[2.1] Politici, burgers en media

De politiek en burgers kunnen elkaar niet rechtstreeks bereiken, daarvoor hebben ze de hulp nodig van media. Het Latijnse medium staat voor middelpunt, maar ook voor openbaarheid. Door middel van 'de media' kunnen politici in de openbaarheid treden en communiceren met de burgers. Dit hoofdstuk verkent deze relatie tussen politici en burgers en de rol van media daarin.

Hoe besturen we het land?

De werkzaamheden van politici vallen te onderscheiden in twee taken. Ten eerste is een politicus een gekozen of aangewezen volksvertegenwoordiger die als taak heeft om het land, de gemeente of een ander gebied te besturen. Ten tweede stellen de meeste politici zich tot doel om opnieuw gekozen te worden, of in ieder geval om voor hun eigen partij bij volgende verkiezingen meer kiezers te trekken.

Een gekozen of benoemde volksvertegenwoordiger, bijvoorbeeld in de persoon van een burgemeester of Tweede Kamerlid, houdt zich als politiek bestuurder bezig met het nemen van beslissingen over het te volgen beleid of controleert het beleid van politieke bestuurders en kan deze corrigeren.

Benjamin Barber beschrijft in zijn boek Strong Democracy (1984) het besturen als "een noodzaak voor publieke actie, en dus voor een redelijke publieke keuze, in een conflict zonder private of onafhankelijke basis voor het vormen van een oordeel ." Hij buigt deze definitie meteen om naar een vraag: "Wat moeten we doen wanneer er iets gedaan moet worden dat ons allemaal aangaat, we willen graag redelijk zijn, maar we zijn het niet eens over de manier waarop en we hebben geen onafhankelijke basis voor het maken van deze keuze?" (Barber 1984, p. 120)

In feite zijn politici bezig met het beantwoorden van deze vraag in de vorm van besturen. Van politiek is pas sprake als er een probleem op tafel ligt waarover verschillende politici niet op een gezamenlijke onafhankelijke, bijvoorbeeld wetenschappelijke, basis een beslissing nemen. Het is immers niet nodig om te debatteren als iedereen het met elkaar eens is wat de beste oplossing is voor het probleem. Dit beleid kan dan ook heel goed vorm gegeven worden door ambtenaren, zonder dat er politiek aan te pas komt. Politiek is dus per definitie een strijd van meningen en belangen, waarin politici het met elkaar eens moeten zien te worden.

Politiek is nodig op momenten dat er beslissingen moeten worden genomen, daarbij moeten verschillende meningen en belangen tegen elkaar worden afgewogen. Soms zal het lukken om in een debat een gezamenlijk standpunt te bereiken om tot beleid te komen om het probleem op te lossen. In veel gevallen zullen er echter coalities gevormd worden die een meerderheid in een orgaan representeren, deze coalities zullen uiteindelijk besluiten over het te volgen beleid.

Ideologie

Bij het beantwoorden van de vraag zal een politicus zich baseren op zijn eigen ideologie en op die van de partij die hij vertegenwoordigt. Zo is bijvoorbeeld het uitgangspunt van een liberale partij dat de overheid zich zo min mogelijk moet bemoeien met de burger. Een linkse partij hangt juist het standpunt aan van een actieve overheid, ze moet haar burgers zoveel mogelijk beschermen. Elke partij probeert om in het beleid zoveel mogelijk haar eigen ideologie te volgen, die is immers in de meeste gevallen de grondslag van de partij. De burger zal zich proberen te identificeren met de ideologie van de partij, voor de partij is het daarom ook van belang dat de ideologie herkenbaar blijft in haar politiek.

Concreet houdt het vormen van een visie over het te kiezen beleid en het controleren hiervan ten opzichte van de ideologie in dat er veel vergaderd moet worden. Naast vergaderingen in het parlement en de gemeenteraad vinden er ook bijeenkomsten plaats om de ideologische koers van de bestuurlijke maatregelen te bespreken. In deze overleggen kunnen de leden van een fractie overleggen of het beleid de koers van de partij volgt of welke alternatieven beter in de visie van de partij passen. Wanneer een fractie onderdeel uitmaakt van een regerings- of collegecoalitie is dit overleg extra van belang, omdat bij enkele afwijkende stemmen de steun voor de regering of het college onvoldoende kan zijn en er zo een crisis kan ontstaan. Ook de regering of het college moet natuurlijk regelmatig overleggen om erop toe te zien dat het gevoerde beleid wordt ondersteund door de coalitiepartijen.

Daarnaast moet een politicus ook contact houden met andere niveaus binnen de organisatie binnen de partij. Politici moeten zich onder andere voor het bestuur van de partij verantwoorden, ze werken immers onder de naam van de partij. Tenslotte moet een politicus zijn handelen ook kunnen rijmen met zijn persoonlijke opvattingen. Hij is op persoonlijke titel gekozen of benoemd voor een functie.

Actieve en passieve burgers

Het beleid dat politici maken heeft altijd indirect of direct invloed op de burgers. Zij zijn immers de inwoners van het land of de gemeente of een andere gemeenschap die bestuurd wordt. Burgers moeten de belasting betalen om ervoor te zorgen dat de overheid haar taken kan uitvoeren. In sommige gevallen heeft het ontwikkelde beleid ook directe gevolgen voor burgers. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van de Betuwelijn waarbij woningen onteigend en afgebroken werden omdat deze in het tracé stonden van de spoorlijn. Deze burgers worden beschermd voor de mogelijke onredelijkheid van de macht van de meerderheid (de gekozen politici) door inspraakmogelijkheden en beroepsprocedures.

Op deze manier is het proces van besturen door het nemen van besluiten en het opzetten van beleid niet puur alleen een aangelegenheid van politici. Actieve burgers kunnen bij directe gevolgen en vaak ook bij indirecte gevolgen van beleid bezwaar aantekenen bij het rijk, de provincie of de gemeente. De overheid is in veel gevallen verplicht om deze zaken te behandelen. Daarnaast kunnen burgers rechtszaken aanspannen tegen de overheid wanneer ze vinden dat het beleid ingaat tegen eerder gemaakte wetten.

Vaak vraagt de overheid ook zelf actief om inspraak. Op lokaal niveau worden inspraakavonden georganiseerd in gemeente- of buurthuizen waarin de gemeente vraagt om feedback op hun plannen. Op landelijk niveau heeft de overheid vaak contact met maatschappelijke organisaties opgebouwd uit actieve burgers om te peilen hoe de bevolking staat tegenover het beleid dat wordt ontwikkeld. Deze organisaties worden het maatschappelijk middenveld genoemd, in deze organisaties kunnen burgers zich verenigen om hun belangen te verdedigen. Enkele voorbeelden zijn de vakbonden, milieu- en mensenrechtenorganisaties.

In gevallen waarin de overheid niet direct wil luisteren naar haar burgers kunnen maatschappelijke organisaties en individuele burgers grijpen naar een ander middel: acties. Door middel van petities, protesten en demonstraties kunnen georganiseerde actieve burgers laten zien dat ze het niet eens zijn met (voorgenomen) beleid en dat ze een gedeelte van de bevolking achter zich hebben staan.

Naast de maatschappelijk actieve burgers staat een veel grotere groep van passieve burgers. Dit zijn burgers die niet geneigd zijn inspraak uit te oefenen of om actie te voeren. Dat kan omdat het beleid hen niet direct raakt of omdat ze simpelweg niet op de hoogte zijn van de beleidsplannen van politici.

Politici en media

Naast het besturen en het toetsen van het beleid aan de ideologie, hebben politici nog een ander doel. Ze willen graag voor de volgende termijn herkozen worden, of er voor zorgen dat hun partij meer stemmen haalt dan bij de vorige verkiezingen. Om dat te bereiken moeten politici en partijen contact maken met de actieve en passieve burgers, dat zijn immers de potentiële kiezers. Een politicus kan echter onmogelijk alle burgers persoonlijk bereiken en tegelijkertijd op de hoogte zijn van al hun voorkeuren. Hiervoor hebben politici de hulp nodig van massamedia. Via kranten, radio en televisie zijn politici in staat om in één optreden enorme aantallen burgers te bereiken met hun boodschap en kunnen ze zo proberen om deze burgers overhalen om op hen te stemmen.

Wanneer een politicus deze media gebruikt om zijn boodschap te verspreiden kan hij verschillende doelen hebben. Ten eerste kan een politicus de media benaderen om zijn eigen beleid uit te leggen en te verdedigen tegenover de actieve burgers. Deze burgers raken op de hoogte van de beleidsplannen van politici en kunnen als ze het daarmee niet eens zijn individueel of georganiseerd protest aantekenen door middel van inspraak.

Ten tweede kan een politicus de berichtgeving van de media proberen te gebruiken om zijn ideologie te verspreiden. Dit kan zowel de ideologie zijn van de partij waartoe hij behoort, maar dit kan ook zijn persoonlijke, genuanceerde ideologie zijn.

Net zoals ik heb beschreven bij het vormen van beleid, lopen hier ook de twee zaken van ideologie en beleid door elkaar. Bij het verdedigen van het beleid zal een politicus dat verantwoorden aan de hand van zijn ideologie en bij een discussie over ideologie zal hij voorbeelden van beleidskeuzes bespreken. Voorbeelden van media-uitingen die geschikt zijn voor deze twee doelen zijn een groot persoonlijk interview in het Algemeen Dagblad of een gesprek over een specifieke beleidszaak in Nova.

Het derde doel dat een politicus kan hebben bij het gebruiken van media is puur het vergroten van de eigen naamsbekendheid of die van de partij. Hierbij komen zaken als beleid of ideologie amper aan de orde. Het is van belang dat de burger het gezicht of de naam herkent en zich aan de hand daarvan gaat verdiepen in andere verschijningen in de media van de politicus of partij. Denk hierbij aan het meedoen aan een quiz als Tros Triviant of aan een spelshow als het soms tenenkrommende Sterrenslag, waarin politici het op een stormbaan opnemen tegen acteurs en artiesten.

Zelfs activiteiten die op het oog niet direct veel mensen bereiken, kunnen via een omweg bedoeld zijn om te worden besproken in de massamedia. Bij een toespraak in het land is de reikwijdte veel groter dan alleen het aantal toehoorders, omdat bijvoorbeeld een regionale krant verslag doet van de toespraak, of omdat het simpelweg mooie beelden oplevert voor een item in het Journaal.

De politiek kan de burgers alleen indirect bereiken via de traditionele massamedia van kranten, radio en televisie. Burgers kunnen, buiten de rechtstreekse media om, maar in beperkte mate via de media de politiek bereiken. De publieke omroep is gedeeltelijk nog gebaseerd op de ledenraden van ideologie gebaseerde omroepen, maar in de praktijk worden beslissingen genomen door de raad van bestuur van de Publieke Omroep, de overkoepelende organisatie vanuit de overheid.

Sommige programma's bieden luisteraars en kijkers de mogelijkheid om in de uitzending te reageren. Een voorbeeld hiervan is het NCRV-progamma Stand.nl, dat reacties bespreekt die binnenkomen via telefoon, sms en e-mail. De meeste kranten publiceren nog regelmatig een sectie met ingezonden brieven, al bepaalt een redactie altijd nog welke brieven geplaatst worden. In hoofdstuk vijf zal ik nader ingaan op de mogelijkheden van burgers om deel te nemen aan het publieke politieke debat.

[Volgende pagina >>>]