voort uit de eerste. Interactiviteit kan immers alleen mogelijk zijn wanneer er meer dan één deelnemer is. Jones stelt zelfs dat er meer dan twee deelnemers moeten zijn voordat we kunnen spreken van groepscommunicatie. Hierdoor kan bijvoorbeeld het raadplegen van een database worden uitgesloten van de definitie.</li>
<li><strong>Gemeenschappelijke publieke ruimte waarin een significant deel van de communicatie zich afspeelt:</strong> Het ligt voor de hand dat de sociale interactie binnen een groep voor alle groepsleden toegankelijk moet zijn. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat deze plek wordt aangeduid door woorden als <em>space</em> of ruimte. Jones stelt ook dat deze ruimte een grens moet hebben, afgebakend door het onderwerp dat de groep bindt. Een complete verzameling <em>Usenet</em>-nieuwsgroepen is geen virtuele nederzetting, een individuele nieuwsgroep of een verzameling nieuwsgroepen over hetzelfde onderwerp is dat weer wel.</li>
<li><strong>Een minimum aan &#8216;vaste&#8217; deelnemers:</strong> Om een groep te behouden moet er een minimum aantal basisdeelnemers zijn, anders sterft de groep af. Van belang hierbij is ook de vastigheid van de deelnemers om te voorkomen dat er een groot verloop in de groep ontstaat.</li>
</ul>
<p>Op basis van deze kenmerken kan volgens Jones een virtuele nederzetting herkend worden. Hoewel hij stelt dat de concepten van een virtuele nederzetting en een virtuele gemeenschap gescheiden zijn, merkt hij wel op dat wanneer er een virtuele nederzetting is gevonden, er bewijs is voor het bestaan van een virtuele gemeenschap. Aan het eind van zijn artikel merkt Jones even kort op dat sociale gevoelens en relaties helpen bij het onderscheiden van een virtuele gemeenschap van een virtuele groep, maar hij laat het na om dit concept verder uit te werken. (Jones 1997)</p>
<p><strong>Sense of community</strong><br />
Juist op het punt van sociale gevoelens en relaties heeft Anita Blanchard het artikel van Jones bij de achilleshiel te pakken. Ze stelt in haar artikel <em>Blogs as Virtual Communities</em> (2004) dat deze sociale gevoelens niet zomaar een alleen een terloopse opmerking waard zijn, maar dat ze een substantieel onderdeel uitmaken van een virtuele gemeenschap. Ze definieert deze sociale gevoelens binnen een groep als <em>sense of community</em> of gemeenschapsgevoel. Dit gemeenschapsgevoel is het essentiële onderdeel dat een groep in een virtuele nederzetting maakt tot een virtuele gemeenschap. Zonder gemeenschapsgevoel kan er geen gemeenschap bestaan.</p>
<p>De sociaalwetenschappelijke term sense of community werd voor het eerst grondig uitgewerkt door McMillan en Chavis in het artikel <em>Sense of Community: A definition and Theory</em> (1986). Zij stellen dat het vormen van een gemeenschapsgevoel bij personen afhankelijk is van vier factoren:</p>
<ul>
<li><strong>Gevoel van lidmaatschap: </strong> Deelnemers moeten het gevoel hebben dat ze zichzelf hebben ingezet om lid te worden van de gemeenschap. Ze voelen dat ze bij de gemeenschap horen en dat ze zich identificeren met de gemeenschap.</li>
<li><strong>Gevoel van invloed: </strong> Deelnemers moeten het gevoel hebben dat ze invloed hebben op de gemeenschap, maar ook dat ze worden beïnvloed door anderen in de gemeenschap.</li>
<li><strong>Integratie en het voldoen aan behoeftes: </strong> Deelnemers moeten het gevoel hebben dat ze worden ondersteund door anderen in de gemeenschap en dat ze zelf anderen in de gemeenschap kunnen ondersteunen.</li>
<li><strong>Gedeelde emotionele verbinding: </strong> Deelnemers moeten het gevoel hebben dat ze een gemeenschappelijke achtergrond hebben en dat er een &#8216;spirit&#8217; of groepsgeest bestaat in de gemeenschap. McMillan en Chavis geven toe dat deze beschrijving erg vaag is, maar benadrukken dat het wel een belangrijk element is. (McMillan en Chavis 1986, p. 9-14)</li>
</ul>
<p>Deze factoren zijn wel afzonderlijk aangetoond in wetenschappelijk onderzoek naar virtuele gemeenschappen (Blanchard 2004), maar er is nog geen onderzoek gedaan naar al deze factoren gezamenlijk om daadwerkelijk een gemeenschapsgevoel aan te tonen binnen een virtuele gemeenschap.</p>
<h3 class="subtitel">6.2 Zijn weblogs virtuele gemeenschappen?</h3>
<p>Nu we hebben vastgesteld dat virtuele groepen moeten voldoen aan een aantal technische en sociale eisen voordat we het virtuele gemeenschappen kunnen noemen, is het tijd om te onderzoeken of weblogs in staat zijn om virtuele gemeenschappen te kunnen vormen.</p>
<p>De eerste stap die we moeten nemen is het onderzoeken of weblogs überhaupt gezien kunnen worden als virtuele nederzetting, de plaats waarop de virtuele gemeenschap zich kan ontwikkelen.</p>
<p><strong>Virtuele nederzettingen </strong><br />
Een van de eisen die Jones stelt aan een virtuele nederzetting is dat een significant deel van de communicatie zich in een gemeenschappelijke publieke ruimte moet afspelen. Efimova en Hendrick merken in hun onderzoek naar de grenzen van webloggemeenschappen (2004) terecht op dat we ons hier niet persé moeten concentreren op één weblog als plaats, maar dat ook een groep weblogs in een eigen blogosfeer een nederzetting kunnen vormen.</p>
<blockquote><p>It became clear at an early stage that the linear way of researching online community would not be sufficient as community participation in weblog networks is not located in one place, but distributed both on individual weblogs, as well as in the <em>space between </em> the personal weblogs.<br />
(Efimova en Hendrick 2004, cursief van de auteurs)</p></blockquote>
<p>Aan de ene kant kan één specifiek weblog mogelijk de plaats van een virtuele nederzetting zijn, en aan de andere kant kan een groep van individuele bloggers een blogosfeer creëren die als geheel kan dienen als plaats voor de virtuele nederzetting.</p>
<p>Een tweede vereiste aan een virtuele nederzetting is een minimum aan interactieve mogelijkheden. Hier moeten we meteen onderscheid maken tussen lichte en zware weblogs. Zware weblogs bieden de mogelijkheid tot het plaatsen van reacties en maken gebruik van trackbacks en blogrolls. Hier is dus zeker sprake van genoeg interactiemogelijkheden. Bij lichte weblogs zal het een stuk moeilijker, zo niet onmogelijk zijn om dit minimum te behalen.</p>
<p>Ten derde moet een virtuele nederzetting meer dan twee deelnemers hebben. Wederom biedt een zwaar weblogs deze mogelijkheid, mits er natuurlijk genoeg bezoekers reageren. Een licht weblog kan desondanks onderdeel uitmaken van een groep van bloggers die in hun artikelen naar elkaar linken, iets wat natuurlijk ook bij een zwaar weblog het geval kan zijn.</p>
<p>Tenslotte moet er een vaste basis van groepsleden bestaan binnen een weblog of een groep van weblogs. Net als bij de andere eisen moet deze eis getoetst worden aan een concrete groep. Het kan voorkomen dat een weblog of een groep webloggers een &#8216;harde kern&#8217; van leden heeft, maar dat hoeft niet persé in alle gevallen zo te zijn.</p>
<p><strong>Gemeenschapsgevoel bij het Julie/Julia Project </strong><br />
Hierboven hebben we vastgesteld dat een weblog potentieel een virtuele nederzetting kan herbergen. Aan de eisen die Jones stelt kan door een weblog voldaan worden, hoewel zware weblogs eerder aan de eisen zullen voldoen dan lichte weblogs. De volgende stap is het ontdekken van een gemeenschapsgevoel bij weblogs.</p>
<p>Blanchard heeft zich bij haar onderzoek gericht om één weblog, het <em>Julie/Julia Project</em>, <a class="ref" href="#_ftn2">2</a> waarin Julia probeert om alle 536 recepten uit <em>Mastering the Art of French Cooking </em> van kooklegende Julia Child in een jaar te koken. Het weblog kreeg meer dan zevenduizend hits in de drukste periode en tientallen reacties van lezers per bericht.</p>
<p>De lezers werden door Blanchard gevraagd om online een vragenlijst in te vullen. Deze vragenlijst was direct afgeleid van de aanbevelingen die McMillan en Chavis doen in hun artikel. Daarin bieden ze een empirische methode om het gemeenschapsgevoel in gemeenschappen letterlijk &#8216;te meten&#8217;.</p>
<p>Aan de hand van de resultaten concludeert Blanchard dat er een licht gemeenschapsgevoel bestaat onder de lezers van het weblog. Maar aan de hand van de opmerkingen bij de enquête stelt Blanchard dat er wel sprake is van een hechte gemeenschap. Het blijkt dat vooral de actieve reageerders op het weblog een gemeenschapsgevoel heerst, terwijl de <em>lurkers</em>, lezers die niet reageren, deze gevoelens niet hebben.</p>
<blockquote><p>Yet, it lacked a large enough group of people who considered it a virtual community. Without a critical mass of engaged, connected, and attached participants, its survival depended primarily on the blog author alone. Clearly, there must be a large enough subset of the members who have a strong enough sense of community for a virtual group to cross over to a virtual community.<br />
(Blanchard 2004)</p></blockquote>
<p>Blanchard concludeert dat de meerderheid van de bezoekers het weblog niet zagen als een gemeenschap en dat hierdoor de schrijver van het weblog de enige persoon bleef die de groep bij elkaar hield. Nadat zij stopte met schrijven (ze had alle recepten geprobeerd), viel de groep lezers dan ook snel uit elkaar. (Blanchard 2004)</p>
<p>Jammer genoeg gaat Blachard niet nader in op de factoren van het gemeenschapsgevoel zoals McMillan en Chavis de bespreken in hun artikel, maar blijft ze steken in het kwantitatieve onderzoek, zonder zelf het onderzoek verder te verdiepen. Daarnaast is het de vraag of het terecht is om de lurkers mee te nemen in dit onderzoek, aangezien zij vaak alleen de posting van de blogger lezen en het commentaar van andere lezers overslaan.</p>
<p>De factoren van het gemeenschapsgevoel kunnen veel beter gebruikt kunnen worden in een kwalitatief onderzoek waarin een mogelijke gemeenschap veel beter onder de loep genomen komen worden en waarin meer aandacht is voor de eisen zoals McMillan en Chavis die bespreken in hun onderzoek. Een vereiste is dan wel dat de onderzoeker zich grondig moet verdiepen in de ontwikkeling van de groep en haar leden.</p>
<p><strong>Gemeenschapsgevoel bij Retecool</strong><br />
Dat er wel degelijk een echte virtuele gemeenschap kan ontstaan op een weblog, wil ik aantonen aan de hand van een kleine analyse van het weblog <em>Retecool<a class="ref" href="#_ftn3">3</a></em>, een weblog dat ik zelf al jaren zeer grondig bestudeer en waarop ik af en toe zelf ook reageer. Op basis van deze participerende observatie zal ik in het kort de vier aspecten van gemeenschapsgevoel van McMillan en Chavis bespreken zoals die op <em>Retecool </em> voorkomen. Voor de overzichtelijkheid zijn links naar de voorbeelden in voetnoten opgenomen.</p>
<ul>
<li><strong>Gevoel van lidmaatschap: </strong> De reaguurders (zoals regeerder op Retecool genoemd worden.) op Retecool hebben de mogelijkheid om zichzelf te registreren met een <em>nickname</em>. Deze naam komt dan automatisch onder iedere reactie te staan. Ook krijgt een reaguurder een persoonlijke pagina waarop hij enkele gegevens over zichzelf kan publiceren. Tenslotte biedt de ReteWiki (de wiki-pagina van Retecool) de reaguurders de mogelijkheid om een eigen pagina meer over zichzelf te vertellen. Een voorbeeld uit de wikipagina over bezoeker Sha-baz.<br />
<blockquote><p>Wordt door sommigen verweten te lijden aan grootheidswaanzin. E.e.a. doordat hij in diverse discussies heeft beweerd eigenlijk god te zijn. Sha-baz was tevens één van de eerste negers die zich ooit registreerde op Stormfront. Hij verwierf onder andere eeuwige roem door de wereld het beroemde *plop* commenticon <a class="ref" href="#_ftn4">4</a> te schenken in dit topic.<br />
Sha-baz wordt er van verdacht een Retecool GoldMember te zijn, want hij kan openlijk w00ten <a class="ref" href="#_ftn5">5</a> in de reactiepanelen. Bovendien zijn er recente reacties van hem opgedoken in topics waarvan het reactiepaneel reeds maanden geleden is verwijderd. <a class="ref" href="#_ftn6">6</a></p></blockquote>
</li>
<li><strong>Gevoel van invloed: </strong> Alle reaguurders mogen na elke <em>Fotofuck Vrijdag </em> (waarin wordt gephotoshopt rondom een thema) stemmen wie de beste <em>fotofuck </em> heeft gemaakt en wie de winnaar is. Daarnaast spreken de reaguurders elkaar aan op onwenselijk gedrag. In de posting <em>Uncyclopedia</em>, waarin een nep-encyclopedie wordt besproken, merkt Blues in reactie op Diego del Pantalon op dat het niet nodig is om leuke berichten helemaal over te nemen, een linkje plaatsen is genoeg. Deze raad wordt meteen opgevolgd door andere reaguurders. <a class="ref" href="#_ftn7">7</a></li>
<li><strong>Interactie en het voldoen aan behoeftes: </strong> Om vervelende spammers terug te pakken ontwikkelde reaguurder en redactielid Blues samen met andere reaguurders de <em>Braatolizer </em>. Dat is een applicatie waarmee spammers teruggepakt kunnen worden voor hun ongevraagde mailtjes. De applicatie zorgt ervoor dat deze spammers automatisch een enorme hoeveelheid aan valse gegevens teruggestuurd krijgen. Hun database raakt vervuild en ze kunnen echte klanten niet meer onderscheiden van de onechte. Hierdoor wordt de database met klantgegevens waardeloos en heeft de spam geen nut meer. <a class="ref" href="#_ftn8">8</a> Wanneer een blogger op Retecool vraagt aan de lezers om hun Braatolizer op te starten, dan wordt daar meestal massaal gehoor aan gegeven. Vaak raakt hier niet alleen de database van de spammer door vervuilt, maar begeeft zelfs de server van de spammer het en is de website voor niemand meer te bereiken.</li>
<li><strong>Gedeelde emotionele verbinding: </strong> McMillan en Chavis noemen onder andere een gedeelde geschiedenis een gedeelde emotionele verbinding. Bekende voorvallen die alle reguurders op Retecool kennen zijn er volop. Om deze verhalen te bewaren heeft Reet, de oprichter van Retecool besloten om de ReteWiki in het leven te roepen. Hierop wordt de gedeelde geschiedenis van het weblog Retecool en haar reaguurders bijgehouden. Zoals de hoofdpagina van de ReteWiki zelf meldt:<br />
<blockquote><p>Lees hier waar bepaalde kreten en uitspraken vandaan komen en hoe ze zijn ontstaan, waarom sommige personen legendarisch zijn, wanneer de legendarische Blues&#8217; Braatolizer is ontstaan, hoe het nou eigenlijk zit met Foto Fuck Vrijdag, hoe het komt dat Betsy en OB altijd ruzie hebben en alle andere wetenswaardigheden, gebeurtenissen en evenementen die te maken hebben met Retecool. <a class="ref" href="#_ftn9">9</a></p></blockquote>
</li>
</ul>
<p>Aan de hand van deze kleine casestudy heb ik laten zien dat er op het weblog Retecool zeker gesproken kan worden over een gemeenschapsgevoel, gemeten aan de criteria van McMillan en Chavis. Een kanttekening die hierbij geplaatst moet worden is dat niet alle voorbeelden direct uit het weblog en haar commentaar afkomstig zijn, maar ook uit de ReteWiki. Het is echter wel duidelijk dat het weblog de spil is waar het allemaal om draait in deze gemeenschap. In de reacties ontstaan ideeën die later in de ReteWiki of elders uitgewerkt worden. Het ontstaan van deze &#8216;spin-offs&#8217; zorgt ervoor dat de eisen van McMillan en Chavis worden bevestigd en hierdoor wordt het functioneren van het weblog als virtuele gemeenschap benadrukt.</p>
<h3 class="subtitel">6.3 De open source-campagne van Howard Dean</h3>
<p>Wat kunnen politici nu met het gegeven dat weblogs tools zijn om virtuele gemeenschappen te creëren? De campagne van de Amerikaanse Democratische presidentskandidaat Howard Dean heeft laten zien hoe zo&#8217;n virtuele gemeenschap enorme effecten kan hebben op het verloop van verkiezingscampagnes. De campagnemanager van Howard Dean, Joe Trippi schrijft er vol vuur over in zijn boek <em>The Revolution will not be televised </em> (2004).</p>
<p><strong>Democratische voorverkiezingen</strong><br />
Howard Dean was in 2002 gouverneur van de kleine en onopvallende staat Vermont in de Verenigde Staten. Hij besloot om mee te doen aan de voorverkiezingen om de Democratische presidentskandidaat te kiezen die het in 2004 zou moeten opnemen tegen president George W. Bush in de presidentsverkiezingen. Desondanks de enorme achterstand op zijn concurrenten aan het begin, werd Dean een van de serieuze kanshebbers om gekozen te worden tot de officiële presidentskandidaat van de Democraten.</p>
<p>Aan het begin van de race was de campagne van Howard Dean slechts een voetnoot vergeleken met de oorlogsmachines die andere kandidaten waaronder John Kerry hadden draaien. De campagne werd georganiseerd door slechts zeven personen, inclusief de gouverneur zelf, in een klein kantoor boven een café in Burlington in Vermont. In schoenendozen zaten briefjes met daarop negenduizend namen van mogelijke aanhangers, de &#8220;Friends of Howard&#8221;. De bekendheid van Howard Dean in de staten waar de voorverkiezingen het eerst gehouden werd, was minimaal. (Trippi 2004)</p>
<p>Omdat de campagne zo hopeloos achterlag op de concurrenten besloten Dean en Trippi om de campagne compleet anders op te zetten. Ze wilden de campagne decentraliseren. Daarmee wilden ze niet langer de campagne beheersen vanuit een centrale commandopost, maar opdelen in verschillende stukken die hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Ze wilden een <em>virale </em> campagne opzetten, waarbij een persoon twee anderen overtuigd, die op hun beurt ook weer mensen overtuigen, enzovoorts.</p>
<p>Het ultieme middel om deze campagne op te zetten was bijna vanzelfsprekend het internet. Campagnemanager Trippi had naast zijn werk in de politiek altijd oog gehad voor de ontwikkelingen van het internet. Al in 1984 sprak hij over een vroege versie van het internet en hoe die de politiek zou veranderen, collega&#8217;s verklaarden hem voor gek.</p>
<p>Opmerkelijk genoeg was het niet alleen het feit dat de Deancampagne het internet omarmde, min of meer tegelijkertijd ontstonden er al op het internet groepen die zich schaarden achter de campagne van Dean. Al in januari 2003, zonder dat er iets van betekenis in de campagne was gebeurd, ontdekte een blogger dat er al een paar honderd Dean-aanhangers elkaar regelmatig troffen in cafés. Deze bijeenkomsten werden afgesproken op de net geopende internetsite <em>Meetup</em>. <a class="ref" href="#_ftn10">10</a> In een reactie hierop plaatste de webmaster van de campagne een link naar <em>Meetup </em> op de site van de campagne. Kort daarna bleken er al een kleine drieduizend mensen lid te zijn van lokale Dean-groepen, uiteindelijk zouden de groepen uitgroeien tot 190.000 leden.</p>
<p>In de lente die volgde meldden steeds meer mensen zich bij het hoofdkwartier van de campagne in Burlington om mee te helpen met de campagne. Joe Trippi nam meteen een aantal personen aan die zich al hadden bewezen door op hun eigen weblog te schrijven over de campagne.</p>
<p><strong>De stap naar open source</strong><br />
Belangrijk was dat door middel van het weblog, de campagne in staat was om direct de mening van alle volgers te vragen wanneer de campagne een nieuw idee had opgedaan. Zo bedachten de medewerkers dat het handig zou zijn om iedere internetter zijn eigen affiches te laten printen. Iedere staat kreeg een eigen affiche, zoals &#8220;Iowa for Dean&#8221; en &#8220;New Hampshire for Dean&#8221;, van Alaska tot Wyoming. De affiches werden de eerste dag al maarliefst 87.000 keer gedowload. Maar binnen enkele minuten kwam er een mailtje binnen van een aanhanger uit Puerto Rico, dat ze geen affiche gemaakt hadden met &#8220;Puerto Rico for Dean&#8221;. Hoewel Puerto Rico geen Amerikaanse staat is, maar een <em>territory </em> van de VS, mogen de inwoners meestemmen in de voorverkiezingen. Nadat een affiche voor Puerto Rico online was gezet, kwamen er acht dankberichten, maar ook een reactie op het weblog dat de campagnemedewerkers de Amerikanen in het buitenland vergeten waren. (Trippi 2004)</p>
<p>Het voorafgaande toont niet alleen aan dat de supporters het idee hebben dat ze kunnen reageren op zaken uit de campagne, maar vooral ook dat de campagnemedewerkers <em>luisteren </em> naar de input van de supporters en proberen om deze input te gebruiken in de campagne. Oftewel, dat ze daadwerkelijk invloed hebben. De campagne was inderdaad uit de handen van de campangemedewerkers, campagnemanager Trippi en gouverneur Dean geglipt. Het was een <em>open source</em>-campagne geworden, zoals Trippi het noemt, waarin de aanhangers van Dean uit heel Amerika enorme invloed hadden.</p>
<p>Een vrouw meldde op het weblog dat ze haar fiets had verkocht &#8216;voor Dean&#8217; en maakte 175 dollar over. Al gauw stroomde de cheques binnen van anderen die hun fiets verkochten voor de campagne. Trippi vertelt in zijn boek <em>The revolution will not be televised </em> van nog een tiental voorbeelden waarin de supporters de leiding nemen en nieuwe ideeën voor de campagne aandragen.</p>
<p>De basis van de campagne was het weblog. Dat werd elke dag geüpdate met de laatste nieuwtjes over de campagne, geschreven door de webmaster, maar ook door gastbloggers; schrijvers, politici en &#8216;gewone&#8217; supporters.</p>
<blockquote><p>It was the nerve center of the campaign. The blogosphere was where we got ideas, feedback, support, money—everything a campaign needs to live. When the traditional media finally came around, beginning in late June, this was the hardest thing for them to grasp. They couldn&#8217;t see these supporters and so reporters fixated on a bunch of people in basements, hunched over computers. But in fact, the blog was where the online campaign began its translation to the real world. And the first stop for people who wanted to get involved was often the campaign&#8217;s official web log, Blog for America.<br />
(Trippi 2004, p. 141-142)</p></blockquote>
<p>Tot de zomer van 2003 loopt alles op rolletjes in de campagne, Dean heeft de beste vooruitzichten op uitverkiezing tot de officiële presidentskandidaat van de Democraten. Hij ligt voor in de peilingen en ligt een straatlengte voor op andere kandidaten op het gebied van het binnenhalen van geld, in Amerikaanse verkiezingen bijna belangrijker dan de peilingen.</p>
<p><strong>De crash in Iowa </strong><br />
Maar vanaf juli 2003 gaat het minder met de campagne. Door de voorsprong in de polls komt Howard Dean midden in de mediastorm te liggen, aangewakkerd door de andere presidentskandidaten die graag zien dat Dean het wat moeilijker krijgt.</p>
<p>De traditionele media duikelen lang vergeten video&#8217;s op van onhandige uitspraken van Dean en de presidentkandidaten bombarderen de kiezers met verkiezingsspotjes waarin Dean in een slecht daglicht wordt gestelt. Volgens Trippi verliest Dean door deze mediastorm de voorverkiezingen in Iowa verloren. Maar de grote klap moet nog komen.</p>
<p>De speech die Howard Dean geeft na zijn verloren race in Iowa doet hem de das om. Daarin moedigt hij overenthousiast het publiek aan.</p>
<blockquote><p>You know something? If you had told us one year ago that we were going to come in third in Iowa , we would have given anything for that&#8230;<br />
And you know something? Not only are we going to New Hampshire , we&#8217;re going to South Carolina and Oklahoma and Arizona and North Dakota and New Mexico ! We&#8217;re going to California and Texas and New York ! And we&#8217;re going to South Dakota and Oregon and Washington and Michigan ! And then we&#8217;re going to Washington , D.C. To take back the White House!<br />
(Trippi 2004, p. 185)</p></blockquote>
<p>Alhoewel Joe Trippi het niet in zijn boek vermeldt, sluit Howard Dean deze zin af met een hard &#8220;Yeeeaah!&#8221;. Dean stond in z&#8217;n enthousiasme niet stil bij alle televisiecamera&#8217;s die bij de bijeenkomst aanwezig waren. De nieuwszenders herhalen de &#8216;scream&#8217; keer op keer, om elk uur voor twee dagen achterelkaar. Nieuwspresentatoren en verslaggevers noemen de schreeuwende Dean bizar, eng en zelfs hondsdol. Volgens schattingen is de schreeuw 633 uitgezonden. Achteraf boden de nieuwsorganisaties hun excuses aan voor het (te) veelvuldig uitzenden van de &#8216;Dean Scream&#8217;. <a class="ref" href="#_ftn11">11</a> De voorverkiezingen in de volgende staten New Hampshire en Wisconsin worden ook niet gewonnen en Dean besluit om de handdoek in de ring te gooien.</p>
<p>De campagne is ten onder gegaan in de enorme mediastorm die opstak toen Dean voor stond in de peilingen. De campagne was een succes geworden dankzij het gebruik van nieuwe media, maar bleek niet berekend op de traditionele campagne zoals die nog steeds door de andere kandidaten gevoerd wordt. In deze traditionele campagnes wordt veel gebruik gemaakt van televisiespotjes, waarin juist de negatieve punten van de tegenstanders wordt benadrukt om er zelf zo goed mogelijk uit te zien. In hoofdstuk 2 kwam deze <em>schandaalpolitiek </em> al aan bod als een resultaat van het veranderende medialandschap, waarin politici alleen aandacht krijgen als er weer een nieuw schandaal onthuld wordt.</p>
<h3 class="subtitel">6.4 Een politieke virtuele gemeenschap</h3>
<p>De vorige paragrafen hebben laten zien dat weblogs in staat zijn tot het vormen van virtuele gemeenschappen en zelfs dat het mogelijk is om een politieke virtuele gemeenschap te vormen. De campagne van Dean heeft echter laten zien dat we niet moeten spreken van een &#8216;revolutie&#8217; waarin het campagnevoeren (in de Verenigde Staten) van de ene op de andere dag te verwachten is. De campagne heeft echter wel een stevige aanzet gedaan in de <em>evolutie </em> van het campagnevoeren, waarin de weblogs een steeds grotere rol gaan spelen om een actieve gemeenschap van aanhangers te creëren.</p>
<p><strong>Een politieke virtuele gemeenschap opzetten </strong><br />
Er moet niet te licht gedacht worden over het opzetten van een virtuele gemeenschappen. De meeste virtuele gemeenschappen zijn immers min of meer vanzelf ontstaan, zonder van te voren het oogmerk te hebben om een virtuele gemeenschap te ontwikkelen (Van den Boomen 2000). Zo heeft Retecool er vijf jaar over gedaan om te komen tot de virtuele gemeenschap die vandaag de dag de reactiepanelen vult.</p>
<p>In tegenstelling tot andere vormen van interactie op het web, staat het weblog altijd onder leiding van één blogger of van een redactie van bloggers. Politici kunnen dit gegeven gebruiken om te proberen om de vorming van een gemeenschap te stimuleren. De ervaren webloggers Chris Bowers en Matthew Stoller (2005) beschreven voor het Amerkaanse <em>New Politics Institute </em> enkele manieren om andere bloggers te betrekken in een lokale campagne. Op basis hiervan kan ik enkele aanbevelingen doen die in ieder geval het vormen van een netwerk van weblogs stimuleren die op zijn beurt weer een gemeenschap kan doen ontstaan.</p>
<ul>
<li><strong>Verzamel </strong> de weblogs van lezers die zijn geïnteresseerd in de onderwerpen. Plaats bijvoorbeeld een e-mailformulier waar bloggers hun naam en url achter kunnen laten.</li>
<li><strong>Lees </strong> de weblogs van geïnteresseerde lezers. Op deze manier blijf je op de hoogte van de zaken die de bloggers interessant vinden en die mogelijk ook voor je eigen blog interessant zijn.</li>
<li><strong>Link </strong> naar de weblogs als je een interessant onderwerp van ze overneemt. Dit vergroot je aanwezigheid in de blogosfeer en wordt zeer gewaardeerd door de andere bloggers.</li>
<li><strong>Informeer </strong> de geïnteresseerde bloggers voor of tegelijkertijd met de traditionele media en geef ze zo mogelijk meer informatie, laat ze zelfs interviews afgeven en geef ze perspasjes.</li>
<li><strong>Luister </strong> naar kritiek en <strong>beantwoord </strong> deze op je weblog. Dit geeft je als weblogger meer geloofwaardigheid. Bloggers zien op deze manier dat je te benaderen bent en niet in een ivoren toren zit.</li>
</ul>
<p>Deze aanbevelingen betrekken de burgers direct bij de politieke onderwerpen die op een weblog behandeld worden. Ze geven de bloggers het gevoel van lidmaatschap en invloed, door dat een politicus naar ze luistert en hun ideeën gebruikt. De lezers en reageerders van een politiek weblog kunnen eenzelfde gevoel ontwikkelen wanneer er ook naar hen wordt geluisterd en als de bloggers meepraten in hun eigen reactiepanelen.</p>
<p>Op deze manier kan een politicus ervoor zorgen dat zich op de weblog een gemeenschapsgevoel ontstaat, zoals McMillan en Chavis die beschreven. Wanneer een politicus zo met zijn achterban omgaat, zal de kloof tussen politiek en burgers verkleinen. Geïnteresseerde burgers kunnen rechtstreeks met hun politicus en met andere burgers communiceren. Ze zullen een politieke virtuele gemeenschap gaan vormen.</p>
<p><strong>De gemeenschap werkt voor de politicus </strong><br />
De actieve gemeenschap van lezers, reageerders en bloggers die rondom het weblog van een politcus ontstaan, heeft een enorm potentieel. De leden van de gemeenschap zullen zich actief inzetten bij de campagne en zullen proberen om de boodschap van de politicus verder te verspreiden, zoals we zagen bij de campagne van Dean.</p>
<p>Ten eerste zullen andere bloggers interessante onderwerpen verspreiden doordat ze er zelf over schrijven en doordat ze teruglinken naar het weblog waar het onderwerp oorspronkelijk vandaan komt. In het eerdere hoofdstukken over nieuwsverspreiding en debat hebben we gezien welk effect deze netwerken kunnen hebben, doordat het nieuws zich als een olievlek kan verspreiden.</p>
<p>Ten tweede zullen de lezers van het weblog (en die van de andere weblogs die het onderwerp hebben overgenomen) wanneer ze echt enthousiast worden over een politicus, zijn boodschap ook verspreiden via hun persoonlijke netwerken. Die netwerken kunnen zich zowel in cyberspace als in real life bevinden en bestaan uit vrienden, familie en kennissen. Vooral de kennissen zijn belangrijk in het verspreiden van ideeën, zo beschrijft Malcom Gladwell. Deze zogenaamde <em>weak ties </em> hebben namelijk een veel breder bereik dan familie en vrienden die meestal in dezelfde gemeenschappen zitten als de persoon zelf. (Gladwell 2000)</p>
<p>Al in de jaren veertig en vijftig toonden de Amerikaanse onderzoekers Katz en Lazarsfeld aan dat in plaats van massamedia, juist sociale relaties tussen personen en in gemeenschappen een belangrijke rol spelen in het vormen van een opinie, bijvoorbeeld over politici. (Underwood 2003) Hierdoor zal een virtuele gemeenschap rondom het weblog van een politicus helpen om zijn boodschap te verspreiden via een groter netwerk. Maar vooral zal de gemeenschap meer burgers bij politieke onderwerpen betrekken, die door de politieke verslaggeving in de traditionele media het vertrouwen in politici hebben verloren.</p>
<p class="subtitel"><em>Literatuur in dit hoofdstuk </em></p>
<p>Blanchard, Anita. &#8220;Blogs as Virtual Communities: Identifying a Sense of Community in the Julie/Julia Project.&#8221; Into the Blogosphere: Rhetoric, Community, and Culture of Weblogs . Ed. Laura J. Gurak, Smiljana Antonijevic, Laurie Johnson, Clancy Ratliff, and Jessica Reyman. juni 2004. <a href="http://blog.lib.umn.edu/blogosphere/blogs_as_virtual.html" target="_blank">http://blog.lib.umn.edu/blogosphere/blogs_as_virtual.html</a>, N 27 juli 2005.</p>
<p>Boomen, van den, Marianne. Leven op het Net: De sociale betekenis van virtuele gemeenschappen . 2000. <a href="http://www.xs4all.nl/˜boom/boek" target="_blank">http://www.xs4all.nl/˜boom/boek</a>, 17 augustus 2005.</p>
<p>Bowers, Chris en Matthew Stoller. &#8220;Emergence of the Progressive Blogosphere: A New Force in American Politics.&#8221; 10 augustus 2005. http://www.ndnpac.org/npi/blogreporthtml.html , N 21 augustus 2005.</p>
<p>Efimova, Lilia en Stephanie Hendrick. &#8220;In search for a virtual settlement: An exploration of weblog community boundaries.&#8221; 2004. <a href="https://doc.telin.nl/dscgi/ds.py/Get/File-46041" target="_blank">https://doc.telin.nl/dscgi/ds.py/Get/File-46041</a>, N 27 juli 2005.</p>
<p>Gladwell, Malcolm. The Tipping Point . 2000. New York : Back Bay Books, 2002</p>
<p>Jones, Quentin. &#8220;Virtual-Communities, Virtual Settlements &amp; Cyber-Archeology: A Theoretical Outline.&#8221; Journal of Computer-Mediated Communication . december 1997. <a href="http://jcmc.indiana.edu/vol3/issue3/jones.html" target="_blank">http://jcmc.indiana.edu/vol3/issue3/jones.html</a>, N 27 juli 2005.</p>
<p>McMillan, David W. en David M. Chavis. &#8220;Sense of Community: A Definition and Theory.&#8221; Journal of Community Psychology. januari 1986.</p>
<p>Rheingold, Howard. The virtual community: Homesteading on the electronic frontier . Reading , USA : Addison-Wesley, 1993. <a href="http://www.rheingold.com/vc/book" target="_blank">http://www.rheingold.com/vc/book</a> , N 27 juli 2005.</p>
<p>Trippi, Joe. The revolution will not be televised . New York: ReganBooks, 2004.</p>
<p class="subtitel"><em>Voetnoten</em></p>
<ol>
<li><a name="_ftn1" href="#_ftnref1"></a>The WELL &#8211; Learn About The WELL: <a href="http://www.well.com/aboutwell.html" target="_blank">http://www.well.com/aboutwell.html</a> , N 27 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn2" href="#_ftnref2"></a> The Julie/Julia Project: <a href="http://blogs.salon.com/0001399">http://blogs.salon.com/0001399</a> , N 27 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn3" href="#_ftnref3"></a>The Amazing Retecool: <a href="http://www.retecool.com">http://www.retecool.com</a> , N 29 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn4" href="#_ftnref4"></a><em>Commenticon </em>: Een afbeelding die de opmerking van een reaguurder kracht bijzet. Commenticons die door de groep worden gewaardeerd worden vaker gebruikt, zoals het *plop*-commenticon dat symbool staat voor het openen van een biertje.</li>
<li><a name="_ftn5" href="#_ftnref5"></a> Het plaatsen van het woord &#8216;w00t&#8217; als eerste reactie bij een nieuwe post. Omdat een dergelijke actie niet wordt gewaardeerd, krijgt de reaguurder meestal meteen een IP-ban, hij kan daardoor niet meer reageren.</li>
<li><a name="_ftn6" href="#_ftnref6"></a>Retecool Wiki NL &#8211; Sha-baz: <a href="http://wiki.retecool.com/index.php/Sha-baz" target="_blank">http://wiki.retecool.com/index.php/Sha-baz</a> , N 27 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn7" href="#_ftnref7"></a>The Amazing Retecool &#8211; Uncyclopedia: <a href="http://retecool.com/comments.php?id=9712_0_1_0_C" target="_blank">http://retecool.com/comments.php?id=9712_0_1_0_C</a> , N 27 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn8" href="#_ftnref8"></a>Retecool Wiki NL &#8211; Braatolizer: <a href="http://wiki.retecool.com/index.php/Braatolizer" target="_blank">http://wiki.retecool.com/index.php/Braatolizer</a> , N 27 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn9" href="#_ftnref9"></a> Retecool Wiki NL &#8211; Hoofdpagina: <a href="http://wiki.retecool.com/index.php/Hoofdpagina" target="_blank">http://wiki.retecool.com/index.php/Hoofdpagina</a> , N 27 juli 2005</li>
<li><a name="_ftn10" href="#_ftnref10"></a> Meetup: Organizing Local Interest Groups: <a href="http://www.meetup.com" target="_blank">http://www.meetup.com</a></li>
<li><a name="_ftn11" href="#_ftnref11"></a> Het artikel over Howard Dean op Wikipedia heeft een opname van de schreeuw beschikbaar: <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Howard_Dean#Iowa_results_and_the_campaign.27s_collapse" target="_blank">http://en.wikipedia.org/wiki/Howard_Dean#Iowa_results_and_the_campaign.27s_collapse</a> (29 juli 2005)</li>
</ol>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/anita-blachard/" title="Anita Blachard" rel="tag">Anita Blachard</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/gemeenschapsgevoel/" title="gemeenschapsgevoel" rel="tag">gemeenschapsgevoel</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/howard-dean/" title="Howard Dean" rel="tag">Howard Dean</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/howard-rheingold/" title="Howard Rheingold" rel="tag">Howard Rheingold</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/joe-trippi/" title="Joe Trippi" rel="tag">Joe Trippi</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/online-communitys/" title="online community&#039;s" rel="tag">online community&#039;s</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/quentin-jones/" title="Quentin Jones" rel="tag">Quentin Jones</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/weblogs/" title="weblogs" rel="tag">weblogs</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/08/21/hoofdstuk-6-gemeenschapsgevoel-versie-01/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofdstuk 5 &#8211; Wie debatteert er mee?, versie 0.2</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/08/12/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-02/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/08/12/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-02/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Aug 2005 11:42:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[Bas Schutte]]></category>
		<category><![CDATA[debat]]></category>
		<category><![CDATA[Elmine Wijnia]]></category>
		<category><![CDATA[ideale gesprekssituatie]]></category>
		<category><![CDATA[Jürgen Habermas]]></category>
		<category><![CDATA[publieke sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/08/12/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-02/</guid>
		<description><![CDATA[Dat het hier een tijdje stil geweest is rondom m&#8217;n scriptie wil natuurlijk niet zeggen dat ik er niks aan gedaan heb. Hoofdstuk 5 over debat en Habermas is verbeterd. Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als PDF-bestand (274kB). Zoals gebruikelijk is al het commentaar welkom onder het bericht, of via mijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Dat het hier een tijdje stil geweest is rondom m&#8217;n scriptie wil natuurlijk niet zeggen dat ik er niks aan gedaan heb. Hoofdstuk 5 over debat en Habermas is verbeterd. Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie/hoofdstuk5-02.pdf" target="_blank">PDF-bestand</a> (274kB). Zoals gebruikelijk is al het commentaar welkom onder het bericht, of via mijn <a href="http://www.minitrue.nl/email.php">mailformulier</a>.<span id="more-213"></span></p>
<h2 class="titel">Hoofdstuk 5 &#8211; Wie debatteert er mee?</h2>
<p>Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)<br />
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur &#8211; UniversiteitUtrecht<br />
Versie 0.2: vrijdag 12 augustus 2005<br />
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geenrechten worden ontleend.</p>
<h3 class="subtitel">5.1 Discussie en debat</h3>
<p>Het vorige hoofdstuk ging in op de rol die de nieuwsvoorziening speelt in de relatie tussen politiek, media en burgers. Dit hoofdstuk gaat nader in op de essentiële rol die het debat speelt in deze relatie.</p>
<p>Debatteren is een vorm van communiceren waarbij personen proberen om door middel van argumenten gezamenlijk van gedachten te wisselen. Debatteren kan verschillende doelen hebben, meestal zoeken de deelnemers naar de beste oplossing voor een probleem. Dit probleem kan zowel concreet (&#8220;Wat doen we met de kat op vakantie?&#8221;) als abstract zijn (&#8220;Bestaat God?&#8221;). Deze vorm van argumenterend en probleemoplossend debatteren worden al duizenden jaren gebruikt, zo schreef Plato zijn filosofische werken ook in dialoogvorm.</p>
<p>Debatteren kan echter ook minder verheven doelen hebben. Denk bijvoorbeeld aan het overtuigen van anderen van het eigen gelijk, of alleen als mogelijkheid om meningen uit te wisselen zonder gezamenlijk op zoek te gaan naar een oplossing.</p>
<p><strong>Enkelvoudig en samengesteld debat </strong><br />
We kunnen debatteren uitsplitsen op twee niveaus. Op het laagste niveau hebben we het over een enkelvoudig debat. Dit debat bestaat uit één feitelijke discussie waarin deelnemers argumenten met elkaar uitwisselen. Op een hoger niveau kunnen we spreken van een samengesteld debat, dit is de verzameling van enkelvoudige discussies op het concrete niveau over een onderwerp of over aanverwante onderwerpen.</p>
<p>Het onderscheid tussen enkelvoudige en samengestelde debatten kan het beste aan de hand van het voorbeeld in een school worden uitgelegd. Een enkelvoudig debat is een discussie die in een klaslokaal afspeelt tijdens een les. De scholieren die in dezelfde klas zitten gaan in discussie met elkaar over een onderwerp. In het perspectief van een samengesteld debat spreken we over de verzameling enkelvoudige discussies die zich in de verschillende klaslokalen afspelen en die zich tijdens de pauzes onder leerlingen voortzetten. Het totaal van deze discussies noemen we een samengesteld debat.</p>
<p>Een samengesteld debat wordt ook wel een maatschappelijk debat genoemd wanneer de discussies zich in de gehele gemeenschap afspelen. Een voorbeeld van een dergelijk maatschappelijk debat is de commotie die in de samenleving ontstond in juni 2005 na het ontsnappen van de potentieel gevaarlijke TBS&#8217;er, Wilhem S. Zowel politici als media, als &#8216;de gewone man in de straat&#8217; bediscussieerden het nieuws en praatten met elkaar over een oplossing voor deze situatie.</p>
<p>Een maatschappelijk debat bestaat als samengesteld debat uit het totaal van alle enkelvoudige debatten die over het onderwerp gevoerd worden. Hierdoor is het moeilijk te volgen. Er is immers niet één plaats waar het debat plaatsvindt, maar de discussies worden op allerlei verschillende plaatsen gevoerd. De deelnemers aan een maatschappelijk debat zijn niet altijd concrete personen, ook organisaties uit het maatschappelijk middenveld kunnen zich in het debat mengen en hun mening geven over dat wat er besproken wordt.</p>
<p><strong>Noodzaak van debat in politiek proces </strong><br />
Zoals we al in het tweede hoofdstuk constateerden, concentreren de werkzaamheden van een politicus zich rond het komen tot besluitvorming in gevallen waarbij er geen uniforme oplossing voor handen is. Hierbij is een debat een uistekend middel om tot een oplossing te komen om ervoor te zorgen dat er een meerderheid ontstaat rondom een mogelijke oplossing, zodat er daadwerkelijk politieke besluitvorming kan plaatsvinden. In een discussie proberen politici door middel van het uitwisselen van argumenten aan de hand van hun eigen ideologie afwegen wat voor hen de beste oplossing is. Dit zogenaamde delibererende regime is de grondslag van het Nederlandse staatsbestel en dat van vele andere landen. (Witte 1990, p. 30)</p>
<p>Concrete voorbeelden hiervan zijn natuurlijk de debatten zoals die plaatsvinden in de Tweede Kamer of de gemeenteraad, maar ook in tal van andere vergaderingen wordt het debat gebruikt om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen om zo tot beslissingen ten aanzien van bestuur te komen.</p>
<p>Naast debatteren om tot besluitvorming te komen, heeft een politicus ook enorm veel belang om te weten wat er speelt onder de bevolking. Dit zal hij moeten halen uit het maatschappelijke debat, waarin burgers, media en politici onder andere hun mening geven over bestuurlijke zaken. Het is voor een politicus van enorm belang om deze maatschappelijke discussie goed te volgen, hij is immers een vertegenwoordiger van het volk in zowel zijn benoemde als gekozen functie. In deze functie <em>representeert </em> hij de personen die op hen gestemd hebben of de complete gemeenschap waarvoor hij benoemd is. De maatschappelijke discussie dient op deze manier als een instrument waarmee de bevolking indirect contact kan onderhouden met de politici om door te geven wat er van hen verwacht wordt.</p>
<h3 class="subtitel">5.2 Filosofie van Habermas</h3>
<p>Veel wetenschappers en filosofen hebben zich in de loop van de tijd beziggehouden met de begrippen van debat en discussie. Een van de belangrijkste is de Duitse filosoof Jürgen Habermas.</p>
<p>Habermas werd geboren in 1929 en studeerde na de Tweede Wereldoorlog filosofie en werd daarna onderzoeker aan het <em>Institut für Sozialforschung </em> aan de universiteit van Frankfurt am Main. Habermas maakte onderdeel uit van de tweede generatie van de <em>Frankfurter Schule </em>. De School is in de jaren twintig opgericht en representeert een breed scala aan neomarxistische kritische theorieën, waaronder die van Max Horkheimer en Theodor Adorno. <a class="ref" href="#_ftn1">1</a></p>
<p>Habermas heeft een uitgebreid oeuvre geschreven over communicatie op allerlei niveaus. Het gaat hier te ver om uitgebreid in te gaan op zijn complete werk, maar ik zal enkele begrippen uit zijn theorieën die belangrijk zijn voor dit hoofdstuk bespreken in de volgende paragrafen.</p>
<p><strong>Communicatief handelen</strong><br />
Het magnum opus van Habermas is zonder twijfel <em>Theorie des kommunikativen Handelns </em> (1981). Hierin ontwikkelt Habermas zijn theorie over communicatieve rationaliteit die concreet vorm krijgt in de vorm van een rationele discussie.</p>
<p>Habermas beschrijft in zijn theorie van het communicatieve handelen drie soorten handelen van personen: instrumenteel handelen, strategisch handelen en communicatief handelen. Instrumenteel handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ding, of een object. Een voorbeeld hiervan is het koken van een ei. Strategisch handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ander persoon, oftewel een subject. Deze personen kunnen op hun beurt ook weer strategisch handelen. Instrumenteel en strategisch handelen typeert Habermas als handelen waarbij het eigen succes voorop staat, de handelende persoon heeft een bepaald persoonlijk doel.</p>
<p>Bij communicatief handelen gaat het net als bij strategisch handelen wel om sociale interactie, maar niet om het bereiken van eigen succes, maar om het bereiken van overeenstemming met elkaar. In gevallen waarin het niet lukt om overeenstemming te bereiken hebben de deelnemers een aantal mogelijkheden. Ten eerste kunnen ze de communicatie stoppen, ten tweede kunnen ze overgaan tot strategisch handelen en daarmee proberen de ander te manipuleren. Tenslotte kunnen ze besluiten om in een rationele discussie de aanspraken uit het communicatieve handelen te toetsen. Dit niveau van communiceren noemt Habermas het <em>discours </em>. Hierin worden de argumenten voor en tegen een bepaalde aanspraak rationeel en eerlijk afgewogen. (Habermas 1981)</p>
<p><strong>Ideale gesprekssituatie</strong><br />
Habermas stelt in zijn theorie eisen aan de manier waarop in een discours een debat kan plaatsvinden. Wanneer er aan deze sociale voorwaarden zijn voldaan dan wordt de kwaliteit van het debat gewaarborgd. Habermas spreekt dan van een <em>ideale gesprekssituatie </em>.</p>
<blockquote><p>Ideaal noem ik een gesprekssituatie waarin communicatie niet alleen niet door externe handelingen wordt beïnvloed, maar ook niet wordt gehinderd door dwang die voorkomt uit de structuur van communicatie. De ideale gesprekssituatie sluit systematische verstoring van communicatie uit.<br />
(Habermas 1981, p. 177, eigen vertaling)</p></blockquote>
<p>Habermas legt in het citaat uit dat de communicatie niet verstoord mag worden, om te beginnen niet door factoren van buitenaf. Dat betekent dat alles dat zich buiten de discussie afspeelt geen invloed mag hebben op de discussie. Daarnaast mag de discussie ook niet beïnvloed worden door de structuur van de communicatie zelf. Dit komt erop neer dat de discussie niet gehinderd mag worden door opgestelde regels over hoe deze discussie moet verlopen.</p>
<p>Op basis van deze kenmerken ontwikkelt Habermas vier concrete voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een ideale gesprekssituatie te creëren.</p>
<ul>
<li> Ten eerste moeten alle potentiële deelnemers een <strong>gelijke kans </strong>hebben om een discussie in <strong>een discours te beginnen </strong>, waarbinnen de aanspraken die gedaan worden in communicatief handelen te toetsen zijn.</li>
<li>Ten tweede moeten alle betrokkenen een <strong>gelijke kans </strong> hebben om inderdaad aan de <strong>discussie deel te nemen </strong>, hun beweringen en conclusies, verklaringen en interpretaties, ideeën en suggesties, maar ook vragen, twijfels en kritiek moeten gehoord kunnen worden.</li>
<li> Ten derde mogen er tijdens de discussie tussen de betrokkenen <strong>geen machtsverschillen </strong> bestaan die zouden kunnen verhinderen dat bepaalde argumenten onttrokken worden aan de discussie, of dat ze een onaantastbaar karakter krijgen. Deze regel komt voort uit de &#8220;externe handelingen&#8221; uit het voorafgaande citaat.</li>
<li>Tenslotte moeten alle betrokkenen zich <strong>waarachtig </strong> tegenover elkaar uiten. Dat betekent dat de betrokkenen eerlijk moeten zijn in hun intenties , zodat uitgesloten kan zijn dat zij elkaar manipuleren en daarmee strategisch handelen in plaats van communicatief handelen. (Kunneman en Keulartz 1985, p. 106) Hier gaat het om het uitsluiten van de &#8220;dwang die voorkomt uit de structuur van communicatie&#8221; uit het voorafgaande citaat.</li>
</ul>
<p>Pas wanneer er aan alle van deze voorwaarden voldaan wordt, kan er sprake zijn van een kritisch-rationele (eerlijke) discussie in een discours, een discussie waarin alle argumenten rationeel tegen elkaar worden afgewogen. Dit wordt door Habermas communicatieve symmetrie genoemd.</p>
<p>Op deze plaats moeten we ons echter ook concentreren op de concrete bruikbaarheid van de theorie. Habermas heeft als filosoof min of meer makkelijk praten omdat hij op een abstract niveau kan praten over een ideale situatie. Toch bieden deze voorwaarden wel degelijk aanknopingspunten om na te kunnen denken over de kwaliteit van zowel enkelvoudige als samengestelde debatten zoals ik die in de paragraaf hiervoor heb besproken. In gevallen waarin het niet lukt om deze ideale gesprekssituatie te bereiken kunnen we aan de hand van de voorwaarden bespreken waar de beperkingen liggen en bespreken of deze inderdaad de kwaliteit van het debat ondermijnen.</p>
<p><strong>Publieke sfeer </strong><br />
Eerder werk van Habermas is meer historisch van aard en daardoor ook een stuk concreter. Habermas beschrijft in zijn boek <em>Strukturwandel der Öffentlichkeit </em> (1962) <a class="ref" href="#_ftn2">2</a> hoe de maatschappij zich sinds de middeleeuwen vormt en wat de rol van debat, burgers, media en politici daarin is. Een sleutelbegrip in deze ontwikkeling is de <em>publieke sfeer </em>.</p>
<p>Een dergelijke publieke sfeer kon volgens Habermas voor het eerst ontstaan sinds de opkomst van het handelskapitalisme in de zestiende eeuw. Hierdoor ontstonden er in Europa, en vooral in de Nederlanden handelssteden marktkooplui, bankiers of handelaren die een nieuwe klasse van burgers vormden. Door de eigen inkomsten werden deze burgers, oftewel de bourgeois onafhankelijk van de staat – in die tijd letterlijk onafhankelijk van de feodale vorsten.</p>
<p>Tot deze tijd waren er twee belangrijke factoren geweest in de maatschappij. Aan de ene kant de staat, in letterlijke zin in de persoon van een vorst, en aan de andere kant de private sfeer, de persoonlijke leefwereld van de boeren en ambachtslieden en hun gezinnen. De opkomst van de bourgeoisie zorgde ervoor dat er een nieuwe factor ontstond, de publieke sfeer. Dit was een &#8216;ruimte&#8217; die ontstond tussen de staat en de private sfeer.</p>
<blockquote><p>The <em>bourgeois public sphere </em> can be understood as the sphere of private persons assembled to form a public. They soon began to make use of the public sphere of informational newspapers, which was officially regulated, against the public power itself, using those papers, along with the morally en critically oriented weeklies, to engage in debate about the general rules governing relations in their own essentially privatized but publicly relevant sphere of commodity exchange and labor.<br />
(Habermas 1973, p. 94-95, cursief van de auteur)</p></blockquote>
<p>De bourgeoisie vormde als onafhankelijke privé-personen naast de bestaande private sfeer, een publieke sfeer, waarin ze de regels van de publieke macht, oftewel de vorst bediscussieerde. Hierbij maakten de burgers gebruik van kranten die door de staat gereguleerd werden, maar ook van moralistische en kritische weekbladen. Door de verstedelijking van Europa konden deze burgers makkelijk een publieke sfeer vormen in bijvoorbeeld theaters, musea en koffiehuizen, daarbij geholpen door nieuwe mogelijkhedenvoor sociale communicatie via de pers, rondreizende bibliotheken, beter onderwijs en nieuwe mogelijkheden voor persoonlijk vervoer.</p>
<p>In het volgende citaat definieert Habermas de publieke sfeer aan de hand van de beschreven geschiedenis en stelt een aantal eisen waaraan een publieke sfeer moet voldoen om ervoor te zorgen dat burgers een goed, rationeel en eerlijk debat te kunnen vormen.</p>
<blockquote><p>By &#8216;public sphere&#8217; we mean first of all a domain of our social life in which such a thing as public opinion can be formed. Access to the public sphere is open in principle to all citizens. A portion of the public sphere is constituted in every conversation in which private persons come together to form a public. They are then acting neither as business or professional people conducting their private affairs, nor as legal consociates subject to the legal regulations of a state bureaucracy and obligated to obedience. Citizens act as a public when they deal with matters of general interests without being subject to coercion; thus with the guarantee that they may assemble and unite freely, and express and publicize their opinions freely.<br />
(Habermas 1973, p. 92)</p></blockquote>
<p>Zoals we eerder al konden lezen, is een publieke sfeer een &#8216;plaats&#8217; waar burgers kunnen samen komen om gezamenlijk te komen tot een publieke opinie. Elke discussie vormt een deel van het samengestelde debat dat zich afspeelt in de totale de publieke sfeer. We kunnen daarom stellen dat de publieke sfeer de &#8216;ruimte&#8217; is waar het maatschappelijke of <em>publiek debat </em> plaatsvindt.</p>
<p>De eisen van Habermas waaraan de publieke sfeer moet voldoen worden hieronder systematisch besproken:</p>
<ul>
<li>De publieke sfeer moet vrij toegankelijk zijn voor alle burgers. In het citaat: &#8220;Access to the public is open in principle to all citizens.&#8221;</li>
<li>Burgers die deelnemen aan de publieke sfeer mogen niet bedrijfshalve, beroepshalve of ambtshalve optreden. Ze mogen de onderwerpen van de discussie niet beschouwen als private onderwerpen die te maken hebben met persoonlijke belangen, maar moeten rationeel handelen in het gemeenschappelijke belang. Immers: &#8220;They are then acting neither as business or professional people conducting their private affairs, nor as legal consociates subject to the legal regulations of a state bureaucracy and obligated to obedience.&#8221;</li>
<li>Tenslotte mogen burgers niet onderworpen worden aan enige vorm van dwang. Dat heeft als gevolg dat burgerrechten zoals de vrijheid van vergadering, meningsuiting en drukpers gegarandeerd moeten zijn. &#8220;Citizens act (&#8230;) without being subject to coercion; thus with the guarantee that they may assemble and unite freely, and express and publicize their opinions freely.&#8221;</li>
</ul>
<p>Deze eisen zijn van substantieel belang om het publieke debat te waarborgen. Dit publieke debat stelt burgers in staat om kritisch discussiëren over zaken van algemeen belang of met andere woorden, over de politiek. Wanneer aan deze eisen niet voldaan wordt kan er geen sprake zijn van een eerlijk en rationeel debat waarin burgers zich een mening kunnen vormen over politiek en komt het burgerschap letterlijk op losse schroeven te staan. De burger zal dan alleen nog tijdens verkiezingen invloed hebben op de manier waarop politiek gevoerd wordt en de invloed die de burgers gezamenlijk hebben via het publiek debat zal verdwijnen.</p>
<p><strong>Publieke sfeer = ideale gesprekssituatie </strong><br />
De eisen die Habermas stelt aan de publieke sfeer heeft hij later gebruikt om de eisen aan een ideale gesprekssituatie uit zijn werk uit de jaren tachtig verder te ontwikkelen, zoals ik die in de eerder paragrafen besproken heb. De eis dat burgers zonder private belangen moeten deelnemen aan de discussie is aangepast tot de eis dat de deelnemers zich waarachtig tegenover elkaar uiten. Daarmee verwijst Habermas naar de twee soorten van interactie; strategisch en communicatief handelen, waarvan alleen de laatste met eerlijke (en dus waarachtige) intenties kan worden uitgevoerd.</p>
<p>De eis dat de burgers niet onderworpen worden aan dwang en dat de burgerrechten gewaarborgd moeten worden is aangepast tot de eis dat in de ideale gesprekssituatie geen machtsverschillen mogen zijn tussen de deelnemers. Hierdoor wordt voorkomen dat bepaalde argumenten meer waarde krijgen dan andere omdat ze door andere personen worden gebruikt.</p>
<p>Tenslotte is de eis dat de publieke sfeer toegankelijk moet zijn voor alle burgers aangepast tot de eisen dat de deelnemers in een ideale gesprekssituatie gelijke kansen moeten hebben om een discussie te starten en om aan een bestaande discussie deel te nemen.</p>
<p>In de verdere analyse van de functie van het debat zal ik de beide concepten van de publieke sfeer en de ideale gesprekssituatie gebruiken om de relaties tussen burgers, media en politici te duiden.</p>
<h3 class="subtitel">5.3 Het publieke debat in de traditionele media</h3>
<p><strong>Wat is het gesprek van de dag? </strong><br />
De rol van de media in het politieke proces is niet alleen om nieuws naar burgers en politici te brengen, maar ook om de inhoud van het publieke debat te verslaan. Maar het kan erg lastig zijn om te bepalen wat nu precies de inhoud is van het publieke debat, om te weten te komen wat er nu precies speelt in de discussies die burgers met elkaar voeren.</p>
<p>Een voorbeeld hiervan is de misser die de Nederlandse traditionele media maakten rondom de Tweede Kamerverkiezingen van 2002. De media hadden niet door dat er een grote maatschappelijke onvrede bestond over de manier waarop in Nederland de politiek bedreven werd. Hierdoor zagen ze niet aankomen dat Pim Fortuyn een grote overwinning zou boeken voor Leefbaar Rotterdam en dat hij daarmee een belangrijke aanzet zou doen voor de verkiezingsoverwinning die zijn partij (inmiddels de LPF) zou behalen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Dat de media deze trend in de maatschappij niet zagen aankomen, hebben ze later toegegeven, onder andere in dit artikel van de <em>Geassocieerde Pers Diensten </em>.</p>
<blockquote><p>&#8216;We moeten straat en staat met elkaar verbinden&#8217;, riep Hans Laroes vorig jaar november als pas benoemd hoofdredacteur. Het journaal had &#8216;de problemen in het land&#8217;, aangekaart door Pim Fortuyn, te laat onderkend. Voortaan moest de boosheid en onvrede van de straat doorklinken in de uitzendingen. <a class="ref" href="#_ftn3">3</a></p></blockquote>
<p>Een optie die de media hebben om te zien wat er leeft in het publieke debat is het doen van onderzoek in de vorm van opiniepeilingen. Hierin worden in een steekproef aan een aantal mensen enquêtevragen voorgelegd. Doordat het onmogelijk is om precies te achterhalen wat van iedereen zijn persoonlijke mening is, zijn deze peilingen niet meer dan een indicatie van wat er speelt onder de burgers.</p>
<p>Entman legt uit dat de opiniepeiling altijd onderheving is aan framing:</p>
<blockquote><p>Both media and pollsters frame issues for respondents, selecting cues that affect individual responses to survey questions. The framing effects come from the survey wording and interview experience, from recently publicized &#8220;top of the head&#8221; considerations that are most accessible as people briefly consider the question and give a quick answer without time to think it over, and from interactions of ignorance and knowledge with interpretation of the questions.<br />
(Entman 2004, p. 127)</p></blockquote>
<p>Media en opiniepeilers maken in hun peilingen keuzes over welke vragen ze stellen en op welke manier ze die stellen. Hierdoor wordt een opiniepeiling onvermijdelijk in een frame geplaatst. Daarnaast krijgen de respondenten meestal maar weinig tijd om antwoord op de vragen te geven. Hierdoor kan de respondent niet uitgebreid nadenken over het onderwerp en neemt hij zijn toevlucht in eerder gevormde denkschema&#8217;s.</p>
<p><strong>Burgers aan het woord </strong><br />
Naast de algemene, maar abstracte manier van terugkoppeling via onderzoek, heeft ieder medium zijn eigen manieren om de burgers aan het woord de laten in concretere vormen van het debat.</p>
<ul>
<li><strong>Kranten en tijdschriften: </strong> Van oudsher zijn kranten en tijdschriften de media van het debat. De bekendste vorm van reacties van lezers zijn de ingezonden brieven die bijna elke krant of tijdschrift regelmatig in zijn uitgave publiceert. Daarnaast publiceert elke krant of tijdschrift regelmatig een katern of een rubriek waarin extra ruimte aan interessante opiniestukken kan worden besteed. Vaak komen deze stukken echter wel van door de krant zelf aangezochte deskundigen. Ook bij de ingezonden brieven is het altijd zo dat de redactie een keuze maakt tussen wat er wel wordt gepubliceerd en wat niet.</li>
<li><strong>Radio: </strong> Ook de radio heeft een lange traditie op het gebied van reacties van luisteraars. Het medium staat toe dat door middel van de telefoon luisteraars gemakkelijk feedback kunnen geven die meteen in de uitzending kan worden opgenomen. Een aantal programma&#8217;s bestaan compleet uit reacties van het publiek op een actueel onderwerp. Het bekendste programma is <em>Stand.nl </em> dat elke dag op Radio 1 wordt uitgezonden. In dat programma kunnen luisteraars live hun reactie geven op de stelling van de dag die in de studio wordt besproken met een gast om wie de stelling draait.</li>
<li><strong>Televisie: </strong> Op de televisie is de individuele burger niet in staat om deel te nemen aan het debat dat plaatsvindt. Als alternatief hiervoor zijn er programma&#8217;s waarin er geprobeerd wordt om een afspiegeling van de maatschappij te laten discussiëren over maatschappelijke thema&#8217;s. Een voorbeeld hiervan is het <em>Lagerhuis </em> dat door de VARA werd uitgezonden. Soms worden er in nieuwsuitzending wel eens poging gedaan om de mening te peilingen van het publiek. Er staat dan in een winkelstraat een verslaggever die aan willekeurige voorbijgangers vraagt wat ze van een onderwerp vinden.</li>
</ul>
<p><strong>Vertegenwoordigers aan het woord </strong><br />
Zoals we hierboven hebben gezien is het voor de media praktisch onmogelijk om iedereen aan het woord te laten in een publiek debat. Om toch het publieke debat te kunnen verslaan, maken de media gebruik van vertegenwoordigers. Bepaalde personen representeren bepaalde bevolkingsgroepen in de samenleving.</p>
<p>Op de eerste plaats zijn politici de duidelijkste vertegenwoordigers van het volk. Ze zijn rechtstreeks of via een kieslijst van een partij gekozen door een deel van de bevolking. Deze volksvertegenwoordiging kiest op haar beurt welke politici bestuurlijke taken als minister of burgemeester krijgen toegewezen. Het probleem is echter dat de burgers slechts een keer in de vier of vijf jaar hun volksvertegenwoordiging kunnen kiezen en dat daardoor het risico ontstaat dan politici de binding met de burgers verliezen. Vooral de landelijke volkvertegenwoordiging in de Eerste en Tweede Kamer wordt vaak verweten alleen in het Haagse wereldje te leven.</p>
<p>Ten tweede kunnen de media hun toevlucht nemen tot maatschappelijke organisaties. Dit zijn organisaties die zijn opgericht om de belangen van bepaalde bevolkingsgroepen te ondersteunen of, zoals bijvoorbeeld bij milieuorganisaties, om andere belangen te verdedigen. Enkele voorbeelden van deze maatschappelijke organisaties zijn de vakbonden of kerkelijke organisaties, maar bijvoorbeeld ook samenwerkingsverbanden van bedrijven in brancheorganisaties. Er kleven echter een risico&#8217;s aan het gebruik van deze maatschappelijke organisaties door de traditionele media.</p>
<p>Zo kan het zo zijn dat de organisatie die zegt een bepaalde bevolkingsgroep te vertegenwoordigen, niet als zodanig wordt geaccepteerd door de bevolkingsgroep zelf. Een voorbeeld hiervan is het CMO, het Contactorgaan Moslims en Overheid. De organisatie verschijnt regelmatig in verschillende media-uitingen, maar wordt niet door alle moslims erkend als dé vertegenwoordigende organisatie. <a class="ref" href="#_ftn4">4</a> Of een organisatie verliest door zijn optreden de steun van haar achterban omdat zij zich niet meer gerepresenteerd voelen. De media zullen zich altijd moeten afvragen wat nu precies de gerepresenteerde waarde van een organisatie is en in hoeverre de gerepresenteerde roep zich ook daadwerkelijk gerepresenteerd voelt.</p>
<p>Het Nederlandse omroepbestel zelf is ooit opgezet om de verschillende bevolkingsgroepen, in die tijd &#8216;zuilen&#8217; genoemd, te vertegenwoordigen in de media. De verschillende omroepen vertegenwoordigen de burgers die lid zijn geworden van de organisatie. Sinds het einde van de jaren negentig lopen echter de ledenaantallen van de omroepen fors terug omdat de burgers zich niet meer verbonden voelen met de omroepen. Een uitzondering hierop vormt de Evangelische Omroep die juist meer leden werft en daardoor ook in verhouding meer zendtijd krijgt om te vullen.</p>
<p>Een variant op de vertegenwoordigers van groepen uit de samenleving zijn stereotypen. In het geval van stereotypering worden de algemeen veronderstelde kenmerken van een hele bevolkingsgroep vergroot en in één concrete persoon veronderstel. Vervolgens worden deze kenmerken vervolgens iedereen uit de bevolkingsgroep verondersteld. Voorbeelden hiervan zijn de verwijfde homo, de criminele allochtoon of de krenterige Nederlander. De term stereotype heeft in de loop van de tijd een negatieve connotatie gekregen doordat zowel burgers als media &#8216;vergaten&#8217; dat het bij stereotypen ook daadwerkelijk gaat over stereotypen en niet over een correcte representatie. Niet alle homo&#8217;s zijn immers verwijfd en niet alle allochtonen zijn crimineel. Media begeven zich dan ook op glad ijs wanneer ze zich in hun verslaggeving baseren op stereotypen, zonder dat ze gebruik maken van een gedegen onderbouwing.</p>
<p><strong>Representatie verstoort publieke sfeer</strong><br />
Nu ik de mogelijkheden van het publieke debat in de traditionele media geschetst heb, kan ik bekijken in hoeverre deze overeenkomt met de eisen die Habermas stelt aan een publiek debat waarin de ideale gesprekssituatie zich voordoet.</p>
<p>We kunnen vrij snel concluderen dat er voor het publieke debat dat in de traditionele media geen directe toegang is voor alle burgers. De schaarse middelen waarmee burgers wel kunnen reageren in de media voldoen niet aan de tweede eis, namelijk dat de discussie niet wordt beïnvloed door machtsverschillen. De eindredactie van een programma, krant of tijdschrift heeft altijd de laatste hand in de beslissing of een reactie van een burger wel of niet wordt gepubliceerd.</p>
<p>Het probleem van de traditionele media dat niet alle burgers toegang hebben tot het publieke debat in de media wordt door de traditionele media geprobeerd om op te lossen door representatie. Politici, maatschappelijke organisaties of stereotypen representeren de stem van de burgers in het publieke debat in de media. Naast het feit dat deze representatie vaak onbetrouwbaar en moeilijk te controleren is, ziet Habermas nog een veel groter probleem in deze representatie.</p>
<blockquote><p>This leads to a kind of &#8216;refeudalization&#8217; of the public sphere. Large-scale organizations strive for political compromises with the state and with one another, behind close door if possible; but at the same time they have to secure at least plebiscitarian approval from the mass of the population through the deployment of a staged form of publicity.<br />
(Habermas 1973, p. 97)</p></blockquote>
<p>Doordat de bevolking wordt opgesplitst in verschillende belangengroepen, zullen de vertegenwoordigers van deze groepen alleen de belangen van hun eigen groep verdedigen. Hierdoor zullen ze compromissen sluiten met de overheid en andere belangengroeperingen, het liefst achter gesloten deuren. Het is duidelijk dat hierdoor de waarachtigheid van de deelnemers aan het debat in de publieke sfeer niet gewaarborgd is. De organisaties veranderen van communicatief handelen, waarin wordt gekeken naar het algemeen belang, naar strategisch handelen, waarbij de eigen belangen van de organisatie voorop staat.</p>
<p>De organisaties zullen vervolgens alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat hun achterban zo groot mogelijk is. Ze zullen dat doen door in hun publiciteit zoveel mogelijk te verwijzen naar hun eigen successen, waardoor wederom in het publieke debat strategisch handelen voorop komt te staan.</p>
<h3 class="subtitel">5.4 Reageren op een weblog</h3>
<p>Nu we vastgesteld hebben dat het publieke debat in de traditionele media niet gevoerd kan worden volgens de eisen die Habermas daaraan stelt, kunnen we bekijken of het gebruik van weblogs daar verandering in kan brengen. Ik zal eerst concreet de manieren bespreken om door middel van weblogs deel te nemen aan een discussie. Later kan ik dan bekijken of deze kenmerken van weblogs bijdragen aan (een poging tot het bereiken van) een ideale gesprekssituatie en een publieke sfeer.</p>
<p>Weblogs hebben allerlei manieren om feedback van bezoekers en andere bloggers te ontvangen. Van belang hierbij is echter wel het verschil tussen lichte en zware weblogs, zoals ik dat in het derde hoofdstuk heb beschreven. Sommige weblogs hebben maken immers gebruik van extra functies zoals de mogelijkheid om reacties te plaatsen, om gebruik te maken van een trackback of door een RSS-feed aan te bieden.</p>
<p><strong>Reactiemogelijkheid </strong><br />
In vergelijking met een standaard webpagina valt op een weblog meteen op dat er voor de bezoekers een mogelijkheid is om te reageren. Voorwaarde is wel dat we het hier hebben over een zwaar weblog, dat de reactiemogelijkheid heeft ingeschakeld. Wanneer dat inderdaad zo is dan kan de bezoeker van de site meepraten over het onderwerp dat de blogger in zijn post heeft aangesneden. Hij kan niet alleen in discussie treden met de eigenaar van het weblog, maar ook met andere bezoekers, waarvan er sommige toevallig eenmalig langskomen, maar waarvan anderen echte stamgasten zijn die regelmatig hun stem laten horen in de commentaren. (Schutte 2005)</p>
<p>Reageren op een weblog is uiterst eenvoudig. Onder elk bericht staat een invulformulier waarin de bezoeker alleen naam, en eventueel e-mailadres of eigen webpagina hoeft in te vullen. Daaronder staat een leeg vak waarin de bezoeker zijn commentaar kan typen. Daaronder staat een knop waarmee de reactie ingestuurd kan worden. In sommige gevallen worden commentaren eerst gescreend door de eigenaar van het weblog voordat ze online verschijnen, dit kan een discussie aanzienlijk vertragen. In de meeste gevallen echter wordt een reactie meteen geplaatst en heeft de beheerder achteraf de mogelijkheid om ongewenste commentaren, zoals bijvoorbeeld spam, te verwijderen.</p>
<p><strong>Blogosfeer </strong><br />
Naast de mogelijkheid om direct te reageren op een weblogposting is er nog een manier om een discussie te voeren op weblogs. Hierbij gaat het dus niet om een discussie die gevoerd wordt op één weblog, maar om een discussie die gevoerd wordt <em>tussen </em> de schrijvers van weblogs. Een dergelijke discussie vormt zich vanzelf wanneer een blogger ingaat op het bericht van een collega-weblogger. Het debat speelt zich af in de blogosfeer, de term waarmee we het geheel van alle weblogs aanduiden. Een debat in de blogosfeer lijkt op de openbare briefwisselingen die wetenschappers soms voeren in wetenschappelijke tijdschriften, waarin ze in de artikelen met elkaar in een schriftelijke discussie treden.</p>
<p>Weblogs bieden voor discussies echter enkele extra mogelijkheden ten opzichte van andere schriftelijke discussies. Ten eerste is het in de blogosfeer gebruikelijk dat een schrijver direct linkt naar zijn bron of naar het bericht waar hij de discussie mee aangaat. De schrijver van het bericht waarop gereageerd wordt kan in zijn statistieken zien waar zijn bezoekers vandaan komen en ziet op die manier dat er iemand op een ander weblog reageert op zijn werk. Lezers van de discussie kunnen dan ook altijd het debat terugvolgen tot het bericht waarmee de discussie gestart is.</p>
<p>Naast het gewoonweg linken naar het bericht waar de blogger uit citeert of mee in discussie gaat, is er een trackback als extra functionaliteit ontwikkeld. Met deze techniek kan de schrijver van een weblogbericht in reactie op een ander weblog meteen aan de schrijver van het eerste bericht laten zien dat hij een reageert op zijn weblog. Er verschijnt dat onder het eerste bericht een melding dat een ander weblog een reactie heeft geschreven. Op die manier kunnen ook bezoekers zien hoe zich tussen weblogs onderling discussies afspelen.</p>
<h3 class="subtitel">5.5 Weblogs aan de hand van Habermas</h3>
<p>Nu we weten op welke manier een discussie op weblogs vorm krijgt, kunnen we deze situatie toetsen aan de eisen die Habermas in zijn theorieën stelt. Elmine Wijnia onderzocht voor haar afstudeerscriptie <em>Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie </em>(2004) of de ideale gesprekssituatie uit de theorie van het communicatieve handelen van Habermas toepasbaar is op weblogs. In een uitgebreide analyse bespreekt ze de eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie in een persoonlijke discussie en toetst ze deze aan de situatie in weblogs.</p>
<p>Zoals ik hiervoor het aangetoond, vertoont de ideale gesprekssituatie zeer veel overeenkomsten met de publieke sfeer uit het eerde werk van Habermas. De eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie komen grotendeels overeen met de eisen die hij eerder stelde aan een goed werkende publieke sfeer. Eerst zal ik aan de hand van het werk van Wijnia de ideale gesprekssituatie op weblogs bespreken. Daarna maak ik de overstap naar de publieke sfeer en de manier waarop weblogs deze kunnen vormen of aan een bestaande sfeer kunnen deelnemen.</p>
<p><strong>Weblogs als ideale gesprekssituatie</strong><br />
Op het gebied van de eerste eis van Habermas voor een ideale gesprekssituatie, de gelijke toegang van burgers tot het debat, stelt Wijnia dat hoewel nog niet iedereen toegang heeft tot het internet, de toegankelijkheid van het debat in weblogs hoog is. Omdat een weblog met haar berichten letterlijk altijd beschikbaar is, kan een bezoeker altijd op een weblog in discussie. Tijd en afstand spelen in een discussie op een weblog geen belemmerende rol meer om deel te nemen aan een discussie. Dit is fundamenteel anders in vergelijking tot een face-to-facegesprek waarbij de personen op dezelfde tijd en plek aanwezig moeten zijn om te discussiëren. Doordat weblog makkelijk worden geïndexeerd in zoekmachines worden en door weblog-specifieke zoekmachines als Technorati kunnen de discussies ook makkelijk gevonden worden door personen die specifiek naar deze discussies op zoek zijn.</p>
<p>De tweede eis van Habermas aan een ideale gesprekssituatie is dat er geen machtsverschillen tussen personen mogen bestaan. Dit kan een probleem opleveren omdat een weblog is namelijk altijd het &#8216;eigendom&#8217; is van de blogger, de schrijver van de berichten. Hij is in staat om reacties van anderen te verwijderen en in sommige gevallen zelfs om deze zelfs aan te passen. Wijnia stelt echter dat deze machtsverhouding ook wederkerig is. Omdat iedereen kan publiceren op het internet via de weblogs, denk aan de gratis weblogdiensten, is iedereen in staat om onbehoorlijk gedrag van anderen aan de kaak te stellen in zijn eigen een weblog. Door de weblogdiensten is het immers een eitje om zelf een weblog te beginnen en zich te mengen in de discussies die in de blogosfeer plaatsvinden. (Wijnia 2004)</p>
<p>Daarbovenop zorgt bij weblogs met veel bezoekers de gemeenschap van vaste reageerders ervoor dat een blogger niet over de schreef gaat in zijn macht. Hoewel ze natuurlijk niks kunnen doen aan het verwijderen van reacties, kunnen ze wel massaal protest aantekenen tegen de gang van zaken en desnoods en masse het weblog verlaten en op een ander weblog de discussie voortzetten. Een blogger is voor de discussie op zijn eigen weblog immers altijd afhankelijk van de andere personen die reageren. Een blogger die zijn macht misbruikt zal zien dat de deelnemers aan de discussie en de personen die alleen lezen op termijn wegblijven.</p>
<p>Een voorbeeld van een lezersactie is de beroering die ontstond onder de reageerders van Retecool <a class="ref" href="#_ftn5">5</a> toen Reet, de eigenaar van het weblog, een eerder geplaatst bericht verwijderde. In de reacties op andere posts werd luid het ongenoegen kenbaar gemaakt over het verwijderen van het bericht. De reageerders (op Retecool <em>reaguurders </em> genoemd) ondernamen een ludieke actie in de vorm van het oprichten van de ´Vereniging ter bescherming van Topics op Retecool&#8217; en spraken nog dagen over <em>topicide </em>. <a class="ref" href="#_ftn6">6</a></p>
<p>Tenslotte stelt Habermas de eis van waarachtigheid. Ook deze eis is in eerste instantie problematisch. Het internet stelt namelijk deelnemers in staat om volstrekt anoniem te reageren, of zich anders voor te doen dan ze zijn. Dat personen daartoe ook werkelijk in staat zijn, bleek al uit onderzoek van Turkle (1995) uit de begintijd van het internet. Hierdoor is het onmogelijk om direct de waarachtigheid van de deelnemers te controleren.</p>
<p>Als oplossing hiervoor wijst Wijnia in haar onderzoek erop dat de waarachtigheid van personen kan worden vastgehouden als er maar genoeg context wordt gegeven. Deze context kan bestaan uit allerlei informatie over de persoon. De meeste weblogs hebben een pagina waarop de blogger iets meer vertelt over zichzelf, zijn werkzaamheden en zijn vrijetijdsbestedingen. De reageerders met een eigen weblog verwijzen in hun eigen reacties terug naar hun eigen weblog. Ook wanneer een reageerder niet linkt naar een eigen pagina, dan is er meestal nog genoeg informatie te vinden in het eeuwige geheugen van het internet. Op basis van deze context kunnen personen een inschatting maken over de waarachtigheid van een persoon, net zoals je dat in face-to-facecommunicatie aan de hand van de sociale context zou doen. (Wijnia 2004)</p>
<p>Sterker nog, de anonimiteit van internet stelt maatschappelijk ondergewaardeerde groepen in staat om zonder vooroordelen van de anderen deel te nemen aan het debat. Een discussie die face-to-face gevoerd wordt, hebben de deelnemers bepaalde cultureel bepaalde vooroordelen over elkaar aan de hand van hun uiterlijke kenmerken. Deze kenmerken spelen geen rol in een discussie op internet omdat de deelnemers hier vooraf geen weet van hebben.</p>
<p>Tenslotte wil ik er op wijzen dat de sociale context en de mogelijkheid om die te achterhalen zowel IRL (in real life, in het &#8216;echte&#8217; leven) als op het internet een rol spelen in de geloofwaardigheid en waarachtigheid van een discussiepartner. Aan een mening van een persoon die je zomaar op straat tegenkomt en van wie je niks af weet, zal een andere waarde hecten dan de mening van een persoon waarvan je op de hoogte bent van zijn sociale context. Hetzelfde gebeurt op internet, hoe anoniemer de bron, hoe onduidelijker de waarachtigheid van een persoon en des te minder waarde wordt er gehecht aan zijn reactie.</p>
<p><strong>Weblogs in het publieke debat</strong><br />
Aan de hand van de analyses van Wijnia kunnen we concluderen dat weblogs een basis bieden voor een ideale gesprekssituatie. Doordat we eerder geconstateerd hebben dat de ideale gesprekssituatie grotendeels overeenkomt met de publieke sfeer uit Habermas&#8217; eerder werk, kunnen we nu makkelijk de overstap maken en constateren dat weblogs in staat zijn om een concrete publieke sfeer te creëren.</p>
<p>In een publieke sfeer moet immers iedereen gelijkwaardige toegang hebben, mogen machtsverschillen geen rol hebben en moet de waarachtigheid van uitspraken te controleren zijn. Aan al deze drie eisen kan in de blogosfeer voldaan worden. Burgers kunnen door middel van weblogs virtueel bij elkaar komen om zonder machtsverschillen onderwerpen van algemeen belang te bespreken.</p>
<p>De publieke sfeer bestaat uit de combinatie van enkelvoudige debatten tot één meervoudig debat of een publiek debat. Habermas beschrijft dat deze verbindingen tussen deze enkelvoudige debatten wordt gelegd door burgers zelf die aan verschillende debatten deelnemen, maar ook door media, zoals kranten, romans en toneelstukken. Deze verbondenheid staat echter in geen verhouding tot het alomtegenwoordige netwerk waarin weblogs zich begeven. Door de netwerkcultuur van weblogs, waarin men onderling naar elkaar verwijst in berichten of blogrolls, is het veel makkelijker om één publieke sfeer te creëren.</p>
<p>Het verschil is duidelijk uit te leggen aan de hand van het veelgebruikte voorbeeld van het koffiehuis om de plaatsen waar discussies in de publieke sfeer plaatvonden, te beschrijven. Deze koffiehuizen hadden ieder door hun losstaande discussies allemaal losstaande &#8216;publieke sferen&#8217;, die losjes aan elkaar verbonden waren door persoonlijke contacten of door de informatie uit de media. In het geval van de genetwerkte publieke sfeer van de blogosfeer zien we dat de debatten allemaal met elkaar verbonden zijn door gebruik te maken van de karakteristieke eigenschappen van weblogs. We kunnen deze publieke sfeer beter bespreken als een keten van koffiehuizen, zoals Bas Schutte aandraagt in zijn scriptie <em>The Scanning Crowd </em> (2005).</p>
<p>Gary Thompson beweert in zijn artikel <em>Weblogs, warblogs, the public sphere, and bubbles </em> (2003) echter dat weblogs juist niet zorgen voor overdracht tussen verschillende discussiegroepen. Hij stelt dat de weblogs door hun duidelijke politieke voorkeur ervoor zorgen dat gelijkgestemden bij elkaar klitten in discussies, zonder dat ze willen luisteren naar de argumenten van anderen. Thompson baseert zijn uitspraken echter alleen op voorbeelden van Amerikaanse <em>warblogs </em>, weblogs die zich in de aanloop naar de oorlog in Irak uitspraken voor of tegen de oorlog. Hierdoor mist hij een heel spectrum aan andere weblogs waar politieke discussies plaatsvinden en daardoor ontbreekt een solide wetenschappelijk basis om zijn uitspraken verder te ondersteunen.</p>
<p>Juist het netwerkende karakter van weblogs stelt de burgers in staat om terecht te komen op weblogs die een andere politieke voorkeur aanhangen dan zijzelf. Politieke weblogs zijn uitstekend in staat om met elkaar in discussie te gaan, daarbij verwijzen ze precies naar de berichten van elkaar waarover de discussiëren. Hierdoor komen lezers terecht op plaatsen waar ze normaal gesproken nooit zouden kijken, ze zijn figuurlijk in staat om over de schutting van de buren te kijken hoe het debat daar gevoerd wordt en kunnen zelfs direct daaraan deelnemen. Op de weblogs van politici zelf komen regelmatig ook tegenstanders langs om over de opvattingen van de politicus te discussiëren. (Trippi 2004, p. 147)</p>
<p>Daarnaast zijn er tal van weblogs die geen politieke voorkeur hebben en die burgers van allerlei politieke stromingen bij elkaar brengt. Een café of koffiehuis waar een discussie plaatsvindt is immers ook zelden politiek in een richting georiënteerd. Een goed voorbeeld hiervan is de discussie die ontstond op het weblog <em>Sargasso </em><a class="ref" href="#_ftn7">7</a> in aanloop naar het referendum over de Europese grondwet in mei 2005. Hier besprak blogger Steeph onder de noemer <em>Dagelijkse Dosis Europese Grondwet </em> elke dag een stukje van deze grondwet om elke bezoeker inzicht te kunnen geven of hij op basis van zijn persoonlijke instellen voor of tegen zou moeten stemmen. In een uiterst beschaafde discussie konden voor- en tegenstanders van alle kanten uit het politieke spectrum met elkaar argumenten uitwisselen. En hoewel Sargasso in haar berichten altijd een enigszins linkse invalshoek heeft, was er voor elke opvatting evenveel ruimte.</p>
<h3 class="subtitel">5.6 De blogosfeer als bindmiddel in de publieke sfeer</h3>
<p><strong>Semi-publiek debat </strong><br />
Nadat we hebben geconcludeerd dat er dankzij weblogs een publiek debat gevoerd kan worden met de extra dimensie van onderlinge verbondenheid door het netwerk, kunnen we nu bekijken hoe deze past in de huidige situatie met traditionele media , burgers en politici.</p>
<p>Het publieke debat is door het gebruik van de traditionele media opgesplitst in twee lagen. In de onderste laag discussiëren burgers onderling met elkaar op allerlei plekken in de samenleving waar mensen samenkomen. Deze debatten kunnen bij wijze van spreken plaatsvinden in de kroeg, op het werk of bij de kapper. De andere laag van het publieke debat speelt zich af in de traditionele media. Hier discussiëren politici, &#8216;experts&#8217; en de &#8216;vertegenwoordigers&#8217; van de bevolking. Dit debat noem ik een <em>semi-publiek debat </em> omdat het niet voor alle burgers vrij toegankelijk is om deel te nemen aan dit elitaire debat. Aan de andere kant kan het debat wel weer gevolgd worden (via de media) door alle burgers.</p>
<p>Zowel experts als vertegenwoordigers staan tussen aanhalingstekens als we spreken over het semi-publieke debat omdat ze niet altijd blijken te zijn wat ze zeggen te zijn. Eerder toonde ik al aan dat vertegenwoordigers in de traditionele media niet altijd bij de bevolking een concrete achterban hebben.</p>
<p>Ook de selectie van experts die op uitnodiging van de media deelnemen aan het publieke debat, gebeurt niet altijd even nauwkeurig. Wanneer een expert eenmaal in de kaartenbak van een journalist belandt, zal hij steeds vaker opgetrommeld worden om zijn mening te geven over actuele gebeurtenissen, ook al zijn deze maar enigszins verwant aan hun expertise. Zo mogen bij zaken die met internet te maken hebben altijd dezelfde &#8216;experts&#8217; opdraven om in kranten en op radio en televisie hun mening te geven, terwijl er mede door de wetenschappelijke studies naar nieuwe media er in de loop der jaren genoeg experts zijn opgeleid die zich daadwerkelijk om een specifiek onderdeel van de nieuwe media hebben gespecialiseerd. Zij komen echter zelden aan het woord in de media.</p>
<p>Natuurlijk is het te begrijpen dat een journalist niet alle experts op ieder specifiek gebied in een media-uiting aan het woord kan laten, maar het is inherent dat de keuze voor een journalist om een expert aan het woord te laten, invloed heeft op de manier waarop het debat gevoerd wordt.</p>
<p>De twee verschillende lagen in het publieke debat staan in figuur 5.1 schematisch weergegeven. Onder staat het publieke debat dat gevoerd door de burgers, boven het elitaire semi-publieke debat dat in de traditionele media gevoerd wordt. Dit debat heeft wel invloed op het publieke debat onder de burgers, maar in omgekeerde richting is er nauwelijks interactie mogelijk. Burgers kunnen immers niet direct deelnemen aan het debat dat in de media wordt gevoerd. De discussies tussen burgers zijn met elkaar verbonden doordat burgers in staat zijn om in verschillende omgevingen en met verschillende samenstellingen debatten te voeren.</p>
<p><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-104.png"><img class="aligncenter size-medium wp-image-523" title="Figuur 5-1: Schematische weergave van tweedeling in het publieke debat zonder weblogs" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-104-300x203.png" alt="" width="300" height="203" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-105.png"><img class="size-medium wp-image-524 aligncenter" title="Figuur 5-2: Schematische weergave van een samengevoegd publiek debat door middel van weblogs" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-105-300x205.png" alt="" width="300" height="205" /></a></p>
<p><strong>De kloof wordt gedicht </strong><br />
De situatie verandert drastisch wanneer we in het schematische overzicht de rol van weblogs invullen, zoals gebeurt in figuur 5.2. In plaats van puur top-down hiërarchie van het publieke debat in de traditionele media, ontstaat er een netwerk waarbinnen het debat plaats kan vinden. Hoewel niet iedere politicus, expert, vertegenwoordiger of burger zijn eigen weblog heeft, biedt de nieuwe situatie genoeg mogelijkheden om deel te nemen aan het debat dat wordt gevoerd in de blogosfeer. Doordat er één gezamenlijke sfeer ontstaat waarbinnen het publieke debat kan plaatsvinden in traditionele media, nieuwe media en burgers, kunnen de eisen van Habermas voor een goed functionerende publieke sfeer worden gegarandeerd.</p>
<p>Via deze manier kunnen vervolgens burgers door middel van het debat in weblogs het debat in de traditionele media &#8216;bijsturen&#8217;. Ze krijgen de mogelijkheid om bepaalde zaken op de agenda te zetten wanneer traditionele media deze over het hoofd zien, zoals gebeurde met de affaire rondom Trent Lott. Vergelijkbaar met het nieuws uit hoofdstuk 4 kunnen de traditionele media weblogs gebruiken als bron, deze keer om uit te vinden wat de inhoud is van het publieke debat dat zich afspeelt onder de burgers. Hierdoor kunnen ook politici beter op de hoogte blijven van wat er speelt onder de burgers.</p>
<p class="subtitel"><em>Literatuur in dit hoofdstuk </em></p>
<p>Habermas, Jürgen. Strukturwandel Der Öffentlichkeit . 1962. The Structural Transformation of the Public Sphere . Cambridge , USA : The MIT Press, 1989.</p>
<p>Habermas, Jürgen. &#8220;Öffentlichkeit.&#8221; Kultur und Kritik . 1973. &#8220;The Public Sphere.&#8221; Media Studies: A Reader . Ed. Paul Marris en Sue Thornham. Edinburgh : Edinburgh University Press, 1999.</p>
<p>Habermas, Jürgen. Theorie des Kommunikativen Handelns . Frankfurt am Main : Suhrkamp Verlag, 1981.</p>
<p>Kunneman, Harry en Jozef Keulartz. Rondom Habermas . Amsterdam: Boom, 1985.</p>
<p>Schutte, Bas. The Scanning Crowd . 14 maart 2005. <a href="http://www.basschutte.nl/scriptie_thescanningcrowd_bas_schutte_2005.pdf" target="_blank">http://www.basschutte.nl/scriptie_thescanningcrowd_bas_schutte_2005.pdf</a> , 6 juli 2005</p>
<p>Thompson, Gary . &#8220;Weblogs, warblogs, the public sphere, and bubbles&#8221;. Transformations . september 2003. <a href="http://transformations.cqu.edu.au/journal/issue_07/article_02.shtml" target="_blank">http://transformations.cqu.edu.au/journal/issue_07/article_02.shtml</a> , 14 juli 2005.</p>
<p>Trippi, Joe. The revolution will not be televised . New York : ReganBooks, 2004.</p>
<p>Turkle, Sherry. Life on the Screen . New York : Simon &amp; Schuster, 1995.</p>
<p>Witte, Els. Politiek en democratie . Brussel: VUB-Press, 1990.</p>
<p>Wijnia, Elmine. Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie . 26 augustus 2004. <a href="http://elmine.wijnia.com/weblog/archives/scriptie_elminewijnia.pdf" target="_blank">http://elmine.wijnia.com/weblog/archives/scriptie_elminewijnia.pdf</a> , 6 juli 2005.</p>
<p class="subtitel"><em>Voetnoten</em></p>
<ol>
<li><a name="_ftn1" href="#_ftnref1"></a> Een uitgebreide beschrijving van het werk van de Frankfurter Schule is te vinden in de <em>John Hopkins Guide to Literary Theory &amp; Criticism </em> ( <a href="http://www.press.jhu.edu/books/hopkins_guide_to_literary_theory/frankfurt_school.html" target="_blank">http://www.press.jhu.edu/books/hopkins_guide_to_literary_theory/frankfurt_school.html</a> ).</li>
<li><a name="_ftn2" href="#_ftnref2"></a> Dit werk is pas in 1989 in het Engels uitgegeven onder de naam <em>The Structural Transformation of the Public Sphere </em> en is toen pas binnen de academische wereld &#8216;herontdekt&#8217; als een interessant werk.</li>
<li><a name="_ftn3" href="#_ftnref3"></a> Bernice Breure (Geassocieerde Pers Diensten) in onder andere Dagblad Tubantia/Twentsche Courant (6 mei 2003)</li>
<li><a name="_ftn4" href="#_ftnref4"></a> Nova &#8211; Moslimorganisatie strandt, 4 februari 2004 <a href="http://www.novatv.nl/index.cfm?cfid=84984&amp;cftoken=82911842&amp;ln=nl&amp;fuseaction=videoaudio.details&amp;reportage_id=2295" target="_blank">http://www.novatv.nl/index.cfm?cfid=84984&#8230;</a> (9 augustus 2005)</li>
<li><a name="_ftn5" href="#_ftnref5"></a>The Amazing Retecool <a href="http://www.retecool.com" target="_blank">http://www.retecool.com</a> (6 juli 2005)</li>
<li><a name="_ftn6" href="#_ftnref6"></a> Retecool Wiki NL – Topicmoord <a href="http://wiki.retecool.com/index.php/Topicmoord" target="_blank">http://wiki.retecool.com/index.php/Topicmoord</a> (6 juli 2005)</li>
<li><a name="_ftn7" href="#_ftnref7"></a> Sargasso <a href="http://www.sargasso.nl" target="_blank">http://www.sargasso.nl</a> (6 juli 2005), zie met name de categorie <em>EU-Grondwet </em>op <a href="http://www.sargasso.nl/index.php?cat=58" target="_blank">http://www.sargasso.nl/index.php?cat=58</a> (12 augustus 2005)</li>
</ol>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/bas-schutte/" title="Bas Schutte" rel="tag">Bas Schutte</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/debat/" title="debat" rel="tag">debat</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/elmine-wijnia/" title="Elmine Wijnia" rel="tag">Elmine Wijnia</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/ideale-gesprekssituatie/" title="ideale gesprekssituatie" rel="tag">ideale gesprekssituatie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/jurgen-habermas/" title="Jürgen Habermas" rel="tag">Jürgen Habermas</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/publieke-sfeer/" title="publieke sfeer" rel="tag">publieke sfeer</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/weblogs/" title="weblogs" rel="tag">weblogs</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/08/12/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-02/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofdstuk 5 &#8211; Wie debatteert er mee?, versie 0.1</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/07/07/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-01/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/07/07/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-01/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 07 Jul 2005 11:37:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[Bas Schutte]]></category>
		<category><![CDATA[debat]]></category>
		<category><![CDATA[Elmine Wijnia]]></category>
		<category><![CDATA[ideale gesprekssituatie]]></category>
		<category><![CDATA[Jürgen Habermas]]></category>
		<category><![CDATA[publieke sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/07/07/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-01/</guid>
		<description><![CDATA[Na een paar marathonscriptiedagen waarbij ik amper buiten ben geweest, heb ik een eerste versie van hoofdstuk 5 geproduceerd. Dit hoofdstuk gaat in op de gevolgen die weblog hebben op het debat in de publieke sfeer zoals Habermas die beschrijft. Door middel van weblogs zijn burgers in staat om zich weer te mengen in het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na een paar marathonscriptiedagen waarbij ik amper buiten ben geweest, heb ik een eerste versie van hoofdstuk 5 geproduceerd. Dit hoofdstuk gaat in op de gevolgen die weblog hebben op het debat in de publieke sfeer zoals Habermas die beschrijft.<br />
Door middel van weblogs zijn burgers in staat om zich weer te mengen in het publieke debat samen met media en politici, waar voorheen het debat in de media een elitaire bezigheid was.Het complete hoofdstuk is hieronder te lezen in de rest van het bericht of in de vorm van een <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie/hoofdstuk5-01.pdf" target="_blank">PDF</a> (209 kB). Reacties zijn welkom!<span id="more-247"></span></p>
<h2 class="titel">Hoofdstuk 5 &#8211; Wie debatteert er mee?</h2>
<p>Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)<br />
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur &#8211; UniversiteitUtrecht<br />
Versie 0.1: donderdag 7 juli 2005<br />
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geenrechten worden ontleend.</p>
<h3 class="subtitel">5.1 De noodzaak van debat in politiek proces</h3>
<p>Het vorige hoofdstuk ging in op de rol die de nieuwsvoorziening speelt in de relatie tussen politiek, media en burgers. Dit hoofdstuk gaat nader in op de essentiële rol die het debat speelt in deze relatie.</p>
<p>Debatteren is een vorm van communiceren waarbij personen proberen om door middel van argumenten gezamenlijk van gedachte wisselen, meestal met als doel om een oplossing te vinden voor een probleem, of om de andere personen te overtuigen van het eigen gelijk. Naast een debat op concreet niveau dat zich meestal afspeelt in de vorm van een persoonlijke discussie, kan een debat zich ook op een hoger of abstracter niveau afspelen.</p>
<p>Het debat op een hoger niveau wordt doorgaans een maatschappelijk debat genoemd. Zo&#8217;n maatschappelijk debat is vaak moeilijk te volgen omdat het zich afspeelt in allerlei verschillende plaatsen in de relatie tussen politici, media en burgers. Dit debat bestaat uit allerlei kleine debatten, waarin wel personen daadwerkelijk met elkaar discussiëren. Deze discussies of concretere debatten spelen zich af in allerlei verschillende plaatsen in de relatie tussen politici, media en burgers.</p>
<p><strong>Besluitvorming</strong><br />
Zoals we al in het tweede hoofdstuk constateerden concentreren de werkzaamheden van een politicus zich rond het komen tot besluitvorming in gevallen waarbij er geen uniforme oplossing voor handen is. Hierbij is een concreet debat een uistekend middel om tot een oplossing te komen om ervoor te zorgen dat er een meerderheid ontstaat rondom een mening, zodat er daadwerkelijk politieke besluitvorming kan plaatsvinden. In een discussie proberen politici elkaar te overtuigen van de juistheid van hun eigen opvattingen.</p>
<p>Concrete voorbeelden hiervan zijn natuurlijk de debatten zoals die plaatsvinden in de Tweede Kamer of de gemeenteraad, maar ook in tal van andere vergaderingen wordt het debat gebruikt om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen om zo tot beslissingen ten aanzien van bestuur te komen.</p>
<p><strong>Terugkoppeling<br />
</strong>Naast debatteren om tot besluitvorming te komen, heeft een politicus ook enorm veel om te weten wat er speelt onder de bevolking. Dit zal hij moeten halen uit het maatschappelijke debat, waarin burgers, media en politici onder andere hun mening geven over bestuurlijke zaken. Een recent voorbeeld van een publiek debat is bijvoorbeeld de commotie die in de samenleving in juni 2005 ontstond na het ontsnappen van een potentieel gevaarlijke TBS&#8217;er. Zowel politici, als media, als ‘de gewone man op de straat&#8217; bediscussieerden het nieuws, en praatten met elkaar over een oplossing voor deze situatie.</p>
<p>Het is voor een politicus van enorm belang om deze maatschappelijke discussie goed te volgen, hij is immers een vertegenwoordiger van het volk in zowel zijn benoemde als gekozen functie. De maatschappelijke discussie dient op deze manier als een instrument waarmee de bevolking indirect contact kan onderhouden met de politici om door te geven wat er van hen verwacht wordt.</p>
<h3 class="subtitel">5.2 Filosofie van Habermas</h3>
<p>Veel wetenschappers en filosofen hebben zich in de loop van de tijd beziggehouden met de begrippen van debat en discussie. Een van de belangrijkste is de Duitse wetenschapsfilosoof Jürgen Habermas. Habermas heeft een uitgebreid oeuvre geschreven over communicatie op allerlei niveaus. Het gaat hier te ver om uitgebreid in te gaan op zijn complete werk, maar ik zal enkele begrippen uit zijn theorie die belangrijk zijn voor dit hoofdstuk kort bespreken.</p>
<p><strong>Communicatief handelen </strong><br />
Habermas beschrijft in zijn theorie van het communicatieve handelen drie soorten handelen van personen: instrumenteel handelen, strategisch handelen en communicatief handelen. Instrumenteel en strategisch handelen typeert Habermas als handelen waarbij het eigen succes voorop staat, de handelende persoon heeft een bepaald persoonlijk doel. Instrumenteel handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ding, of een object. Een voorbeeld hiervan is het koken van een ei. Strategisch handelen heeft als doel om een verandering te doen optreden bij een ander persoon, oftewel een subject. Bij communicatief handelen gaat het net als bij strategisch handelen wel om sociale interactie, maar niet om het bereiken van eigen succes, maar om het bereiken van overeenstemming met elkaar.</p>
<p>In gevallen waarin het niet zondermeer lukt om overeenstemming te bereiken, dan kunnen de betrokkenen besluiten om de aanspraken die worden gedaan rationeel te toetsen. Dat gebeurt door middel van het rationeel en eerlijk afwegen van argumenten voor en argumenten tegen een bepaalde aanspraak. Dit niveau van communiceren noemt Habermas het <em>discours </em>. Een debat of discussie speelt in de meeste gevallen of in het discours zoals Habermas dat schetst. (Habermas 1981)</p>
<p><strong>Ideale gesprekssituatie</strong><br />
Om de kwaliteit van een debat in een discours te waarborgen zijn er een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Wanneer dit het geval is dat ontstaan volgens Habermas een <em>ideale gesprekssituatie</em>.</p>
<ul>
<li> Ten eerste moeten alle potentiële deelnemers een <strong>gelijke kans </strong>hebben om een discussie in <strong>een discours te beginnen </strong>, waarbinnen de aanspraken die gedaan worden in communicatief handelen te toetsen zijn.</li>
<li>Ten tweede moeten alle betrokkenen een <strong>gelijke kans </strong> hebben om inderdaad aan de <strong>discussie deel te nemen</strong>, hun beweringen en conclusies, verklaringen en interpretaties, ideeën en suggesties, maar ook vragen, twijfels en kritiek moeten gehoord kunnen worden.</li>
<li> Ten derde mogen er tussen de betrokkenen <strong>geen machtsverschillen </strong> bestaan die zouden kunnen verhinderen dat bepaalde argumenten onttrokken worden aan de discussie, of dat ze een onaantastbaar karakter krijgen.</li>
<li> Tenslotte moeten alle betrokkenen zich <strong>waarachtig </strong> tegenover elkaar uiten. Dat betekent dat de betrokkenen eerlijk moeten zijn in hun intenties , zodat uitgesloten kan zijn dat zij elkaar manipuleren en daarmee strategisch handelen in plaats van communicatief handelen. (Kunneman en Keulartz 1985, p. 106)</li>
</ul>
<p>Pas wanneer er aan alle van deze voorwaarden voldaan wordt, kan er sprake zijn van een kritisch-rationele (eerlijke) discussie in een discours, een discussie waarin alle argumenten rationeel tegen elkaar worden afgewogen. Dit wordt door Habermas communicatieve symmetrie genoemd.</p>
<p><strong>Publieke sfeer </strong><br />
Wanneer we nu een stapje minder abstract denken, dan komen we uit op het niveau van een publieke sfeer, zoals Habermas eerder al had beschreven zijn boek <em>Strukturwandel der Öffentlichkeit </em> (1962)<a class="ref" href="#_ftn1">1</a>. Hierin gaat Habermas meer in op de maatschappij dan op abstracte communicatieve theorieën. Hij bespreekt hierin onder andere de totstandkoming van politieke besluitvorming.</p>
<p>Een van de termen die veel voorkomt in het werk van Habermas is de <em>publieke sfeer</em>. Deze sfeer kan zowel een concrete als abstracte ruimte zijn, waarbinnen zich een publiek debat afspeelt en waardoor het publiek, de verzameling van burgers, een publieke mening kunnen vormen. Habermas legt erg veel nadruk op het belang van de publieke sfeer, waarvan hij concrete voorbeelden ziet in de vorm van koffiehuizen in het Europa van de achttiende eeuw. In deze koffiehuizen kwamen burgers bij elkaar om te debatteren over maatschappelijke onderwerpen. Hoewel de teksten van Habermas bekend staan om hun onbegrijpelijkheid en langdradigheid, geeft de volgende quote (vertaald in het Engels, Habermas schreef in het Duits) alle aspecten van de publieke sfeer redelijk eenvoudig weer.</p>
<blockquote><p>By &#8216;public sphere&#8217; we mean first of all a domain of our social life in which such a thing as public opinion can be formed. Access to the public sphere open in principle to all citizens. A portion of the public sphere is constituted in every conversation in which private persons come together to form a public. They are then acting neither as business or professional people conducting their private affairs, nor as legal consociates subject to the legal regulations of a state bureaucracy and obligated to obedience. Citizens act as a public when they deal with matters of general interests without being subject to coercion; thus with the guarantee that they may assemble and unite freely, and express and publicize their opinions freely.<br />
(Habermas 1973, p. 92)</p></blockquote>
<p>Ten eerste dient een publieke sfeer een &#8216;plaats&#8217; te zijn waar burgers kunnen samen komen om gezamenlijk te komen tot een publieke opinie. Daarin bespreken ze zaken van algemeen belang, of in andere woorden vinden er maatschappelijke discussies plaats. Daarom worden deze maatschappelijke discussies ook wel publieke discussies of publiek debat genoemd.</p>
<p>Habermas stelt een aantal condities aan deze publieke discussies. Ze moeten voldoen aan de regels die Habermas later ging gebruikten om een rationele discussie uit de theorie over het communicatieve handelen aan te duiden. Dat betekent dat er in deze eisen voldaan wordt aan de eisen van een ideale gesprekssituatie. Vertaald naar deze situatie komt dat neer op (1) alle burgers moeten een gelijke kans hebben om een publieke discussie te starten of eraan deel te nemen, (2) burgers moeten niet onderworpen zijn aan machten van buitenaf of zelf die machten opleggen en (3) burgers moeten de onderwerpen van discussie niet beschouwen als private onderwerpen, omdat in die gevallen hun waarachtigheid in twijfel kan worden getrokken, ze kunnen immers strategisch gaan handelen.</p>
<h3 class="subtitel">5.3 Het publieke debat in de traditionele media</h3>
<p><strong>Wat wordt er besproken?</strong><br />
De rol van de media in het politieke proces ie niet alleen om nieuws naar burgers en politici te brengen, maar ook om de inhoud van het publieke debat te verslaan. Maar het kan erg lastig zijn om te bepalen wat nu precies de inhoud is van het publieke debat, om te weten te komen wat er nu precies speelt onder de bevolking. Een voorbeeld hiervan is de verslaggeving rondom de Tweede Kamerverkiezingen van 2002. De media negeerden min of meer de opkomst van Pim Fortuyn, totdat hij bij de gemeenteraadsverkiezingen kort daarvoor een enorme overwinning boekte.</p>
<p>Een optie die de media hebben om te zien wat er leeft in het publieke debat is het doen van onderzoek in de vorm van opiniepeilingen. Hierin worden in een steekproef aan een aantal mensen enquêtevragen voorgelegd. Doordat het onmogelijk is om precies te achterhalen wat van iedereen zijn persoonlijke mening is, zijn deze peilingen niet meer dan een indicatie van wat er speelt onder de burgers. Daarnaast is het natuurlijk altijd de vraag of de onderzoekers wel de juiste vragen stellen om precies te kunnen peilen wat er leeft onder de burgers. Vergeet daarbij ook niet dat een bepaalde vraagstelling zelf in de peiling een gekleurde uitslag tot gevolg kan hebben.</p>
<p><strong>Burgers aan het woord </strong><br />
Naast de algemene, maar abstracte manier van terugkoppeling via onderzoek, heeft ieder medium zijn eigen manieren om de burgers aan het woord de laten in concretere vormen van het debat.</p>
<ul>
<li><strong>Kranten en tijdschriften: </strong> Van oudsher zijn kranten en tijdschriften de media van het debat. De bekendste vorm van reacties van lezers zijn de ingezonden brieven die bijna elke krant of tijdschrift regelmatig in zijn uitgave publiceert. Daarnaast bieden kranten die bekend staan om hun opiniërende rol vaak extra ruimte aan interessante opiniestukken die worden ingezonden, vaak komen deze stukken echter wel van publieke interessante figuren. Ook bij de ingezonden brieven is het altijd zo dat de redactie een keuze maakt tussen wat er wel wordt gepubliceerd en wat niet.</li>
<li><strong>Radio: </strong> Ook de radio heeft een lange traditie op het gebied van reacties van luisteraars. Een aantal programma&#8217;s bestaan compleet uit reacties van het publiek op een actueel onderwerp. Het bekendste programma is <em>Stand.nl </em> dat elke dag op Radio 1 wordt uitgezonden. In dat programma kunnen luisteraars live hun reactie geven op de stelling van de dag.</li>
<li><strong>Televisie: </strong> Op de televisie is een burger slechts minimaal in staat om deel te nemen aan het debat. Uitzonderingen hierop zijn mensen die worden uitgenodigd om deel te nemen aan een debatprogramma zoals het <em>Lagerhuis </em> dat door de VARA werd uitgezonden. Soms worden in een nieuwsuitzending wel eens een poging gedaan om de illusie te wekken dat de burgers kunnen meepraten over een actueel onderwerp. Er staat dan in een winkelstraat een verslaggever die aan willekeurige voorbijgangers vraagt wat ze van een onderwerp vinden. Deelnemen aan een rationeel debat kunnen we dit dan natuurlijk niet noemen.</li>
</ul>
<p><strong>Vertegenwoordigers aan het woord</strong><br />
Omdat het voor de traditionele media moeilijk, zo niet onmogelijk is om burgers in het debat aan het woord te laten, maken ze vaak gebruik van vertegenwoordigers van de burgers in maatschappelijke organisaties. Het gebruiken van deze vertegenwoordigers is echter niet geheel zonder risico&#8217;s. Zo zijn er organisaties waarvan blijkt dat ze toch hun vertegenwoordigende groep niet goed representeren. Een voorbeeld hiervan is het CMO, het Contactorgaan Moslims en Overheid, dat niet door alle moslims wordt erkend als dé representerende organisatie. Daarnaast kunnen er ook meer organisaties zijn die één groep representeren, denk bijvoorbeeld aan de wildgroei van milieuorganisaties als <em>Greenpeace </em> en <em>Milieudefensie</em>.</p>
<p>Door het maken van deze keuzes in hun verslaggeving framen de media het publieke debat dat ze verslaan. Ze kunnen kiezen welke organisatie ze wel aan het woord laten en welke niet. Daarnaast is de opbouw binnen de traditionele media zelf geen afspiegeling van de werkelijkheid. De medewerkers zijn vaak hoger opgeleid en hebben (redelijk) vast werk, terwijl de samenleving ook bestaat uit burgers met een lagere opleiding of met geen (vast) werk.</p>
<p>Het publieke debat wordt door het gebruik van de traditionele media opgesplitst in twee lagen. Onderaan staan de burgers die onderling met elkaar debatteren over onderwerpen die zij belangrijk vinden. Daarboven staat een laag waarin de prominente vertegenwoordigers het debat voeren in de media, waarbij niet altijd de representatie blijkt te kloppen. Omdat politici voor het grootste gedeelte het publieke debat volgen via de media, ze kunnen immers niet anders, kunnen ze een verkeerd beeld krijgen van wat er leeft onder de bevolking. Het beste voorbeeld hiervan is wederom de opkomst van Pim Fortuyn, zoals ik die eerder al besproken heb. De media zagen Pim Fortuyn niet en daardoor zag ook de politiek hem niet aankomen.</p>
<h3 class="subtitel">5.4 Reageren op een weblog</h3>
<p>Weblogs hebben allerlei manieren om feedback van bezoekers en andere bloggers te ontvangen. Van belang hierbij is echter wel het verschil tussen lichte en zware weblogs, zoals ik dat in het derde hoofdstuk heb beschreven. Om het geheugen nog even op te frissen: een licht weblog maakt weinig gebruik van extra mogelijkheden zoals de mogelijkheid om reacties te plaatsen en het aanbieden van een RSS-feed. Een zwaar weblog biedt al deze extra functionaliteiten wel.</p>
<p><strong>Reactiemogelijkheid </strong><br />
In vergelijking met een standaard internetpagina valt op een weblog meteen op dat er voor de bezoekers een mogelijkheid is om te reageren. Voorwaarde is wel dat we het hier hebben over een zwaar weblog, dat de reactiemogelijkheid heeft ingeschakeld. Wanneer dat inderdaad zo is dan kan de bezoeker van de site meepraten over het onderwerp dat de blogger in zijn post heeft aangesneden. Hij kan niet alleen in discussie treden met de eigenaar van het weblog, maar ook met andere bezoekers, waarvan er sommige toevallig eenmalig langskomen, maar waarvan anderen echte stamgasten zijn die regelmatig hun stem laten horen in de commentaren.</p>
<p>Reageren op een weblog is uiterst eenvoudig. Onder elk bericht staat een invulformulier waarin de bezoeker alleen naam, en eventueel e-mailadres of eigen webpagina hoeft in te vullen. Daaronder staat een leeg vak waarin de bezoeker zijn commentaar kwijtkan. Daaronder staat weer een knop waarmee de reactie ingestuurd kan worden. In sommige gevallen worden commentaren eerst gescreend voordat ze online verschijnen, dit kan een discussie aanzienlijk vertragen. In de meeste gevallen echter wordt een reactie meteen geplaatst en heeft de beheerder achteraf de mogelijkheid om ongewenste commentaren, zoals bijvoorbeeld spam, te verwijderen.</p>
<p><strong>Blogosfeer </strong><br />
Naast de mogelijkheid om direct te reageren op een weblogposting is er nog een manier om een discussie te voeren op weblogs. Dat is door zelf op een eigen weblog een bericht te schrijven, waarin je ingaat op het bericht van een collega-weblogger. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de debatten die wetenschappers voeren in wetenschappelijke tijdschriften. Ze reageren in hun artikelen op de artikelen van andere wetenschappers en treden daarmee in schriftelijke vorm in discussie.</p>
<p>Weblogs bieden voor deze discussies enkele extra mogelijkheden. Ten eerste is het in de blogosfeer gebruikelijk dat een schrijver linkt naar zijn bron of naar het bericht waar hij de discussie mee aangaat. De schrijver van het bericht waarop gereageerd wordt kan in zijn statistieken zien waar zijn bezoekers vandaan komen en ziet op die manier dat er iemand op een ander weblog reageert op zijn werk.</p>
<p>Een makkelijkere manier om te verwijzen is door middel van een trackback. Met deze techniek kan de schrijver van een weblogbericht in reactie op een ander weblog meteen aan de schrijver van het eerste bericht laten zien dat hij een reageert op zijn weblog. Er verschijnt dat onder het eerste bericht een melding dat een ander weblog een reactie heeft geschreven. Op die manier kunnen ook bezoekers zien hoe zich tussen weblogs onderling discussies afspelen.</p>
<h3 class="subtitel">5.5 De ideale gesprekssituatie in de media</h3>
<p><strong>Traditionele media </strong><br />
Wanneer we nu de beschrijvingen van het publieke debat in de traditionele media vergelijken met de eisen die Habermas stelt aan een eerlijk publiek debat, dan zien we meteen dat niet aan de voorwaarden voldaan wordt. Ten eerste hebben burgers niet allemaal gelijke toegang tot het publieke debat in de media, deze discussies worden meestal gevoerd door personen uit een &#8216;elite&#8217; van vertegenwoordigers uit maatschappelijke organisaties.</p>
<p>Daarnaast bestaan in gevallen waarbij burgers wel rechtstreeks kunnen reageren (ingezonden brief, inbellen in radioprogramma) er grondige machtsverschillen tussen de reagerende burgers en de redacties van kranten en programma&#8217;s. Zij hebben immers de macht om een bepaalde reactie niet te plaatsen of uit te zenden. De programmamakers hebben grote invloed om te bepalen wat ‘het gesprek van de dag&#8217; is en bepalen daarmee voor een groot deel de inhoud van het publieke debat.</p>
<p>Tenslotte is de eis van waarachtigheid moeilijk te toetsen in zowel directe communicatie in een concrete discussie, maar ook in een debat in de traditionele media. In directe communicatie kan nog gebruik worden gemaakt van de extra signalen die iedereen bedoeld of onbedoeld uit. Denk bijvoorbeeld aan een zenuwachtige stem of aan een slappe handdruk. In een uiting in de traditionele media worden dit soort zaken meestal gefilterd waardoor het moeilijk is om te zien of iemand waarachtig handelt of niet.</p>
<p><strong>Habermas over weblogs </strong><br />
Elmine Wijnia onderzocht voor haar afstudeerscriptie <em>Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie </em>(2004) of de ideale gesprekssituatie van Habermas toepasbaar is op weblogs. In een uitgebreide analyse bespreekt ze de eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie en toetst ze deze aan de situatie in weblogs. Ik zal hieronder in een korte samenvatting haar bevindingen weergeven.</p>
<p>Op het gebied van de eerste eis van Habermas voor een ideale gesprekssituatie, de gelijke toegang van burgers, stelt Wijnia dat hoewel nog niet iedereen toegang heeft tot het internet de toegankelijkheid hoog is. Omdat een weblog met haar berichten letterlijk altijd beschikbaar is, kan een bezoeker altijd op een weblog in discussie. Dit is fundamenteel anders in vergelijking tot een face-to-facegesprek waarbij de personen op dezelfde tijd en plek aanwezig moeten zijn om te discussiëren.</p>
<blockquote><p>Wanneer een groep mensen bij elkaar komt in een afgesloten ruimte, bijvoorbeeld een vergaderzaal, is het niet mogelijk voor buitenstaanders om te achterhalen waar precies over gesproken wordt. Op het internet is het wel mogelijk om gesprekken ‘mee te luisteren&#8217;. Door de openbaarheid van de meeste pagina&#8217;s op het internet is het mogelijk om mee te lezen met de uitingen van anderen.<br />
(Wijnia 2004, p. 48)</p></blockquote>
<p>De eis van Habermas dat er geen machtsverschillen tussen personen mag bestaan kan een bedreiging vormen voor de ideale gesprekssituatie voor weblogs. Een weblog is namelijk altijd het &#8216;eigendom&#8217; van de blogger, de schrijver van de berichten. Hij is in staat om reacties van anderen te verwijderen. Wijnia stelt echter dat deze machtsverhouding ook wederkerig is. Omdat iedereen kan publiceren op het internet via de weblogs, denk aan de gratis weblogdiensten, is iedereen in staat om onbehoorlijk gedrag van anderen aan de kaak te stellen in een weblog. Door de weblogdiensten is het immers een eitje om zelf een weblog te beginnen en zich te mengen in de discussies die in de blogosfeer plaatsvinden.</p>
<p>Daarbovenop zorgt de gemeenschap van vaste reageerders ervoor dat een blogger niet over de schreef gaat in zijn macht. Hoewel ze natuurlijk niks kunnen doen aan het verwijderen van reacties, kunnen ze wel massaal protest aantekenen tegen de gang van zaken en desnoods en masse het weblog verlaten en op een ander weblog de discussie voortzetten.</p>
<p>Een voorbeeld hiervan is te beroering die ontstond onder de reageerders van Retecool <a class="ref" href="#_ftn2">2</a> toen Reet, de eigenaar van het weblog een eerder geplaatst bericht verwijderde. In de andere posts werd luid het ongenoegen kenbaar gemaakt over het verwijderen van het bericht. De reageerders (op Retecool <em>reaguurders </em> genoemd) ondernamen een ludieke actie en spraken nog dagen over <em>topicide</em>. <a class="ref" href="#_ftn3">3</a></p>
<p>Tenslotte kan ook de eis van waarachtigheid – net als bij de traditionele media – problemen veroorzaken. Het internet is immers bij uitstek een medium voor personen om zich anders voor te doen dan ze werkelijk zijn. Dat personen daartoe ook werkelijk in staat zijn, bleek al uit onderzoek van Turkle (1995) uit de begin tijd van het internet. Aan de andere kant kan deze anonimiteit ook een kans zijn voor maatschappelijk ondergewaardeerde groepen waaronder bijvoorbeeld allochtonen.</p>
<p>Wijnia stelt in haar onderzoek dat de waarachtigheid van personen kan worden vastgehouden mits er genoeg context wordt gegeven. Op basis van deze context kunnen personen een inschatting maken over de waarachtigheid van een persoon, net zoals je dat in face-to-facecommunicatie zou doen. Deze context kan bestaan uit allerlei informatie over de persoon. De meeste weblogs hebben een pagina waarop de blogger iets meer vertelt over zichzelf, zijn werkzaamheden en zijn vrijetijdsbestedingen. Ook wanneer een reageerder niet linkt naar een eigen pagina, dan is er meestal nog genoeg informatie te vinden in het eeuwige geheugen van het internet. Tenslotte denk ik dat de personen die in discussie aangaan op een weblog zelf heel goed in staat zijn om aan de hand van de inhoud van een reactie de waarachtigheid in te schatten, daarbij speelt ook de anonimiteit van een persoon mee. Hoe onduidelijker de waarachtigheid van een persoon, des te minder waarde wordt er gehecht aan zijn reactie.</p>
<h3 class="subtitel">5.6 De blogosfeer als nieuwe publieke sfeer</h3>
<p><strong>De kloof overbruggen </strong><br />
Aan de hand van de filosofie van Habermas zien we waarom er een kloof ontstaan is tussen het &#8216;echte&#8217; publieke debat dat door de burgers gevoerd wordt en een semi-publiek debat zoals dat wordt gevoerd in de traditionele media. Het debat in de traditionele media is niet gelijkwaardig toegankelijk voor alle burgers en hebben de redacteuren van de media te veel macht waarmee ze een gelijkwaardige discussie verstoren. Weblogs kunnen veel beter voldoen aan de eisen van Habermas voor een ideale gesprekssituatie. Hierdoor kan de kloof die ontstaan is tussen de burgers aan de ene kant en de elite van traditionele media en vertegenwoordigers (waaronder politici) overbrugt worden. Op een zwaar weblog kan immers iedereen met elkaar in debat treden, niet alleen de ‘gewone&#8217; burgers, maar ook de vertegenwoordigers van deze burgers, inclusief politici kunnen meedoen aan een debat dat zich ontspint in de blogosfeer. Hierdoor onstaat er weer één publieke sfeer zoals Habermas die beschrijft. Daarin kunnen ook de burgers weer onbeperkt meedoen door te reageren op weblogs of door er zelf een te beginnen</p>
<p>Een voorbeeld hiervan is het debat dat ontstond op het weblog <em>Sargasso</em> <a class="ref" href="#_ftn4">4</a> in de aanloop naar het referendum over de Europese grondwet. Hier besprak blogger Steeph elke dag een stukje van deze grondwet om elke bezoeker inzicht te kunnen geven of hij op basis van zijn persoonlijke instellen voor of tegen zou moeten stemmen. De discussies die elke dag volgende op stukjes uit de grondwet waren een verademing. In de traditionele regende het programma&#8217;s en spotjes waarin zonder enige argumentatie, of zelfs met foute argumentatie werd opgeroepen om voor of tegen te stemmen, Sargasso bood min of meer een oase van rust waarbinnen eens rustig en grondig naar de grondwet werd gekeken.</p>
<p><strong>Ketens van koffiehuizen </strong><br />
De manier waarop een discussie zich verspreid over verschillende weblogs geeft zelfs een beter voorbeeld van een publieke sfeer dan de oude metafoor van de achttiende-eeuwse koffiehuizen zoals Habermas en anderen die gebruiken. Bas Schutte ziet de blogosfeer in zijn afstudeerscriptie <em>The Scanning Crowd </em> (2005) juist eerder al ketens van koffiehuizen waarbinnen discussies door middel van technieken als trackbacks, permalinks en blogrolls zich razendsnel kunnen verspreiden.</p>
<blockquote><p>Waar Hiler en Reynolds de blogosphere zien als een &#8216;intercontinental coffee house&#8217; waar de weblogs bij elkaar komen, zie ik de blogosphere als een keten van koffiehuizen waar alles gebeurt. Juist door functies van de weblog, zoals de trackback, permalink en blogroll, ontstaan op meerdere plaatsen discussies en gaan nieuwe roddels als een lopend vuurtje door de blogosphere.<br />
Door deze ‘public sphere&#8217;, waarin koffiehuizen centraal stonden door hun sociaal en communicatieve functie, kwam een nieuwe generatie denkers, artiesten en zakenlieden bijeen. Wanneer dit gekoppeld wordt aan de vergelijking met de blogosphere, zijn weblogs een keten van virtuele koffiehuizen van de 21e eeuw, waarin politieke, culturele en nieuwswaardige informatie centraal staat en waarover gesproken en gediscussieerd wordt.<br />
(Schutte 2005, p. 60)</p></blockquote>
<p>Het volgende hoofdstuk gaat nader in op de manier waarop weblogs onder andere door de debatten een online gemeenschap vormen en welke gevolgen dat kan hebben voor de politiek.</p>
<p class="subtitel"><em>Literatuur in dit hoofdstuk </em></p>
<p>Habermas, Jürgen. <em>Strukturwandel Der Öffentlichkeit</em>. 1962. <em>The Structural Transformation of the Public Sphere</em>. Cambridge , USA: The MIT Press, 1989.</p>
<p>Habermas, Jürgen. &#8220;Öffentlichkeit.&#8221; <em>Kultur und Kritik</em>. 1973. &#8220;The Public Sphere.&#8221; <em>Media Studies: A Reader</em>. Ed. Paul Marris en Sue Thornham. Edinburgh: Edinburgh University Press, 1999.</p>
<p>Habermas, Jürgen. <em>Theorie des Kommunikativen Handelns</em>. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1981.</p>
<p>Kunneman, Harry en Jozef Keulartz. <em>Rondom Habermas</em>. Amsterdam: Boom, 1985.</p>
<p>Schutte, Bas. <em>The Scanning Crowd</em>. 14 maart 2005. <a href="http://www.basschutte.nl/scriptie_thescanningcrowd_bas_schutte_2005.pdf" target="_blank">http://www.basschutte.nl/scriptie_thescanningcrowd_bas_schutte_2005.pdf</a>,  6 juli 2005</p>
<p>Wijnia, Elmine. <em>Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie</em>. 26 augustus 2004. <a href="http://elmine.wijnia.com/weblog/archives/scriptie_elminewijnia.pdf" target="_blank">http://elmine.wijnia.com/weblog/archives/scriptie_elminewijnia.pdf</a>,  6 juli 2005.</p>
<p class="subtitel"><em>Voetnoten</em></p>
<ol>
<li><a name="_ftn1" href="#_ftnref1"></a> Dit werk is pas in 1989 in het Engels uitgegeven onder de naam <em>The Structural Transformation of the Public Sphere </em> en is toen pas binnen de academische wereld &#8216;herontdekt&#8217; als een interessant werk.</li>
<li><a name="_ftn2" href="#_ftnref2"></a>The Amazing Retecool <a href="http://www.retecool.com" target="_blank">http://www.retecool.com</a> (6 juli 2005)</li>
<li><a name="_ftn3" href="#_ftnref3"></a> Retecool Wiki NL &#8211; Topicmoord <a href="http://wiki.retecool.com/index.php/Topicmoord" target="_self">http://wiki.retecool.com/index.php/Topicmoord</a> (6 juli 2005)</li>
<li><a name="_ftn4" href="#_ftnref4"></a> Sargasso <a href="http://www.sargasso.nl" target="_blank">http://www.sargasso.nl</a> (6 juli 2005)</li>
</ol>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/bas-schutte/" title="Bas Schutte" rel="tag">Bas Schutte</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/debat/" title="debat" rel="tag">debat</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/elmine-wijnia/" title="Elmine Wijnia" rel="tag">Elmine Wijnia</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/ideale-gesprekssituatie/" title="ideale gesprekssituatie" rel="tag">ideale gesprekssituatie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/jurgen-habermas/" title="Jürgen Habermas" rel="tag">Jürgen Habermas</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/publieke-sfeer/" title="publieke sfeer" rel="tag">publieke sfeer</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/weblogs/" title="weblogs" rel="tag">weblogs</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/07/07/hoofdstuk-5-wie-debatteert-er-mee-versie-01/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofdstuk 4 &#8211; Een massapubliek voor iedereen, versie 0.1</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/07/04/hoofdstuk-4-een-massapubliek-voor-iedereen-versie-01/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/07/04/hoofdstuk-4-een-massapubliek-voor-iedereen-versie-01/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Jul 2005 17:21:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/07/04/hoofdstuk-4-een-massapubliek-voor-iedereen-versie-01/</guid>
		<description><![CDATA[Inmiddels heb ik ook hoofdstuk vier van mijn scriptie afgerond. In Een massapubliek voor iedereen komt de rol van het nieuws in de relatie tussen politici en burgers aan de orde. Hierin kijk ik naar de crisis in de politiek waarin burgers hun politici niet meer vertrouwen, rol van de traditionele media daarin en de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Inmiddels heb ik ook hoofdstuk vier van <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie">mijn scriptie</a> afgerond. In <em>Een massapubliek voor iedereen</em> komt de rol van het nieuws in de relatie tussen politici en burgers aan de orde. Hierin kijk ik naar de crisis in de politiek waarin burgers hun politici niet meer vertrouwen, rol van de traditionele media daarin en de manier waarop weblogs daar verandering in kunnen brengen.<br />
Dit hoofdstuk is alleen als PDF beschikbaar, omdat omzetten naar webpagina door de vele afbeeldingen te veel werk is. Natuurlijk komt mijn hele scriptie wel compleet als webpagina online. Het bestand is <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie/hoofdstuk4-01.pdf" target="_blank">hier</a> (PDF, 310 kB) te downloaden. Reacties zijn natuurlijk altijd welkom.</p>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/weblogs/" title="weblogs" rel="tag">weblogs</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/07/04/hoofdstuk-4-een-massapubliek-voor-iedereen-versie-01/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofdstuk 2 &#8211; Mediacracy, versie 0.2</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/05/19/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-02/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/05/19/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-02/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 19 May 2005 13:28:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[framing]]></category>
		<category><![CDATA[Franklin Roosevelt]]></category>
		<category><![CDATA[John F. Kennedy]]></category>
		<category><![CDATA[Manuel Castells]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwe Media]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Richard Nixon]]></category>
		<category><![CDATA[Robert Entman]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/05/19/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-02/</guid>
		<description><![CDATA[Na een scriptiebespreking met Marianne heb ik een revisie gemaakt van het tweede hoofdstuk. Habermas is eruit gevallen, die komt later nog aan bod. De voorbeeldingen van politiek in traditionele media zijn beter ingeleid en enkele figuren zijn aangepast. Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als PDF-bestand (856kB). Zoals gebruikelijk is al [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na een scriptiebespreking met Marianne heb ik een revisie gemaakt van het tweede hoofdstuk. Habermas is eruit gevallen, die komt later nog aan bod. De voorbeeldingen van politiek in traditionele media zijn beter ingeleid en enkele figuren zijn aangepast.<br />
Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie/hoofdstuk2-02.pdf" target="_blank">PDF-bestand</a> (856kB). Zoals gebruikelijk is al het commentaar welkom onder het bericht, of via mijn <a href="http://www.minitrue.nl/email.php">mailformulier</a>. <span id="more-212"></span></p>
<h2 class="titel">Hoofdstuk 2 &#8211; Mediacracy</h2>
<p>Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)<br />
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur &#8211; UniversiteitUtrecht<br />
Versie 0.2: donderdag 19 mei 2005<br />
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geenrechten worden ontleend.</p>
<h3 class="subtitel">2.1 Politici, burgers en media</h3>
<p>De werkzaamheden van politici vallen te onderscheiden in twee taken. Ten eerste  is een politicus een gekozen of aangewezen volksvertegenwoordiger die als taak  heeft om het land, de gemeente of een ander gebied te besturen. Ten tweede  stellen de meeste politici zich tot doel om opnieuw gekozen te worden, of in  ieder geval om voor hun eigen partij bij volgende verkiezingen meer kiezers  te trekken.</p>
<p><strong>Hoe besturen we het land? </strong><br />
Een gekozen of benoemde volksvertegenwoordiger in de persoon van een burgemeester  of Tweede Kamerlid, houdt zich als politiek bestuurder bezig met het nemen  van beslissingen over het te volgen beleid. Barber beschrijft in zijn boek  Strong Democracy (1984) het besturen als <em>een noodzaak voor publieke actie,  en dus voor een redelijke publieke keuze, in een conflict zonder private of  onafhankelijke basis voor het vormen van een oordeel </em>. Hij buigt deze  definitie meteen om naar een vraag: &#8220;Wat moeten we doen wanneer er iets gedaan  moet worden dat ons allemaal aangaat, we willen graag redelijk zijn, maar we  zijn het niet eens over de manier waarop en we hebben geen onafhankelijke basis  voor het maken van deze keuze?&#8221; (Barber 1984, p. 120)</p>
<p>In feite zijn politici bezig met het beantwoorden van deze vraag in de vorm  van besturen. Van politiek is pas sprake als er een probleem op tafel ligt  waarover verschillende politici niet op een gezamenlijke onafhankelijke, bijvoorbeeld  wetenschappelijke, basis een beslissing nemen. Het is immers niet nodig om  te debatteren als iedereen het met elkaar eens is wat de beste oplossing is  voor het probleem. Dit beleid kan dan ook heel goed vorm gegeven worden door  ambtenaren, zonder dat er politiek aan te pas komt.</p>
<p>Soms zal het lukken om in een debat een gezamenlijk standpunt te bereiken  om tot beleid te komen om het probleem op te lossen. In veel gevallen zullen  er echter coalities gevormd worden die een meerderheid in een orgaan representeren,  deze coalities zullen uiteindelijk besluiten over het te volgen beleid.</p>
<p><strong>Ideologie </strong><br />
Bij het beantwoorden van de vraag zal een politicus zich baseren op zijn eigen  ideologie en op die van de partij die hij vertegenwoordigt. Zo is bijvoorbeeld  het uitgangspunt van een rechtse partij dat de overheid zich zo min mogelijk  moet bemoeien met de burger. Een linkse partij hangt juist het standpunt aan  van een actieve overheid, ze moet haar burgers zoveel mogelijk beschermen.  Elke partij probeert om in het beleid zoveel mogelijk haar eigen ideologiete volgen, die is immers in de meeste gevallen de grondslag van de partij.</p>
<p>Concreet houdt het vormen van een visie over het te kiezen beleid en het controleren  hiervan ten opzichte van de ideologie in dat er veel vergaderd moet worden.  Naast vergaderingen in het parlement en de gemeenteraad vinden er ook bijeenkomsten  plaats om de ideologische koers van de bestuurlijke maatregelen te bespreken.  In deze overleggen kunnen de leden van een fractie overleggen of het beleid  de koers van de partij volgt of welke alternatieven beter in de visie van de  partij passen. Wanneer een fractie onderdeel uitmaakt van een regerings- of  collegecoalitie is dit overleg extra van belang, omdat bij enkele afwijkende  stemmen de steun voor de regering of het college onvoldoende kan zijn en er  zo een crisis kan ontstaan. Ook de regering of het college moet natuurlijk  regelmatig overleggen om erop toe te zien dat het gevoerde beleid wordt ondersteund  door de coalitiepartijen.</p>
<p>Daarnaast moet een politicus ook contact houden met andere niveaus binnen  de organisatie binnen de partij. Politici moeten zich onder andere voor het  bestuur van de partij verantwoorden, ze werken immers onder de naam van de  partij. Tenslotte moet een politicus zijn handelen ook kunnen rijmen met zijn  persoonlijke opvattingen. Hij is op persoonlijke titel gekozen of benoemd voor  een functie.</p>
<p><strong>Actieve en passieve burgers </strong><br />
Het beleid dat politici maken heeft altijd indirect of direct invloed op de  burgers, zij zijn immers de inwoners van het land of de gemeente die bestuurd  wordt. Burgers moeten de belasting betalen om ervoor te zorgen dat de overheid  haar taken kan uitvoeren. In gevallen heeft het ontwikkelde beleid ook directe  gevolgen voor burgers. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van de Betuwelijn waarbij  mensen uit hun woning moesten omdat die in de weg stond van de spoorlijn. Deze  burgers worden beschermd voor de mogelijke onredelijkheid van de macht vande meerderheid (de gekozen politici) door inspraakmogelijkheden en beroepsprocedures.</p>
<p>Op deze manier is het proces van besturen door het nemen van besluiten en  het opzetten van beleid is niet puur alleen een aangelegenheid van politici.  Actieve burgers kunnen in directe gevolgen en vaak ook indirecte gevolgen van  beleid bezwaar aantekenen bij het rijk, de provincie of de gemeente. De overheid  is in veel gevallen verplicht om deze zaken te behandelen. Daarnaast kunnen  burgers rechtszaken aanspannen tegen de overheid wanneer ze vinden dat het  beleid ingaat tegen eerder gemaakte wetten.</p>
<p>Vaak vraagt de overheid ook zelf actief om inspraak. Op locaal niveau worden  inspraakavonden georganiseerd in gemeente- of buurthuizen waarin de gemeente  vraagt om feedback op hun plannen. Op landelijk niveau heeft de overheid vaak  contact met maatschappelijke organisaties opgebouwd uit actieve burgers om  te peilen hoe de bevolking staat tegenover het beleid dat wordt ontwikkeld.  Deze organisaties worden het <em>maatschappelijk middenveld </em> genoemd,  alsof ze een extra laag vertegenwoordigen tussen burgers en overheid.</p>
<p>In gevallen waarin de overheid niet direct wil luisteren naar haar burgers  kunnen maatschappelijke organisaties en individuele burgers grijpen naar een  ander middel: acties. Door middel van petities, protesten en demonstraties  kunnen georganiseerde actieve burgers laten zien dat ze het niet eens zijn  met (voorgenomen) beleid en dat ze een gedeelte van de bevolking achter zich  hebben staan.</p>
<p>Naast de maatschappelijk actieve burgers staat een veel grotere groep van  passieve burgers. Dit zijn burgers die niet geneigd zijn inspraak uit te oefenen  of om actie te voeren. Dat kan omdat het beleid hen niet direct raakt of omdat  ze simpelweg niet op de hoogte zijn van de beleidsplannen van politici.</p>
<p><strong>Verkiezingen </strong><br />
Naast het besturen en het toetsen van het beleid aan de ideologie, hebben  politici nog een andere taak. Ze willen graag voor de volgende termijn herkozen  worden, of er voor zorgen dat hun partij meer stemmen haalt dan bij de vorige  verkiezingen. Om dat te bereiken moeten politici en partijen contact maken  met de actieve en passieve burgers, dat zijn immers de potentiële kiezers.  Een politicus kan echter onmogelijk alle burgers persoonlijk bereiken en tegelijkertijd  op de hoogte zijn van al hun voorkeuren. Hiervoor hebben politici de hulp nodig  van massamedia. Via kranten, radio en televisie zijn politici in staat om in één  optreden enorme aantallen burgers te bereiken met hun boodschap en kunnen ze  zo proberen om deze burgers overhalen om op hen te stemmen.</p>
<p>Wanneer een politicus deze media gebruikt om zijn boodschap te verspreiden  kan hij verschillende doelen hebben. Ten eerste kan een politicus de media  benaderen om zijn eigen beleid uit te leggen en te verdedigen tegenover de  actieve burgers. Deze burgers raken op de hoogte van de beleidsplannen van  politici en kunnen als ze het daarmee niet eens zijn individueel of georganiseerd  protest aantekenen door middel van inspraak.</p>
<p>Ten tweede kan een politicus de berichtgeving van de media proberen te gebruiken  om zijn ideologie te verspreiden. Dit kan zowel de ideologie zijn van de partij  waartoe hij behoort, maar dit kan ook zijn persoonlijke, genuanceerde ideologie  zijn.</p>
<p>Net zoals ik heb beschreven bij het vormen van beleid, lopen hier ook de twee  zaken van ideologie en beleid door elkaar. Bij het verdedigen van het beleid  zal een politicus dat verantwoorden aan de hand van zijn ideologie en bij een  discussie over ideologie zal hij voorbeelden van beleidskeuzes bespreken. Voorbeelden  van media-uitingen die geschikt zijn voor deze twee doelen zijn een groot persoonlijk  interview in het <em>Algemeen Dagblad</em> of een gesprek over een specifieke  beleidszaak in <em>Nova</em>.</p>
<p>Het derde doel dat een politicus kan hebben bij het gebruiken van media is  puur het vergroten van de eigen naamsbekendheid of die van de partij. Hierbij  komen zaken als beleid of ideologie amper aan de orde. Het is van belang dat  de burger het gezicht of de naam herkent en zich aan de hand daarvan gaat verdiepen  in andere verschijningen in de media van de politicus of partij. Denk hierbij  aan het meedoen aan een quiz als <em>Tros Triviant</em> of aan een spelshow  als het soms tenenkrommende <em>Sterrenslag</em>, waarin politici het op een  stormbaan opnemen tegen acteurs en artiesten.</p>
<p>Zelfs activiteiten die op het oog niet direct veel mensen bereiken, kunnen  via een omweg bedoeld zijn om te worden besproken in de massamedia. Bij een  toespraak in het land is de reikwijdte veel groter dan alleen het aantal toehoorders,  omdat bijvoorbeeld een regionale krant verslag doet van de toespraak, of omdat  het simpelweg mooie beelden oplevert voor een item in het <em>Journaal</em>.</p>
<p>De politiek kan de burgers alleen indirect bereiken via de traditionele massamedia  van kranten, radio en televisie. Burgers kunnen, buiten de rechtstreekse media  om, maar in beperkte mate via de media de politiek bereiken. De publieke omroep  is gedeeltelijk nog gebaseerd op de ledenraden van de individuele op ideologie  gebaseerde omroepen, maar in de praktijk worden beslissingen genomen door de  voorzitter van een omroep. Sommige programma&#8217;s bieden luisteraars en kijkers  de mogelijkheid om in de uitzending te reageren. Een voorbeeld hiervan is het  NCRV-progamma <em>Stand.nl</em>, dat reacties bespreekt die binnenkomen via  telefoon, sms en e-mail. De meeste kranten publiceren nog regelmatig een sectie  met ingezonden brieven, al bepaald een redactie altijd nog welke brieven geplaatst  worden. In hoofdstuk vijf zal ik nader ingaan op de mogelijkheden van burgers  om deel te nemen aan het publieke politieke debat.</p>
<p><img class="aligncenter size-full wp-image-516" title="Figuur 2-2" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-101.png" alt="" width="408" height="351" /></p>
<h3 class="subtitel">2.2 Framing en spinning</h3>
<p><strong>Media zijn onmisbaar voor politici </strong><br />
Het figuur onderaan de vorige pagina geef schematisch de rol weer die de media  spelen in het politieke veld. We kunnen zien dat de media een centrale plek  innemen in dat veld en dat alle communicatie naar burgers van politici via  deze traditionele massamedia moet verlopen.</p>
<p>Manuel Castells werkt in zijn boek <em>The Power of Identity </em> (2004)  de relatie tussen politiek, media en burgers verder uit. Zonder gebruik te  maken van massamedia kan een politicus nooit enige kans maken bij verkiezingen,  de kiezers hebben dan nog nooit van hem gehoord. Castells legt uit dat de politici  hierdoor compleet afhankelijk zijn van de massamedia. Dit wil niet zeggen dat  de media de macht hebben om te kunnen bepalen wie er wordt gekozen en wie niet,  daarvoor zijn de media zelf te complex in hun samenstelling, omdat het verzameling  is van verschillende actoren, partijen en belangen.</p>
<p>Een voorbeeld van een politiek succes ondanks tegenwerking van de media is  de verkiezing van de linke Braziliaanse presidentskandidaat Lula in 2002. Hij  won de verkiezingen met een overweldigende meerderheid, ondanks de steun voor  zijn tegenstander in de media. Castells geeft wel toe dat er ook voorbeelden  zijn die laten zien dat media wel degelijk effect hebben op de opkomst en ondersteuning  van politici. Zo noemt hij opvallend genoeg Pim Fortuyn als een voorbeeld,  terwijl onder veel van zijn aanhangers de opvatting leeft dat de traditionele  massamedia mede verantwoordelijk is voor de moord op Fortuyn. (Castells 2004,  p. 374)</p>
<p><strong>Framing </strong><br />
Door de media-afhankelijkheid van de politici moeten de politici zich aanpassen  aan de manier waarop ze worden weergegeven in de media om daarop weer zo goedmogelijk bij het publiek over te komen.</p>
<blockquote><p>Thus, to act on people&#8217;s minds, and wills, conflicting political options,  embodies in parties and candidates, use the media as their fundamental vehicle  of communication, influence and persuasion. So doing, as long as the media  are relatively autonomous from political power, political actors have to abide  by the rules, technology, and interests of the media. The media frame politics.<br />
(Castells 2004, p.371)</p></blockquote>
<p>De organisatiestructuren van de traditionele massamedia zorgen ervoor dat  de boodschap van de politiek vervormt voordat het bij het publiek aankomt.  Niemand kan immers volkomen objectief een gebeurtenis verslaan. De berichtgeving  is altijd gebaseerd op bepaalde aannames, invalshoeken en interpretaties, gecombineerd  met redactionele regels en mediaspecifieke techniek. Dit noemen we <em>framing</em>.</p>
<p>Framing vormt zich doordat er bij het brengen van een boodschap bewust of  onbewust er vanuit een bepaalde invalshoek wordt geredeneerd. Elke journalist  of redacteur heeft een achtergrond met daarin zijn eigen mening en die zal  altijd ergens van invloed zijn op zijn keuzes. Hoe graag media ook willen doen  voorkomen dat ze neutraal en onbevooroordeeld het nieuws brengen.</p>
<p><strong>Mediacracy </strong><br />
Verderop in zijn boek laat Castells de term <em>mediacracy</em> (mediacratie)  vallen om de belangrijke relatie tussen media en politiek te benoemen, maar  helaas verzuimt hij om deze term verder uit te werken. Hij stelt wel dat mediacracy  niet tegengesteld gezien moet worden aan democratie, maar als een invulling  van de democratie die via de media-instituten loopt. (Castells 2004, p. 375)  Op basis van deze gedachtegang van Castells wil ik de term mediacracy gebruiken  om de huidige staat van democratie waarin traditionele massamedia een grote  rol in spelen, te beschrijven. De traditionele massamedia zijn te divers om  concrete <em>macht</em> uit te oefenen, maar ze hebben bewust of onbewustdoor framing wel degelijk <em>invloed </em> op hun publiek.</p>
<p><strong>Spinning</strong><br />
Politici hebben door dat ze zich moeten houden aan de regels van de massamedia  om hun boodschap bij de burgers te krijgen. Ze willen dat de media over hen  berichten vanuit de invalshoek die de politicus in het beste daglicht plaatst.  Hiervoor zullen ook politici hun boodschap brengen vanuit een bepaalde invalshoek.Deze manier van framing wordt ook wel <em>packaging politics</em> of <em>spinning</em> genoemd.</p>
<p>Robert Entman bespreekt in zijn boek <em>Projections of Power</em> (2004)  de pogingen van de Amerikaanse president en zijn staf in het Witte Huis om  de berichtgeving over de buitenlandse politiek zo te &#8216;verdraaien&#8217; dat het beleid  van het Witte Huis zo positief mogelijk in het nieuws komt. Entman beschrijft  in zijn inleidende hoofdstuk helder de definitie van spinning, al noemt hij  het zelf framing.</p>
<blockquote><p>Selecting and highlighting some facets of events or issues, and making connections  among them so as to promote a particular interpretation, evaluation, and/or  solution.<br />
(Entman 2004, p. 5)</p></blockquote>
<p>De actoren in deze definitie kunnen zowel politici als media zijn, wanneer  we als handelende persoon de politici invullen spreken we over spinning. In  het geval van de media spreken we van framing. Het verschil tussen spinning  en framing is dat framing niet perse opzettelijk gebeurt en dat spinning meestal  wel opzettelijk plaatsvindt, met ook echt als doel om de berichtgeving te beïnvloeden.  Daarom noem ik de definitie van Entman geen framing maar spinning omdat hij  met de woorden &#8220;so as to&#8221; aangeeft dat het opzettelijk gebeurt.</p>
<p><strong>Voorbeeld: Korean Air Lines versus Iran Air</strong><br />
Entman geeft in het tweede hoofdstuk van zijn boek een voorbeeld van het gemak  waarmee spinning door de traditionele media kan worden overgenomen. Hij vertelt  van twee ongelukken waarbij legereenheden van verschillende landen passagiersvliegtuigenneerschoten.</p>
<p>Op 1 september 1983 schoot een Sovjet-straaljager een passagiersvliegtuig  van Korean Airlines neer, waarbij 269 mensen omkwamen. Op 3 juli 1988 schoot  een schip van de Amerikaanse marine een passagiersvliegtuig van Iran Air neer,  daarbij kwamen 290 mensen om. In beide gevallen konden de vliegtuigen niet  geïdentificeerd worden op de radar en werden ze gezien als vijandige objecten.  In beide gevallen volgden de Amerikaanse media nauw de berichtgeving uit het  Witte Huis.</p>
<p>Het eerste geval, de aanval van de Sovjets, werd door president Reagan meteen  betiteld als moord door het communistische &#8220;evil empire&#8221;. De aanval veroorzaakte  een landelijke verontwaardiging in de Verenigde Staten en een verhardende politiek  in de richting van de Sovjetunie. <em>Newsweek </em> bracht haar verslaggeving  onder de titel &#8220;A Ruthless Ambush in the Sky&#8221;, een meedogenloze hinderlaag  in de lucht.</p>
<p>Het tweede geval, de aanval van de Amerikanen, werd meteen afgedaan als een  tragisch ongeluk, met als oorzaak menselijk of technisch falen. Het Witte Huis  probeerde in deze zaak zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven. De pers  volgde wederom deze lijn en besteedde veel minder aandacht aan deze tragedie. <em>Time </em> kopte “What  Went Wrong in the Gulf”, wat er mis ging in de Golf. Bij deze berichtgeving  werd zo min mogelijk nadruk gelegd op het handelende karakter (van de Amerikanen)  van het ongeluk, waarbij dat duidelijk wel gebeurde bij het ongeluk van de  Korean Air-vlucht. (Entman 2004, p. 29-49)</p>
<p>Dit voorbeeld laat zien hoe twee vergelijkbare tragedies compleet verschillend  in de Amerikaanse media worden behandeld, omdat het Witte Huis de gebeurtenissen  vanuit twee verschillende invalshoeken benaderde en omdat de media deze invalshoeken  overnam, zonder kritische vragen te stellen bij de verklaringen van het Witte  Huis.</p>
<p><strong>Cascading Activation Model </strong><br />
In Projections of Power verklaart Entman dit overnemen van een gespinde boodschap  aan de hand van het <em>cascading network activiation model</em>. Dit model  beschrijft hoe bepaalde invalshoeken geactiveerd kunnen worden in de verschillende  stappen van zender naar ontvanger. Een aagepaste versie van dit model staat  onderaan deze pagina. Een boodschap wordt verstuurd vanuit een politicus, omdat  hij reageert op een actueel onderwerp. Hij zal daarin proberen om het onderwerp  te bespreken in de invalshoek die hem het beste uitkomt. Vervolgens zullen  de media deze boodschap opnemen in hun berichtgeving. Daarbij voegen ze de  reacties van andere politici en experts op het onderwerp. Daarna sturen zede boodschap in hun eigen door naar de burgers.</p>
<p>Van belang hierbij is de <em>cultural congruence</em>, in het Nederlands  culturele congruentie, de mate waarin het perspectief van de zender van een  bepaalde boodschap wordt gedeeld door de verschillende niveaus. In het geval  van de voorbeelden van Korean Air Lines en Iran Air namen de onderliggende  lagen moeiteloos de invalshoek van het Witte Huis over. In andere gevallen  kan het echter zo zijn dat de invalshoek van de boodschap niet zomaar wordt  overgenomen door de onderliggende lagen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de aanloop  naar de oorlog in Irak in 2003.</p>
<p><img class="aligncenter size-full wp-image-517" title="1-102" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-102.png" alt="" width="500" height="327" /></p>
<p>De Amerikaanse president George W. Bush probeerde de burgers ervan te overtuigen    dat Irak moest worden aangevallen omdat het banden zou hebben met de terroristen    van Al-Qaida. Bush probeerde hiermee een link te leggen tussen het regime    van Saddam Hoessein en de aanslagen van 11 september 2001. Onderliggende    lagen accepteerden echter dit verband tussen Irak en terrorisme niet. Het    gevolg hiervan was dat het onderwerp niet zomaar werd overgenomen door de    onderliggende lagen, maar dat het juist uitgebreid werd besproken. Daarbij    werd ook aandacht besteed aan de opinies van andere politici en werden spraken    experts en analisten uitgebreid over het onderwerp. Hierbij kwamen ook de    (verborgen) doelen aan bod die Bush voor ogen had met deze boodschap. De    poging tot spinning van Bush had het tegenovergestelde effect, het lokteeen internationaal debat uit over de noodzaak om in Irak een oorlog te beginnen.</p>
<h3 class="subtitel">2.4 Nieuwe media zorgen voor nieuwe politiek</h3>
<p>Zoals we eerder al hebben geconstateerd in het voor politici van &#8216;levensbelang&#8217;  om goed om te kunnen gaan met de massamedia. Zij zijn namelijk de tussenliggende  schakel tussen politiek en burgers. Deze paragraaf geeft een korte samenvattingen  van het ontstaan van verschillende massamedia en het gebruik hiervan door de  politiek.</p>
<p><strong>Kranten </strong><br />
Johann Gutenberg maakte in de vijftiende eeuw als eerste in Europa gebruik  van de boekdrukkunst om de Bijbel in massaproductie te nemen. ‘Massa&#8217; moeten  we hier zien als een relatief begrip, gedrukt werk was natuurlijk alleen te  lezen door burgers met een goede opleiding. De pers stond tot de democratische  revoluties in de negentiende eeuw in bijna heel Europa onder controle van de  vorst, hij moest een uitgave eerst goedkeuren voordat het gedrukt mocht worden.  Toch worden er ondergronds pamfletten over politieke onderwerpen gedrukt en  verspreid onder de burgers. Zo werden er duizenden verschillende pamfletten  gedrukt in Nederlandse provinciën tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In  de loop van de zestiende en zeventiende eeuw kregen de pamfletten steeds meer  een periodiek karakter en gingen – meestal illegaal – de concurrentie aan met  officiële staatskranten. Deze staatskranten waren opgericht om ervoor  te zorgen dat het publiek een goed beeld kreeg van de vorst. ‘Goed&#8217; moet hier  gelezen worden als zo gunstig mogelijk voor de vorst zelf, een overduidelijke  poging tot framing. Zo richtte Kardinaal Richelieu, die in Frankrijk samen  met Lodewijk XIII regeerde van 1630 tot 1643 de staatskrant <em>Gazette</em> op.  Asa Briggs en Peter Burke schrijven hierover in <em>A Social History of theMedia: From Gutenberg to the Internet</em> (2002).</p>
<blockquote><p>Jean-Baptiste Colbert, van 1661 tot 1683 de belangrijkste minister van Lodewijk  XIV , was nog meer mediabewust dan Richelieu. De creatie van een gunstig beeld  van de koning, zowel voor een buitenlands publiek als in eigen land, met verslagen  in de pers, historische verhalen, gedichten, toneelstukken, balletten, opera&#8217;s,  schilderijen, standbeelden, gravures en medailles, was het werk van een team  kunstenaars en schrijvers onder supervisie van Colbert.<br />
(Briggs en Burke 2002, p. 87)</p></blockquote>
<p>De kranten waren de aanjagers van de democratische revoluties in de achttiende  en negentiende eeuw. Iedere politieke stroming bracht voor de revolutie van  1789 in Parijs zijn eigen krant uit. (Habermas 163, p. 183) De artikelen in  deze kranten vormden de basis voor politieke discussies die plaatsvonden in  koffiehuizen en die op hun beurt de grondslag vormden voor de volksopstanden.</p>
<p><strong>Advertenties en affiches </strong><br />
De verbeteringen in de boekdrukkunst in de negentiende en twintigste eeuw  maakten dat er een nieuwe manier ontstond om burgers te bereiken. Door middel  van advertenties en aanplakbiljetten probeerden de machthebbers het volk te  overtuigen van hun ideologie. Deze manier van reclame maken voor een ideologie  wordt ook wel propaganda genoemd. Aan het begin van de twintigste eeuw betekende  propaganda hetzelfde als reclame, maar langzaam kreeg het woord in het Nederlandsen in andere talen een negatieve bijklank.</p>
<p>Vooral in de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog maakten alle partijen  uitgebreid gebruik van dit medium om de haat voor de tegenstander onder de  bevolking aan te wakkeren of om het vertrouwen in het eigen land te vergroten,  zoals enkele voorbeelden laten zien.</p>
<p align="center">
<table class="box" border="0" width="400">
<tbody>
<tr>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-95.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-507" title="Figuur 2-3: Amerikaans affiche uit de Tweede Wereldoorlog" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-95-200x300.jpg" alt="" width="200" height="300" /></a></td>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-96.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-508" title="Figuur 2-4: Duits affiche uit de Tweede Wereldoorlog" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-96-216x300.jpg" alt="" width="216" height="300" /></a></td>
</tr>
<tr>
<td><strong>Figuur 2-3</strong> (linksboven): Amerikaans affiche uit de Tweede Wereldoorlog<br />
<strong>Figuur 2-4</strong> (rechtboven): Duits affiche uit de Tweede Wereldoorlog<br />
<strong>Figuur 2-5</strong> (rechts): Duits affiche over de Volksempfänger<br />
<strong>Figuur 2-6</strong> (linksonder): President Roosevelt houdt een fireside chat.<br />
<strong>Figuur 2-7</strong> (rechtsonder): Kennedy (l) en Nixon in debat</td>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-97.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-509" title="Figuur 2-5: Duits affiche over de Volksempfänger" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-97-208x300.jpg" alt="" width="208" height="300" /></a></td>
</tr>
<tr>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-98.jpg"><img class="alignnone size-thumbnail wp-image-510" title="Figuur 2-6 : President Roosevelt houdt een fireside chat." src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-98.jpg" alt="" width="229" height="173" /></a></td>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-99.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-511" title="Figuur 2-7: Kennedy (l) en Nixon in debat" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-99-300x203.jpg" alt="" width="300" height="203" /></a></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p><strong>Radio </strong><br />
Verschillende uitvinders, waaronder Heinrich Hertz en Guglielmo Marconi, hielden  zich aan het einde van de negentiende eeuw bezig met radiogolven om een boodschap  over een grote afstand te kunnen versturen. De eerste dertig jaar was de radiovooral het domein van het leger, uitvinders, wetenschappers en radioamateurs.</p>
<p>Pas in de jaren twintig konden radio&#8217;s goedkoop genoeg gefabriceerd om te  kunnen worden verspreid onder een groot publiek. De aanloop naar de Tweede  Wereldoorlog en de oorlog zelf brachten de ontwikkelingen van de radio als  massamedium in een stroomversnelling.</p>
<p>Adolf Hitler en Joseph Goebbels, zijn minister van propaganda hadden al snel  door dat via de radio een massaal publiek kon worden bereikt. Ze lieten een  goedkope radio, de <em>Volksempfänger </em> ontwikkelen, zodat iedereen  kon luisteren naar de uitzendingen van de nazi&#8217;s. Goebbels verklaarde op de  eerste radiotentoonstelling in 1933 dat de radio in de twintigste eeuw de rol  zou spelen die de gedrukte pers in de negentiende eeuw had gespeeld. (Briggs  en Burke 2002, p. 212) Zowel aan de kant van de nazi&#8217;s als aan de kant van  de Geallieerden werd de radio tijdens de oorlog gebruikt voor propaganda; het  moreel van de strijders moest hoog gehouden worden.</p>
<p>In de Verenigde Staten gebruikte president Franklin Roosevelt de radio om  de gedrukte pers te omzeilen die massaal tegen zijn politiek waren. Bekend  zijn de <em>fireside chats </em> waarin Roosevelt op een persoonlijke manier  contact maakte met zijn luisteraars. De cultuurhistoricus William Stott bespreekt  dit in zijn artikel <em>Documenting Media </em> (1999).</p>
<blockquote><p>Historians agree that Franklin Roosevelt&#8217;s use of radio in his Fireside Chats  made him, though President, a living human, an acquaintance, to millions in  America. Roosevelt used the medium more as it should be used than other public  men had dared to. He was personal, friendly, even a bit casual. (&#8230;) During  a 1933 broadcast he interrupted his talk to ask for a glass of water, paused  while it was brought, took a swallow audible in living rooms across the country,  and then told the listeners: “My friends, it&#8217;s very hot here in Washington  tonight.” His simple gesture drew thousands of sympathetic letters.<br />
(Stott 1999, p. 238)</p></blockquote>
<p>De verkiezingen van 1936 won Roosevelt glansrijk, ondanks de grootste oppositie  van de kranten ooit, uit peilingen bleek dat tachtig procent van de Amerikaanse  kranten tegen zijn herverkiezing was. Roosevelt kon in zijn radiotoespraken  de framing van de Amerikaanse boodschap omzeilen en rechtstreeks de burgers  bereiken.</p>
<p><strong>Film </strong><br />
Ook aan het eind van negentiende eeuw worden er in verschillende landen ongeveer  tegelijkertijd een manier gevonden om bewegende beelden op te nemen en later  weer te projecteren. In Frankrijk zijn dat de gebroers Lumière in Lyon,  in de Verenigde Staten is dat Thomas Edison. In eerste instantie worden er  op kermissen demonstraties gegeven van korte stukjes film, in de jaren twintig  worden er in hoog tempo bioscopen gebouwd waarin het publiek kan kijken naar  langere films of naar nieuwsuitzendingen, vanaf de jaren dertig ook met geluid.</p>
<p>Vooral de dictatoriale regimes in Duitsland en de Sovjetunie gaan in de eerste  helft van de twintigste eeuw films maken die duidelijk het doel hebben om haar  bevolking te beïnvloeden. Bekende voorbeelden zijn <em>Bronenosets Potyomkin </em> (Pantserkruiser  Potemkin), een Sovjetfilm van Sergei Eisenstein uit 1925 en <em>Triumph des  Willens </em> (1935) van Leni Riefenstahl.</p>
<p>Pantserkruiser Potemkin vertelt over de heroïsche poging van matrozen  van de Potemkin in 1905 om in de thuishaven Odessa de socialistische revolutie  te ontketenen, omdat ze op het schip moeten leven onder erbarmelijke omstandigheden.  De bevolking ondersteunt de matrozen, maar de opstand wordt bloedig neergeslagen  door kozakken.</p>
<p>Triumph des Willens geeft een verheerlijkt beeld van de NSDAP op een partijdag  in Nürnberg in 1934. De film toont de indrukwekkende en opruiende toespraken  van Adolf Hitler en laat zien hoe duizenden aanhangers strak in het gelid voorbij  marcheren om te tonen hoe sterk de partij is.</p>
<p><strong>Televisie </strong><br />
Hoewel de televisie al voor de Tweede Wereldoorlog was uitgevonden en de nazi&#8217;s  op kleine schaal televisie gebruikten om propaganda uit te zenden, kwam pas  na de oorlog de televisie voor gewone burgers binnen bereik. Eerst nog voor  enkele early adopters in de buurt, waar vervolgens iedereen kwam kijken bijbelangrijke gebeurtenissen, later voor elk gezin.</p>
<p>Dat televisie compleet anders werkte dan bijvoorbeeld radio, ondervond Richard  Nixon in levende lijve. In 1960 organiseerde CBS in de aanloop naar de presidentsverkiezingen  in de Verenigde Staten een debat tussen de twee kandidaten: John F. Kennedy  en Richard Nixon. Het debat werd zowel op de radio als op televisie uitgezonden. <a class="ref" href="#_ftn1">1</a> Na  afloop van het debat bleek dat de televisiekijkers de voorkeur gaven aan de  koele, knappe Kennedy, tegenover de duidelijk zwetende Nixon. De radioluisteraars  gaven juist de voorkeur aan Nixon. Kennedy won omdat hij beter met het nieuwe  medium van televisie kon omgaan, niet omdat hij betere ideeën had dan  zijn rivaal. (Street 2001, p.205)</p>
<p>Opvallend genoeg kom ik het voorbeeld van het verkiezingsdebat tussen Kennedy  en Nixon al tegen in allerlei artikelen en boeken sinds mijn eerste studiejaar,  maar er is geen enkele literatuur te vinden met een bronverwijzing naar het  daadwerkelijke onderzoek. Wel of geen onderzoek, het is in ieder geval wel  duidelijk dat televisie veel meer onbedoelde signalen, zoals lichaamshouding,  kan doorsturen dan radio. Daarmee heeft het belangrijke gevolgen gehad voor  het voeren van politiek in de media in de laatste helft van de twintigste eeuw,  waarbij een goed beeld steeds belangrijker werd tegenover goede inhoud.</p>
<p><strong>Broadcast </strong><br />
Als we nu samenvattend kijken naar de traditionele massamedia zoals die hierboven  besproken zijn, dan kunnen we meteen concluderen dat deze media in alle vormen  een <em>top-down </em>hiërarchie hebben en dat ze werken volgens het <em>broadcast </em>model.  Top-down wil zeggen dat beslissingen over het medium worden genomen vanuit  de top van de hiërarchie van de overheid of de mediaorganisatie. Het publiek  heeft niks te zeggen over het aanbod. Broadcast betekent in de letterlijke  zin van het woord ‘breed zaaien&#8217;. De informatie wordt centraal gereproduceerd  en massaal verspreid aan iedereen in het publiek.</p>
<p>Tenslotte hebben we gezien dat elk medium zijn eigen manier van het voeren  van politiek met zich meebrengt. De politici die als eerste doorhebben hoe  dat in zijn werk gaat hebben vaak een enorme voorsprong op hun ‘concurrentie&#8217;.</p>
<p><strong>World Wide Web </strong><br />
Een van de belangrijkste onderdelen van het internet, het wereldwijde netwerk  tussen computers, is het <em>world wide web </em>. Het web is in 1990 ontwikkeld  door Tim Berners-Lee van CERN, het Europees instituut voor nucleair onderzoek. <a class="ref" href="#_ftn2">2</a> Het  world wide web is het netwerk van naar elkaar verwijzende internetpagina&#8217;s  met naar elkaar verwijzende hyperlinks. Een andere applicatie die veel wordt  gebruik op het internet is e-mail, het systeem van het versturen en ontvangen  van berichten. Tegenwoordig wordt in plaats van de term ‘web&#8217; ook veel de meeromvattende  tem internet gebruikt. Het CERN gaf in 1993 alle protocollen rondom het web  vrij, iedereen kan ze zonder kosten of restricties gebruiken.</p>
<p>In vergelijking met de traditionele media is de organisatiestructuur van het  internet compleet anders. Zo is de structuur niet top-down, maar in de vorm  van een netwerk. Elke computer die op het internet is aangesloten kan in principe  een website aanbieden voor gebruikers van het internet. Dit betekent ook dat  de informatie niet centraal, door één organisatie wordt aangeboden.  Iedereen is in theorie in staat om zijn eigen massapubliek te trekken. In hoofdstuk  drie zal ik dieper ingaan op deze verschillen van het internet tegenover de  traditionele media.</p>
<p>Op het gebied van nieuwe media in het algemeen en het internet in het bijzonder  is het nog zoeken naar de beste manier om politiek te bedrijven. Howard Dean  heeft tijdens zijn campagne om gekozen te worden tot de Democratische presidentskandidaat  op grote schaal gebruik gemaakt van het internet. Hierbij speelde ook zijn  eigen weblog en dat van sympathisanten een grote rol. Om de mogelijke rol van  weblogs in de politiek te bestuderen, is het van belang dat deze eerst duidelijk  beschreven wordt. Dat gebeurt in het volgende hoofdstuk.</p>
<p class="subtitel"><em>Literatuur in dit hoofdstuk </em></p>
<p>Barber, Benjamin. <em>Strong Democracy: Participatory Politics for a New Age</em>.  Berkeley: University of California Press, 1984.</p>
<p>Briggs, Asa en Peter Burke. <em>A Social History of the Media: From Gutenberg  to the Internet</em>. 2002. Sociale Geschiedenis van de Media. Trans. Hans Keizer.  Amsterdam: Uitgeverij SUN, 2003.</p>
<p>Castells, Manuel. <em>The Power of Identity</em>. 1997. The Information Age: Economy,  Society and Culture. Second ed. Malden, MA, USA: Blackwell Publishing, 2004.</p>
<p>Entman, Robert. <em>Projections of Power</em>. Chicago: The University of Chicago  Press, 2004.</p>
<p>Habermas, Jürgen. <em>Strukturwandel Der Öffentlichkeit</em>. 1962. <em>The  Structural Transformation of the Public Sphere</em>. Cambridge, USA: The MIT Press,  1989.</p>
<p>Stott, William. &#8220;Documenting Media.&#8221; <em>Communication in History</em>. Ed. David  Crowley en Paul Heyer. Third ed. New York: Longman, 1999.</p>
<p>Street, John. <em>Mass Media, Politics and Democracy</em>. Basingstoke: Palgrave,  2001.</p>
<p class="subtitel"><em>Voetnoten</em></p>
<ol>
<li><a name="_ftn1"></a> De debatten tussen Nixon en Kennedy    zijn te beluisteren en na te lezen (maar helaas niet te zien) op de site    van de John F. Kennedy Library (<a href="http://www.jfklibrary.org" target="_blank">http://www.jfklibrary.org</a>),    het eerste debat is te vinden op    <a href="http://www.jfklibrary.org/60-1st.htm" target="_blank">http://www.jfklibrary.org/60-1st.htm</a>.</li>
<li><a name="_ftn2"></a> De eerste internetpagina is gearchiveerd      op <a href="http://www.w3.org/History/19921103-hypertext/hypertext/WWW/Link.html" target="_blank">http://www.w3.org/History/19921103-hypertext/hypertext/WWW/Link.html</a> door      het World Wide Web Consortium (<a href="http://www.w3.org" target="_blank">http://www.w3.org</a>),      de organisatie die de standaarden van het internet beheert.</li>
</ol>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/framing/" title="framing" rel="tag">framing</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/franklin-roosevelt/" title="Franklin Roosevelt" rel="tag">Franklin Roosevelt</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/john-f-kennedy/" title="John F. Kennedy" rel="tag">John F. Kennedy</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/manuel-castells/" title="Manuel Castells" rel="tag">Manuel Castells</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/nieuwe-media/" title="Nieuwe Media" rel="tag">Nieuwe Media</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/politiek/" title="politiek" rel="tag">politiek</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/richard-nixon/" title="Richard Nixon" rel="tag">Richard Nixon</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/robert-entman/" title="Robert Entman" rel="tag">Robert Entman</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/05/19/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-02/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hij blogt wat wij denken!</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/05/03/hij-blogt-wat-wij-denken/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/05/03/hij-blogt-wat-wij-denken/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 May 2005 22:48:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[Geert Wilders]]></category>
		<category><![CDATA[Pim Fortuyn]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/05/03/hij-blogt-wat-wij-denken/</guid>
		<description><![CDATA[Zie hier het beste idee voor een titel voor mijn scriptie tot nu toe. Natuurlijk geënt op de gevleugelde uitspraken van de aanhangers van Pim Fortuyn; &#8220;Hij zegt wat wij denken!&#8221; Dat sluit mooi aan bij het onderwerp van mijn scriptie, waarin ik onderzoek of weblogs in staat kunnen zijn om burgers meer bij de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zie hier het beste idee voor een titel voor mijn scriptie tot nu toe. Natuurlijk geënt op de gevleugelde uitspraken van de aanhangers van Pim Fortuyn; &#8220;Hij zegt wat wij denken!&#8221;<br />
Dat sluit mooi aan bij het onderwerp van mijn scriptie, waarin ik onderzoek of weblogs in staat kunnen zijn om burgers meer bij de politiek te betrekken, iets waar Pim in zijn korte carrière toch goed in geslaagd is.<br />
Ik ben trouwens razendbenieuwd hoe Pim met weblogs zou zijn omgegaan. En waarom heeft Geert Wilders eigenlijk nog geen weblog?</p>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/geert-wilders/" title="Geert Wilders" rel="tag">Geert Wilders</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/pim-fortuyn/" title="Pim Fortuyn" rel="tag">Pim Fortuyn</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/05/03/hij-blogt-wat-wij-denken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofdstuk 2 &#8211; Mediacracy, versie 0.1</title>
		<link>http://www.minitrue.nl/blog/2005/04/29/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-01/</link>
		<comments>http://www.minitrue.nl/blog/2005/04/29/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-01/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Apr 2005 14:07:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Scriptie]]></category>
		<category><![CDATA[framing]]></category>
		<category><![CDATA[Franklin Roosevelt]]></category>
		<category><![CDATA[John F. Kennedy]]></category>
		<category><![CDATA[Jürgen Habermas]]></category>
		<category><![CDATA[Manuel Castells]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwe Media]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Richard Nixon]]></category>
		<category><![CDATA[Robert Entman]]></category>
		<category><![CDATA[scriptie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.minitrue.nl/wordpress/2005/04/29/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-01/</guid>
		<description><![CDATA[Zoals ik gisteren beloofde heb ik vandaag hoofdstuk 2 afgeschreven. Het hoofdstuk behandelt de relatie tussen politiek, media en publiek. Aan bod komen onder andere Habermas, framing en politieke gevolgen van het ontstaan van traditionele media. Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als PDF-bestand (750kB). Zoals gebruikelijk is al het commentaar welkom [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zoals ik gisteren beloofde heb ik vandaag hoofdstuk 2 afgeschreven. Het hoofdstuk behandelt de relatie tussen politiek, media en publiek. Aan bod komen onder andere Habermas, framing en politieke gevolgen van het ontstaan van traditionele media.</p>
<p>Het hoofdstuk is hieronder te lezen, of te downloaden als <a href="http://www.minitrue.nl/scriptie/hoofdstuk2-01.pdf" target="_blank">PDF-bestand</a> (750kB). Zoals gebruikelijk is al het commentaar welkom onder het bericht, of via mijn <a href="http://www.minitrue.nl/email.php">mailformulier</a>. <span id="more-192"></span></p>
<h2 class="titel">Hoofdstuk 2 &#8211; Mediacracy</h2>
<p>Jeroen Steeman (http://www.minitrue.nl)<br />
Communicatie- en informatiewetenschappen/Nieuwe media en digitale cultuur – Universiteit Utrecht<br />
Versie 0.1: vrijdag 29 april 2005<br />
Nuttige bijdragers worden bedankt, maar verder kunnen aan deze reacties geen rechten worden ontleend.</p>
<h3 class="subtitel">2.1 Het werk van een politicus</h3>
<p><strong>Beleid en ideologie</strong><br />
De werkzaamheden van politici vallen te onderscheiden in twee taken. Op basis  van ideologie moeten ze een standpunt innemen over het concrete beleid dat  de beste oplossing biedt voor vraagstukken in een land of in een gemeente.  Dat is de eerste taak van besturen, controleren en toetsen aan de eigen ideologie.  Ministers en wethouders maken voorstellen voor het beleid en het parlement  en de gemeenteraad controleren deze voorstellen en sturen ze bij als ze dat  nodig vinden.</p>
<p>Dit besturen en controleren moet constant gebeuren in het licht van de achterliggende  ideologie. Zo is bijvoorbeeld het uitgangspunt van een rechtse partij dat de  overheid zich zo min mogelijk moet bemoeien met de burger. Een linkse partij  hangt juist het standpunt aan van een actieve overheid, ze moet haar burgers  zoveel mogelijk beschermen. Elke partij probeert om in het beleid zoveel mogelijk  haar eigen ideologie te volgen, die is immers in de meeste gevallen de grondslag  van de partij.</p>
<p>Het besturen, controleren en toetsen aan de ideologie gebeurt voornamelijk  in de vorm van vergaderen, soms ook wel eens de favoriete bezigheid van de  Nederlandse politici genoemd. Naast vergaderingen in het parlement en de gemeenteraad  vinden er ook bijeenkomsten plaats om de ideologische koers van de bestuurlijke  maatregelen te bespreken. In deze overleggen kunnen de leden van een fractie  overleggen of het beleid de koers van de partij volgt of welke alternatieven  beter in de visie van de partij passen. Wanneer een fractie onderdeel uitmaakt  van een regerings- of collegecoalitie is dit overleg extra van belang, omdat  bij enkele afwijkende stemmen de steun voor de regering of het college onvoldoende  kan zijn en er zo een crisis kan ontstaan. Ook de regering of het college moet  natuurlijk regelmatig overleggen om erop toe te zien dat het gevoerde beleid  wordt ondersteund door de coalitiepartijen.</p>
<p>Daarnaast moet een politicus ook contact houden met andere niveaus binnen  de organisatie binnen de partij. Politici moeten zich onder andere voor het  bestuur van de partij verantwoorden, ze werken immers onder de naam van de  partij. Tenslotte moet een politicus zijn handelen ook kunnen rijmen met zijn  persoonlijke opvattingen. Hij is op persoonlijke titel gekozen of benoemd voor  een functie.</p>
<p>Zo zien we dat in het proces van besturen en controleren constant de ideologie  van de partij om de hoek komt kijken en daarbij moeten steeds allerlei verschillende  belangen afgewogen worden. Het beleid dat een politicus voert moet dus constant  gecontroleerd worden tegenover zijn eigen ideologie, maar ook tegenover die  van de fractie en die van de partij.</p>
<p><strong>Media zijn onmisbaar voor politici </strong><br />
Naast het besturen en het toetsen van het beleid aan de ideologie, hebben  politici nog een andere taak. Ze willen graag voor de volgende termijn herkozen  worden, of er voor zorgen dat hun partij meer stemmen haalt dan bij de vorige  verkiezingen. Om dat te bereiken moeten politici en partijen contact maken  met de burgers, dat zijn immers de potentiële kiezers. Een politicus kan  echter onmogelijk alle burgers persoonlijk bereiken en tegelijkertijd op de  hoogte zijn van al hun voorkeuren. Hiervoor hebben politici de hulp nodig van  massamedia. Via kranten, radio en televisie zijn politici in staat om in één  optreden enorme aantallen burgers te bereiken met hun boodschap en kunnen ze  zo proberen om deze burgers overhalen om op hen te stemmen.</p>
<p>Wanneer een politicus deze media gebruikt om zijn boodschap te verspreiden  kan hij verschillende doelen hebben. Ten eerste kan een politicus de berichtgeving  van de media proberen te gebruiken om zijn ideologie te verspreiden. Dit kan  zowel de ideologie zijn van de partij waartoe hij behoort, maar dit kan ook  zijn persoonlijke, genuanceerde ideologie zijn. Ten tweede kan een politicus  de media benaderen om zijn eigen beleid uit te leggen en te verdedigen.</p>
<p>Net zoals ik eerder heb beschreven, lopen hier ook de twee zaken van ideologie  en beleid door elkaar. Bij het verdedigen van het beleid zal een politicus  dat verantwoorden aan de hand van zijn ideologie en bij een discussie over  ideologie zal hij voorbeelden van beleidskeuzes bespreken. Voorbeelden van  media-uitingen die geschikt zijn voor deze twee doelen zijn een groot persoonlijk  interview in het <em>Algemeen Dagblad </em> of een gesprek over een specifieke  beleidszaak in <em>Nova</em>.</p>
<p>Het derde doel dat een politicus kan hebben bij het gebruiken van media is  het vergroten van de eigen naamsbekendheid of die van de partij. Hierbij komen  zaken als beleid of ideologie amper aan de orde. Het is van belang dat de burger  het gezicht of de naam herkent en zich aan de hand daarvan gaat verdiepen in  andere verschijningen in de media van de politicus of partij. Denk hierbij  aan het meedoen bij <em>Tros Triviant </em> of het soms tenenkrommende deelnemen  aan <em>Sterrenslag</em>.</p>
<p>Zelfs activiteiten die op het oog niet direct veel mensen bereiken, kunnen  via een omweg bedoeld zijn om te worden besproken in de massamedia. Bij een  toespraak in het land is de reikwijdte veel groter dan alleen het aantal toehoorders,  omdat bijvoorbeeld een regionale krant verslag doet van de toespraak, of omdat  het simpelweg mooie beelden oplevert voor een item in het <em>Journaal</em>.</p>
<blockquote><p>And  candidates must still travel, appear, shake hands, go to meetings, kiss children  (but carefully), address students, policemen, and every possible ethnic group.  Yet, with the exception of fundraising activities, the main target of these  various forms of person-to-person politics is to stage the persona, or the  message, in the media, be it prime-time TV news, a radio talk show, or a featured  article in an influential newspaper.<br />
(Castells 2004, p. 374)</p></blockquote>
<p><img class="alignright size-full wp-image-503" title="Figuur 2-1: Communicatie van politiek naar burgers" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-92.jpg" alt="" width="193" height="255" />De afbeelding hiernaast geeft schematisch weer hoe de communicatie tussen  politiek en burgers verloopt. Politici kunnen door middel van de traditionele  massamedia van kranten, radio en televisie de burgers bereiken. De burgers  hebben maar beperkte ingangen om via de traditionele massamedia de politici  te bereiken. Uitzonderingen zijn programma&#8217;s zoals <em>Stand.nl </em> waarbij  luisteraars kunnen tijdens de uitzending kunnen bellen om hun mening te geven.  Veel meer invloed hebben de burgers door middel van verkiezingen. Daarbij kunnen  ze rechtstreeks invloed uitoefenen op de manier waarop het land bestuurd wordt,  ze kiezen immers hun eigen vertegenwoordigers.</p>
<p><strong>Macht van de media </strong><br />
Dit politieke stelsel waarin de politiek afhankelijk is van de traditionele  massamedia om de burgers te bereiken noemt Manuel Castells <em>mediacracy</em>.  Hij schrijft erover in zijn boek <em>The Power of Identity </em> (2004). Mediacracy  moet niet gezien worden als het tegenovergestelde van democratie, de massamedia  kunnen niet zomaar bepalen wie er wel gekozen wordt en wie niet. Het benadrukt  wel de machtspositie die de massamedia innemen in de communicatie van politici  naar burgers, en in mindere mate ook andersom.</p>
<p>Zo kon Pim Fortuyn in 2002 bijvoorbeeld zo hoog stijgen in de peilingen door  zijn charismatische verschijning en amuserende en aanvallende manier van debatteren.  Een groot deel van de Nederlandse bevolking was ervan overtuigt dat hij zei  wat zij dachten. De media hielpen hem door er volop aandacht aan te geven.  Maar later kregen van de LPF te horen dat ze hadden meegeholpen aan het scheppen  van een vijandig klimaat ten aanzien van Pim Fortuyn, terwijl Fortuyn zonder  aandacht van de media nooit bekend zou kunnen worden onder het publiek.</p>
<h3 class="subtitel">2.2 Ideale massamedia</h3>
<p><strong>Habermas en de publieke sfeer </strong><br />
De Duitse wetenschapsfilosoof Jürgen Habermas heeft in zijn werk <em>Strukturwandel    der Öffentlichkeit </em> (1962)<a class="ref" href="#_ftn1">1</a> beschreven    hoe de ideale relatie tussen politiek, massamedia en burgers in elkaar steekt.    Om deze situatie uit te leggen is het van belang om eerst enkele begrippen    uit het werk van Habermas uit te leggen. De volgende zin vat kort het ideaal    van Habermas samen.</p>
<p><em>Onafhankelijke burgers vormen een publieke sfeer om in kritisch-rationeel    debat een mening te vormen over het algemeen belang. </em></p>
<p>Ik zal de begrippen die in deze zin voorkomen stap voor stap behandelen.</p>
<p><strong>Algemeen belang</strong>: Met het algemeen belang wordt logischerwijs  het belang van iedereen bedoeld. Vanuit een sociale invalshoek gaat het hier  over het welzijn en welvaren van het complete volk. Vanuit een concretere invalshoek  gaat het hier over het nemen van beslissingen over het beleid dat gevoerd moet  worden.</p>
<p><strong>Kritisch-rationeel debat</strong>: Een discussie waarin rationeel  en kritisch wordt gedebatteerd. Alle argumenten worden op een eerlijke en verstandelijke  manier tegen elkaar afgewogen om te komen tot een mening die het beste het  algemeen belang dient.</p>
<p><strong>Onafhankelijke burgers</strong>: Om te komen tot dit rationele debat  is het van belang dat de burgers die deelnemen aan dat debat volkomen onafhankelijk  zijn. Habermas neemt hierbij de bourgeoisie als voorbeeld. Zelfstandigen die  niet afhankelijk zijn van de overheid of van een werkgever zouden het beste  in staat zijn om over het beleid van de overheid te oordelen, zij hebben er  immers geen belang bij.</p>
<p><strong>Publieke sfeer</strong>: Aan de ene kant hebben we het hier over  de concrete ruimte waarin het debat gevoerd wordt, zoals bijvoorbeeld de Europese  koffiehuizen in de achttiende en negentiende eeuw. Aan de andere kant behelst  het de grote abstracte sfeer waarbinnen alle debatten vallen. De toegang tot  deze sfeer moet voor iedereen gewaarborgd zijn, bijvoorbeeld door het opnemen  van de vrijheid van vergadering in de grondwet.</p>
<p>Op het gebied van de definitie van de onafhankelijke burgers heeft Habermas  later veel kritiek gekregen. Ook de zelfstandigen hebben persoonlijke belangen  en andere &#8216;afhankelijke&#8217; personen kunnen in staat zijn om hun eigen belangen  weg te houden van het debat. In latere publicaties heeft Habermas dit dan ook  aangepast tot alle burgers die hun private belangen niet inbrengen in het kritisch-rationele  debat. (Habermas 1973, p. 92)</p>
<p><strong>De rol van de media </strong><br />
Habermas besteedt in zijn theorie over het ontstaan van de publieke sfeer  veel aandacht aan de opkomst van kranten als eerste vorm van massamedia. De  burgers gebruiken deze kranten om te debatteren over zaken van algemeen belang.  Zo werkten de kranten als een overkoepelende publieke sfeer, totdat een vrije  publieke sfeer wettelijk gewaarborgd is.</p>
<blockquote><p>The publishers procured for the press a commercial basis without, however,  commercializing it as such. A press that had evolved out of public&#8217;s use of  its reason and that had merely been an extension of its debate remained thoroughly  an institution of this very public: effective in the mode of a transmitter  and amplifier, no longer a mere vehicle for the transportation of information  but not yet a medium for culture as an object of consumption.<br />
(Habermas 1962, p. 183)</p></blockquote>
<p>De media dienen in hun ideale rol het publieke debat te ondersteunen en te  intensiveren. Kranten geven aan de ene kant een verslag van wat er in de publieke  sfeer aan de orde komt en geven aan de andere kant redactioneel commentaar  op de discussie. Volgens Habermas is dit geen probleem omdat deze commentaren  het debat een nieuwe impuls kan geven, mits aan de voorwaarde van (redelijke)  onafhankelijkheid voldaan wordt.</p>
<p>Hier zien we dus dat de massamedia aan de ene kant de boodschap versterken  en verspreiden onder haar publiek, maar aan de andere kant nemen ze ook zelf  actief deel aan het publieke debat door bijvoorbeeld het schrijven van commentaren.</p>
<h3 class="subtitel">2.3 Framing</h3>
<p><strong>Framing is overal </strong><br />
Doordat de uitingen van politici altijd via massamedia verspreid worden, doen  ze hun best om ervoor te zorgen dat de media ze beschrijven vanuit de invalshoek  die de politici het beste uitkomt. Dat principe wordt <em>framing </em> genoemd.</p>
<blockquote><p>Media politics is not all politics, but all politics must go through the media  to affect decision-making. So doing, politics is fundamentally framed, in its  substance, organization, process, and leadership, by the inherent logic of  the media system, particularly by the new electronic media.<br />
(Castells 2004, p. 374, cursief verwijderd)</p></blockquote>
<p>Robert Entman geeft in zijn boek <em>Projections of Power </em> (2004) in  een zin een heldere definitie van framing.</p>
<blockquote><p>Selecting and highlighting some facets of events or issues, and making connections  among them so as to promote a particular interpretation, evaluation, and/or  solution.<br />
(Entman 2004, p. 5)</p></blockquote>
<p>Een politicus geeft bepaalde onderdelen van een gebeurtenis meer aandacht  of maakt verbindingen tussen verschillende gebeurtenissen om een bepaalde interpretatie  van deze gebeurtenissen meer aandacht te geven.</p>
<p>Maar niet alleen politici framen (bewust of onbewust), ook de media zelf kunnen  nieuwsberichten niet zonder wijzigingen beschrijven. Niemand kan immers volkomen  objectief een gebeurtenis verslaan. De berichtgeving is altijd gebaseerd op  bepaalde aannames, invalshoeken en interpretaties. Hierdoor zal altijd, zij  het soms minimaal, de boodschap worden aangepast. Daarbovenop komen nog de  verschillende belangen die media-instituten kunnen hebben met het brengen van  de boodschap, maar daarover meer in hoofdstuk 4.</p>
<p><strong>Cascading Activation Model</strong><br />
Entman beschrijft in zijn boek de framing in de berichtgeving over de Amerikaanse  buitenlandse politiek. Hij introduceert hierin het <em>cascading activation  model. </em> Dit model verklaart hoe bepaalde invalshoeken geactiveerd kunnen  worden in verschillende lagen van bestuur en media en hoe het publiek uiteindelijk  de boodschap ontvangt. Iedere laag in het model zal zijn eigen invalshoeken  toepassen op het onderwerp. Zo zullen leden van het Congres hun mening uitspreken  over het onderwerp. Deze uitspraken zullen de media-instituten gebruiken bij  het construeren van het nieuwsproduct. Vervolgens zal het publiek dit nieuws  ontvangen.</p>
<p>Van belang hierbij is de <em>cultural congruence</em>, in het Nederlands  culturele congruentie, de mate waarin het perspectief van een bepaalde boodschap  wordt gedeeld door de verschillende niveaus. Als bijvoorbeeld het Witte Huis  probeert om een onderwerp op een dubieuze manier te framen, dan zal de onderliggende  trap van de <em>Other Elites </em> hier niet zomaar mee akkoord gaan. Zij zullen  de framing van het Witte Huis gaan deconstrueren om uit te zoeken hoe de vork  precies in de steel zit. Ook de media-instituten zullen vervolgens proberen  om de onderliggende gedachten van de bovenliggende groepen te ontleden, de  oorspronkelijke bedoeling van de framing van het onderwerp kan daardoor zelfs  het tegenovergestelde effect hebben. Tenslotte kan ook het publiek de framing  van politici en media niet accepteren, ze ontdekken dat de politici en media  een bepaalde invalshoek proberen te promoten. Het is dus van belang voor politici  om voorzichtig te zijn met het framen van een boodschap, wanneer het frame  ongeloofwaardig wordt, zullen onderliggende groepen proberen om deze te deconstrueren.  Het gevolg hiervan kan zijn dat de burgers zich juist extra gaan verdiepen  in een onderwerp en het niet – zoals de bedoeling was – makkelijk aannemen.</p>
<p><img class="aligncenter size-full wp-image-505" title="Figuur 2-2: Cascading Network Activation (Entman 2004, p. 10)" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-93.jpg" alt="" width="500" height="399" /></p>
<p><strong>Voorbeeld: Korean Air Lines versus Iran Air </strong><br />
Entman geeft in zijn boek een voorbeeld van het gemak waarmee framing wordt  overgenomen door de lagere groepen in het model als een onderwerp cultureel  congruent is, dat wil zeggen als de lagere groepen de invalshoek zonder vragen  overnemen.</p>
<p>Op 1 september 1983 schoot een Sovjet-straaljager een passagiersvliegtuig  van Korean Airlines neer, waarbij 269 mensen omkwamen. Op 3 juli 1988 schoot  een schip van de Amerikaanse marine een passagiersvliegtuig van Iran Air neer,  daarbij kwamen 290 mensen om. In beide gevallen konden de vliegtuigen niet  geïdentificeerd worden en werden ze gezien als vijandige objecten. In  beide gevallen volgden de Amerikaanse media nauw de berichtgeving uit het Witte  Huis.</p>
<p>Het eerste geval, de aanval van de Sovjets, werd door president Reagan meteen  betiteld als moord door het communistische &#8220;evil empire&#8221;. De aanval veroorzaakte  een landelijke verontwaardiging in de Verenigde Staten en een verhardende politiek  in de richting van de Sovjetunie. <em>Newsweek </em> bracht haar verslaggeving  onder de titel &#8220;A Ruthless Ambush in the Sky&#8221;, een meedogenloze hinderlaag  in de lucht.</p>
<p>Het tweede geval, de aanval van de Amerikanen, werd meteen afgedaan als een  tragisch ongeluk, met als oorzaak menselijk of technisch falen. Het Witte Huis  probeerde in deze zaak zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven. De pers  volgde wederom deze lijn en besteedde veel minder aandacht aan deze tragedie. <em>Time </em> kopte &#8220;What  Went Wrong in the Gulf&#8221;, wat er mis ging in de Golf. Bij deze berichtgeving  werd zo min mogelijk nadruk gelegd op het handelende karakter (van de Amerikanen)  van het ongeluk, waarbij dat duidelijk wel gebeurde bij het ongeluk van de  Korean Air-vlucht. (Entman 2004, p. 29-49)</p>
<p>Dit voorbeeld laat zien hoe twee vergelijkbare tragedies compleet verschillend  in de media worden behandeld, omdat het Witte Huis de gebeurtenissen vanuit  twee verschillende invalshoeken benaderde en omdat de media vervolgens zich  geen vragen stelde bij deze invalshoeken.</p>
<h3 class="subtitel">2.4 Nieuwe media zorgen voor &#8216;nieuwe&#8217; politiek</h3>
<p>Zoals we eerder al hebben geconstateerd in het voor politici van &#8216;levensbelang&#8217;  om goed om te kunnen gaan met de massamedia. Zij zijn namelijk de tussenliggende  schakel tussen politiek en burgers. Deze paragraaf geeft een korte samenvattingen  van het ontstaan van verschillende massamedia en het gebruik hiervan door de  politiek.</p>
<p><strong>Kranten </strong><br />
Johann Gutenberg maakte in 1455 als eerste in Europa gebruik van de boekdrukkunst  om de Bijbel in massaproductie te nemen. (Wikipedia 2005a) &#8216;Massa&#8217; moeten we  hier zien als een relatief begrip, gedrukt werk was natuurlijk alleen te lezen  door burgers met een goede opleiding. De pers stond tot de democratische revoluties  in de negentiende eeuw in bijna heel Europa onder controle van de vorst, hij  moest een uitgave eerst goedkeuren voordat het gedrukt mocht worden. Toch worden  er ondergronds pamfletten gedrukt en verspreid onder de burgers. Zo werden  er duizenden verschillende pamfletten gedrukt in Nederlandse provinciën  tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In de loop van de eeuw kregen de pamfletten  steeds meer een periodiek karakter en gingen (illegaal) de concurrentie aan  met officiële staatskranten. Deze staatskranten waren opgericht om ervoor  te zorgen dat het publiek een goed beeld kreeg van de vorst. &#8216;Goed&#8217; moet hier  gelezen worden als zo gunstig mogelijk voor de vorst zelf, een overduidelijke  poging tot framing.</p>
<blockquote><p>Jean-Baptiste Colbert, van 1661 tot 1683 de belangrijkste minister van Lodewijk  XIV , was nog meer mediabewust dan Richelieu. De creatie van een gunstig beeld  van de koning, zowel voor een buitenlands publiek als in eigen land, met verslagen  in de pers, historische verhalen, gedichten, toneelstukken, balletten, opera&#8217;s,  schilderijen, standbeelden, gravures en medailles, was het werk van een team  kunstenaars en schrijvers onder supervisie van Colbert.<br />
(Briggs en Burke 2002, p. 87)</p></blockquote>
<p><strong>Advertenties en affiches </strong><br />
De verbeteringen in de boekdrukkunst in de negentiende en twintigste eeuw  maakten dat er een nieuwe manier ontstond om burgers te bereiken. Door middel  van advertenties en aanplakbiljetten probeerden de machthebbers het volk te  overtuigen van hun ideologie. Deze manier van reclame maken voor een ideologie  wordt ook wel propaganda genoemd. Vooral in de Tweede Wereldoorlog en de Koude  Oorlog maakten alle partijen uitgebreid gebruik van dit medium om de haat voor  de tegenstander onder de bevolking aan te wakkeren of om het vertrouwen in  het eigen land te vergroten, zoals enkele voorbeelden laten zien.</p>
<p><strong>Radio </strong><br />
Verschillende uitvinders, waaronder Heinrich Hertz en Guglielmo Marconi, hielden  zich aan het einde van de negentiende eeuw bezig met radiogolven om een boodschap  over een grote afstand te kunnen versturen. De eerste dertig jaar was de radio  vooral het domein van het leger, uitvinders, wetenschappers en radioamateurs.  (Wikipedia 2005b)</p>
<p>Pas in de jaren twintig konden radio&#8217;s goedkoop genoeg gefabriceerd om te  kunnen worden verspreid onder een groot publiek. De aanloop naar de Tweede  Wereldoorlog en de oorlog zelf brachten de ontwikkelingen van de radio als  massamedium in een stroomversnelling.</p>
<p>Adolf Hitler en Joseph Goebbels, zijn minister van propaganda hadden al snel  door dat via de radio een massaal publiek kon worden bereikt. Ze lieten een  goedkope radio, de <em>Volksempfänger </em> ontwikkelen, zodat iedereen  kon luisteren naar de uitzendingen van de Nazi&#8217;s. Goebbels verklaarde op de  eerste radiotentoonstelling in 1933 dat de radio in de twintigste eeuw de rol  zou spelen die de gedrukte pers in de negentiende eeuw had gespeeld. (Briggs  en Burke 2002, p. 212) Zowel aan de kant van de Nazi&#8217;s als aan de kant van  de Geallieerden werd de radio tijdens de oorlog gebruikt voor propaganda; het  moreel van de strijders moest hoog gehouden worden.</p>
<p>In de Verenigde Staten gebruikte president Franklin Roosevelt de radio om  de gedrukte pers te omzeilen die massaal tegen zijn politiek waren. Bekend  zijn de <em>fireside chats </em> waarin Roosevelt op een persoonlijke manier  contact maakte met zijn luisteraars.</p>
<blockquote><p>Historians agree that Franklin Roosevelt&#8217;s use of radio in his Fireside Chats  made him, though President, a living human, an acquaintance, to millions in  America. Roosevelt used the medium more as it should be used than other public  men had dared to. He was personal, friendly, even a bit casual. (&#8230;) During  a 1933 broadcast he interrupted his talk to ask for a glass of water, paused  while it was brought, took a swallow audible in living rooms across the country,  and then told the listeners: &#8220;My friends, it&#8217;s very hot here in Washington  tonight.&#8221; His simple gesture drew thousands of sympathetic letters.<br />
(Stott 1999, p. 238)</p></blockquote>
<p>De verkiezingen van 1936 won Roosevelt glansrijk, ondanks de grootste oppositie  van de pers ooit, uit peilingen bleek dat tachtig procent van de pers de president niet zag zitten.</p>
<p align="center">
<table class="box" border="0" width="400">
<tbody>
<tr>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-95.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-507" title="Figuur 2-3: Amerikaans affiche uit de Tweede Wereldoorlog" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-95-200x300.jpg" alt="" width="200" height="300" /></a></td>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-96.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-508" title="Figuur 2-4: Duits affiche uit de Tweede Wereldoorlog" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-96-216x300.jpg" alt="" width="216" height="300" /></a></td>
</tr>
<tr>
<td><strong>Figuur 2-3</strong> (linksboven): Amerikaans affiche uit de Tweede Wereldoorlog<br />
<strong>Figuur 2-4</strong> (rechtboven): Duits affiche uit de Tweede Wereldoorlog<br />
<strong>Figuur 2-5</strong> (rechts): Duits affiche over de Volksempfänger<br />
<strong>Figuur 2-6</strong> (linksonder): President Roosevelt houdt een fireside chat.<br />
<strong>Figuur 2-7</strong> (rechtsonder): Kennedy (l) en Nixon in debat</td>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-97.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-509" title="Figuur 2-5: Duits affiche over de Volksempfänger" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-97-208x300.jpg" alt="" width="208" height="300" /></a></td>
</tr>
<tr>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-98.jpg"><img class="alignnone size-thumbnail wp-image-510" title="Figuur 2-6 : President Roosevelt houdt een fireside chat." src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-98.jpg" alt="" width="229" height="173" /></a></td>
<td><a href="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-99.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-511" title="Figuur 2-7: Kennedy (l) en Nixon in debat" src="http://www.minitrue.nl/blog/wp-content/uploads/2008/08/1-99-300x203.jpg" alt="" width="300" height="203" /></a></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p><strong>Film </strong><br />
Ook aan het eind van negentiende eeuw worden er in verschillende landen ongeveer  tegelijkertijd een manier gevonden om bewegende beelden op te nemen en later  weer te projecteren. In Frankrijk zijn dat de gebroers Lumière in Lyon,  in de Verenigde Staten is dat Thomas Edison. In eerste instantie worden er  op kermissen demonstraties gegeven van korte stukjes film, in de jaren twintig  worden er in hoog tempo bioscopen gebouwd waarin het publiek kan kijken naar  langere films of naar nieuwsuitzendingen, vanaf de jaren dertig ook met geluid.</p>
<p>Dankzij het visuele aspect van het medium kan de film makkelijker begrepen  worden door het publiek dan het geschreven of gesproken woord. Hierdoor is  het medium erg geschikt voor propaganda. (Hijstek 1987) Vooral de dictatoriale  regimes in Duitsland en de Sovjetunie gaan in de eerste helft van de twintigste  eeuw films maken die duidelijk het doel hebben om haar bevolking te beïnvloeden.  Bekende voorbeelden zijn <em>Bronenosets Potyomkin </em> (Pantserkruiser Potemkin),  een Sovjetfilm van Sergei Eisenstein uit 1925 en <em>Triumph des Willens </em> (1943)  van Leni Riefenstahl.</p>
<p><strong>Televisie</strong><br />
Hoewel de televisie al voor de Tweede Wereldoorlog was uitgevonden en de Nazi&#8217;s  op kleine schaal televisie gebruikten om propaganda uit te zenden, kwam pas  na de oorlog de televisie voor gewone burgers binnen bereik. Eerst nog voor  enkele early adopters in de buurt, waar vervolgens iedereen kwam kijken bij  belangrijke gebeurtenissen, later voor elk gezin.</p>
<p>Dat televisie compleet anders werkte, ondervond Richard Nixon in levende lijve.  In 1960 organiseerde CBS in de aanloop naar de presidentsverkiezingen een debat  tussen de twee kandidaten: John F. Kennedy en Richard Nixon. Het debat werd  zowel op de radio als op televisie uitgezonden.<a class="ref" href="#_ftn2">2</a> De  media waren het na afloop van het debat met elkaar eens dat Nixon op de radio  een goede indruk had gemaakt, maar dat hij op televisie er vermoeid uitzag  (waarschijnlijk door een operatie enkele dagen ervoor) en dat Kennedy met zijn  charismatische verschijning duidelijk een veel betere indruk maakte. Uiteindelijk  won Kennedy de verkiezingen nipt. (BBC 2005)</p>
<p>Het gaat te ver om te zeggen dat Kennedy de verkiezingen heeft gewonnen door  dit debat, maar zonder televisie had een groot deel van de bevolking nooit  zijn charismatische verschijning gezien. Daarbij is televisie net als film  relatief makkelijker te volgen en daarom ook makkelijker op te nemen.</p>
<p><strong>Broadcast </strong><br />
Als we nu samenvattend kijken naar de traditionele massamedia zoals die hierboven  besproken zijn, dan kunnen we meteen concluderen dat deze media in alle vormen  een <em>top-down </em>hiërarchie hebben en dat ze werken volgens het <em>broadcast </em>model.  Top-down wil zeggen dat beslissingen over het medium worden genomen vanuit  de top van de hiërarchie van de overheid of de mediaorganisatie. Het publiek  heeft niks te zeggen over het aanbod. Broadcast betekent in de letterlijke  zin van het woord &#8216;breed zaaien&#8217;. De informatie wordt massaal gereproduceerd  en wijd verspreid aan iedereen in het publiek.</p>
<p>Tenslotte hebben we gezien dat elk medium zijn eigen manier van het voeren  van politiek met zich meebrengt. De politici die als eerste doorhebben hoe  dat in zijn werk gaat hebben vaak een enorme voorsprong op hun &#8216;concurrentie&#8217;.</p>
<p><strong>World Wide Web </strong><br />
Een van de belangrijkste onderdelen van het internet, het wereldwijde netwerk  tussen computers, is het <em>world wide web</em>. Het web is in 1990 ontwikkeld  door Tim Berners-Lee van CERN, het Europees instituut voor nucleair onderzoek.<a class="ref" href="#_ftn3">3</a> Het  world wide web is het netwerk van naar elkaar verwijzende internetpagina&#8217;s  met naar elkaar verwijzende hyperlinks. Een andere applicatie die veel wordt  gebruik op het internet is e-mail, het versturen van berichten van computer  naar computer. Tegenwoordig wordt in plaats van de term &#8216;web&#8217; ook veel de meeromvattende  tem internet gebruikt. Het CERN gaf in 1993 alle protocollen rondom het web  vrij, iedereen kan ze zonder kosten of restricties gebruiken. (Wikipedia 2005c)</p>
<p>Opvallend aan het web is de niet-hiërarchische structuur, iedere computer  kan dienen als een server die html-pagina&#8217;s aanbiedt. Hierdoor ontstaan belangrijke  verschillen met de traditionele massamedia zoals die hierboven zijn besproken.  Deze zullen in het derde hoofdstuk verder worden behandeld.</p>
<p>Op het gebied van nieuwe media in het algemeen en het internet in het bijzonder  is het nog zoeken naar de beste manier om politiek te bedrijven. Howard Dean  heeft tijdens zijn campagne om gekozen te worden tot de Democratische presidentskandidaat  op grote schaal gebruik gemaakt van het internet. Hierbij speelde ook zijn  eigen weblog en dat van sympathisanten een grote rol. Om de mogelijke rol van  weblogs in de politiek te bestuderen, is het van belang dat het onderwerp duidelijk  beschreven wordt. Dat gebeurt in het volgende hoofdstuk.</p>
<p class="subtitel"><em>Literatuur in dit hoofdstuk </em></p>
<ul>
<li>BBC. &#8220;1960: Kennedy and Nixon Clash in Tv Debate.&#8221; <em>On      This Day, 26 September</em>.    <a href="http://news.bbc.co.uk/onthisday/hi/dates/stories/september/26/newsid_3104000/3104393.stm" target="_blank">http://news.bbc.co.uk/onthisday/hi/dates/stories/september/26/newsid_3104000/3104393.stm</a> (29 april 2005)</li>
<li>Briggs, Asa en Peter Burke. <em>A Social History of the      Media: From Gutenberg to the Internet</em>. 2002. <em>Sociale    Geschiedenis van de Media</em>. Trans. Hans Keizer. Amsterdam: Uitgeverij    SUN, 2003.</li>
<li>Castells, Manuel. <em>The Power of Identity</em>. 1997. The Information Age: Economy,      Society and Culture. Second ed. Malden, MA, USA: Blackwell Publishing,    2004.</li>
<li>Entman, Robert. <em>Projections of Power</em>. Chicago: The University    of Chicago Press, 2004.</li>
<li>Habermas, Jürgen. <em>Strukturwandel der Öffentlichkeit</em>.    1962. <em>The Structural Transformation of the Public Sphere</em>. Cambridge,    USA: The MIT Press, 1989.</li>
<li>Habermas, Jürgen. &#8220;Öffentlichkeit.&#8221; <em>Kultur      und Kritik</em>. 1973. &#8220;The    Public Sphere.&#8221; <em>Media Studies: A Reader</em>. Ed. Paul Marris en Sue    Thornham. Edinburgh: Edinburgh University Press, 1999.</li>
<li>Hijstek, Bernadette. <em>Leni Riefenstahl, een carrière 1987</em>. <a href="http://www.hijstek.nl/hijstek/archief/riefenstahl.html" target="_blank">http://www.hijstek.nl/hijstek/archief/riefenstahl.html</a> (28 april 2005)</li>
<li>Stott, William. &#8220;Documenting Media.&#8221; <em>Communication      in History</em>. Ed. David    Crowley en Paul Heyer. Third ed. New York: Longman, 1999.</li>
<li>Wikipedia. &#8220;Johann Gutenberg.&#8221; 2005a. <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Gutenberg" target="_blank">http://en.wikipedia.org/wiki/Gutenberg</a> (28 april 2005)</li>
<li>Wikipedia. &#8220;Radio.&#8221; 2005b. <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Radio" target="_blank">http://en.wikipedia.org/wiki/Radio</a> (28 april    2005)</li>
<li>Wikipedia. &#8220;World Wide Web.&#8221; 2005c. <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/%20World_Wide_Web" target="_blank">http://en.wikipedia.org/wiki/    World_Wide_Web</a> (28 april 2005)</li>
</ul>
<p class="subtitel"><em>Voetnoten</em></p>
<ol>
<li><a name="_ftn1" href="#_ftnref1"></a> Dit werk is pas in 1989 in het Engels    uitgegeven onder de naam <em>The Structural Transformation of the Public Sphere</em>.</li>
<li><a name="_ftn2" href="#_ftnref2"></a> De debatten tussen Nixon en Kennedy      zijn te beluisteren en na te lezen op de site van de John F. Kennedy Library      (<a href="http://www.jfklibrary.org" target="_blank">http://www.jfklibrary.org</a>),      het eerste debat is te vinden op <a href="http://www.jfklibrary.org/60-1st.htm" target="_blank">http://www.jfklibrary.org/60-1st.htm</a>.</li>
<li><a name="_ftn3" href="#_ftnref3"></a> De eerste internetpagina is gearchiveerd      op <a href="http://www.w3.org/History/19921103-hypertext/hypertext/WWW/Link.html" target="_blank">http://www.w3.org/History/19921103-hypertext/hypertext/WWW/Link.html</a> door      het World Wide Web Consortium (<a href="http://www.w3.org" target="_blank">http://www.w3.org</a>), de organisatie die      de standaarden van het internet beheert.</li>
</ol>

	Tags: <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/framing/" title="framing" rel="tag">framing</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/franklin-roosevelt/" title="Franklin Roosevelt" rel="tag">Franklin Roosevelt</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/john-f-kennedy/" title="John F. Kennedy" rel="tag">John F. Kennedy</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/jurgen-habermas/" title="Jürgen Habermas" rel="tag">Jürgen Habermas</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/manuel-castells/" title="Manuel Castells" rel="tag">Manuel Castells</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/nieuwe-media/" title="Nieuwe Media" rel="tag">Nieuwe Media</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/politiek/" title="politiek" rel="tag">politiek</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/richard-nixon/" title="Richard Nixon" rel="tag">Richard Nixon</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/robert-entman/" title="Robert Entman" rel="tag">Robert Entman</a>, <a href="http://www.minitrue.nl/blog/tag/scriptie/" title="scriptie" rel="tag">scriptie</a><br />
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.minitrue.nl/blog/2005/04/29/hoofdstuk-2-mediacracy-versie-01/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

