De komst van de nieuwe communicatiemiddelen zorgt niet alleen voor een 'samenklonterend' medialandschap, maar ook voor de ontwikkeling van het internet voor de gewone burgers, buiten de multinationals en universiteiten om. Vanaf 1993 is een aansluiting op het internet ook thuis mogelijk voor 'gewone' mensen. Door middel van het inbellen met een modem bij een internetprovider kan iedereen verbinding maken met het internet. Voor zo'n verbinding was echter wel een abonnement nodig, daarnaast tikten de telefoonkosten ook mee. Eind jaren negentig ontstonden er ook breedbandverbindingen via kabel of ADSL, hiervoor kun je onbeperkt verbonden zijn zonder extra kosten.
Bij de abonnementen die je afsluit kreeg je vroeger doorgaans gratis een stukje ruimte op de server van de provider voor het maken van je eigen internetpagina. Liefhebbers brachten op zolderkamertjes uren achter de computer door om met HTML hun eigen internetpagina's te ontwerpen die potentieel in de hele wereld gezien konden worden.
Wetenschappers op het gebied van nieuwe media zagen enorme mogelijkheden voor de democratie doordat iedereen zelf kan publiceren en zijn informatie aan de hele wereld beschikbaar kan stellen. Artikelen over de op handen zijnde 'digitale revolutie' vlogen rond in cyberspace. Voorbeelden hiervan zijn A Declaration of the Independence of Cyberspace van John Perry Barlow uit 1996, en CyberDemocracy: Internet and the Public Sphere , een artikel van Mark Poster uit 1995. In deze artikelen wordt benadrukt dat het internet de mogelijkheid biedt om een 'nieuwe wereld' te scheppen en dat het belangrijk is dat het internet vrij zou moeten zijn van wetten van landen in 'de echte wereld'. Poster is hierin een stuk genuanceerder dan Barlow, en wijst meteen op de mogelijkheden die het internet heeft om persoonlijke kenmerken als geslacht en etnische afkomst te verhullen of te verdraaien. Ook gaat hij verder in op de mogelijkheden om discussies te voeren in cyberspace en de mogelijkheid van het vormen van een publieke sfeer op het internet, een onderwerp waarop ik terugkom in het volgende hoofdstuk.
In de begintijd van het internet zoals we dat tegenwoordig kennen werd echter vaak vergeten te vertellen dat deze 'iedereen' en 'hele wereld' alleen bestond uit mensen met een aansluiting op het internet én met de kennis om zelf in HTML een webpagina te ontwerpen en om deze via FTP te uploaden naar de server van de internetprovider. Deze mensen zijn, zoals figuur 4-3 gedeeltelijk laat zien, ver in de minderheid voor de millenniumwisseling.
Toch blijft het basisprincipe van het internet, ook in de vroege periodes, dat het systeem niet gebaseerd is op een hiërarchie, maar op een netwerk. Elke server die aangesloten wordt op het netwerk is bereikbaar voor andere servers op het netwerk. Hoe onbelangrijk mijn pagina ook is, als iemand aan de andere kant van de wereld het adres van de pagina intikt, dan zal dezelfde pagina geladen worden. En als blijkt dat duizenden of meer mensen mijn pagina leuk vinden, dan heeft mijn pagina een potentieel bereik van duizenden, zonder dat er een 'versterkend' medium aan te pas hoeft te komen.
In de Westerse landen is de prijs van een verbinding met het internet in de afgelopen jaren sterk gedaald, onder andere door de concurrentie onder de aanbieders van ADSL. Ook de prijs van computers is in verhouding sterk gedaald. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat in 2004 73 procent van de personen boven twaalf jaar thuis toegang heeft tot internet. Dat was in 1998 nog 16 procent.
|
| Figuur 4-3: ICT- en mediagebruik naar persoons- en huishoudkenmerken (Centraal Bureau voor de Statistiek 2005) |
Met het ontstaan van weblogdiensten als Blogger en Web-log.nl, zoals ik al in het derde hoofdstuk heb beschreven, wordt het voor praktisch iedereen met een internetaansluiting mogelijk om te publiceren. Met alleen een simpele basiskennis van een computer en internet kan iedereen binnen een paar minuten zijn eigen webpagina maken in de vorm van een weblog. Door een makkelijk te bedienen interface kan het weblog vervolgens worden aangepast aan de persoonlijke smaak van de blogger. Hierbij is het niet nodig dat de blogger verstand heeft van HTML of andere ingewikkelde protocollen die op het internet een rol spelen. Nu kan echt iedereen publiceren op het internet. Vervolgens zijn sinds de jaren negentig de zoekmachines zo verbeterd, dat deze pagina's binnen een mum van tijd worden geïndexeerd en dus ook enorm snel gevonden kunnen worden, iets wat daarvoor allerminst vanzelfsprekend was.
Wanneer we nu weblogs vergelijken met de traditionele media zoals radio, televisie en kranten, dan kunnen we direct drie verschillen ontdekken. Het eerste verschil is al besproken in de vorige paragraaf. Het is heel gemakkelijk om een weblog te beginnen. Via diensten als Blogger en Web-log.nl kan iedereen met een beetje basiskennis van computers en internet een eigen weblog beginnen. Het kost daarentegen jaren om de techniek om te publiceren in de traditionele media onder de knie te krijgen. Eerst moeten er door redacteuren artikelen worden geschreven. Daarna moet een krant in elkaar worden gezet door een ontwerper en dan worden gedrukt door een drukker. Televisie- en radiozenders moeten ondersteund worden door een leger van technici die concreet verstand hebben van de manier waarop een uitzending de lucht in kan.
Daarnaast is het publiceren op weblogs uiterst snel. Wanneer ik een berichtje schrijf dan staat het online op het moment dat ik op knopje publish heb geklikt. Aanvullende techniek zoals pingen zorgt ervoor dat zoekmachines meteen op de hoogte worden gesteld van nieuwe content en deze zullen zo snel mogelijk langskomen om deze te indexeren.
Een krant publiceren kost minstens een halve dag, maar ook bij televisie kost het toch zeker tientallen minuten voordat breaking news programma's kan onderbreken, op voorwaarde dat de leiding van de zender het de moeite waard vindt. Radio zal nog aardig de snelheid van publiceren op het internet kunnen bijbenen doordat het vrij eenvoudig is om nieuwsitems in elkaar te zetten.
Tenslotte is het schrijven op een eigen weblog goedkoop. Via de weblogdiensten kan een basisweblog gratis worden opgezet, in veel gevallen zonder reclamebanners. Een persoonlijker weblog, waarbij de layout compleet aangepast kan worden en waarbij een eigen domeinnaam aangemaakt wordt, kost bijvoorbeeld via aanbieder TypePad slechts €14,95 per maand. (
1) Daarbij kunnen onbeperkt weblogs aangemaakt worden en kan de lay-out naar eigen wens worden aangepast.
Deze prijzen zijn natuurlijk niet te vergelijken met de kosten die gemaakt worden voor het drukken van een krant, of het uitzenden op radio of televisie, maar de reikwijdte van een weblog kan in principe precies hetzelfde zijn.
Een groot verschil tussen de traditionele media en de manier waarop nieuws gebracht wordt op weblogs is het verschil aan professionaliteit. We moeten echter heel voorzichtig zijn met de manier waarop we deze term gebruiken omdat deze door haar vele bijbetekenissen erg dubieus kan zijn. In principe betekent professioneel niks meer dan beroepsmatig werken, door het werk dat je doet kun je jezelf voorzien in je levensonderhoud. Tegenover professionaliteit staat dan amateurisme. Dat woord heeft de negatieve connotatie van knoeiwerk, maar betekent in feite alleen maar dat het werk niet op beroepsmatige basis wordt gedaan, je verdient er niet je dagelijks brood mee.
Wanneer we nu weer terugkeren naar het nieuws en journalistiek, dan zien we dat een professionele journalist altijd rekening moet houden met de inhoud van de opdracht en de wensen van een redactie waarvoor hij werkt. Een amateur-journalist heeft deze binding niet en kan schrijven over wat hij wil, hij hoeft zich niet te houden aan orders van hogerhand.
Is het nu zo dat professionele journalistiek beter is dan amateur-journalistiek? Op Les Blogs, een conferentie over weblogs in mei 2005, vroeg Joi Ito, kenner van en investeerder in onder andere Technorati , zich in reactie op deze vraag af of professionele seks ook beter is dan amateur-seks. De zaal gniffelde even en antwoordde uiteindelijk ontkennend. Een werk dat gemaakt is op professionele basis hoeft niet per definitie beter te zijn dan het werk van een amateur. Sterker nog, het woord amateur verwijst naar de liefde die in het werk gestopt wordt. Een amateur is juist vanuit die liefde de beste kenner van het onderwerp van zijn passie. Door middel van weblogs zijn deze amateurs nu in staat om snel, makkelijk en goedkoop hun kennis te delen met iedereen.
Door deze makkelijke manier van publiceren ontstaat er op het internet een enorme database van uiterst uiteenlopende kennis. Deze ontwikkeling wordt ook wel de long tail genoemd, een term die voor het eerst wordt besproken door Clay Shirky in Power Laws, Weblogs and Inequality, een hoofdstuk uit Extreme Democracy (2004). Chris Anderson werkte de term verder uit op zijn weblog (
2) en in een artikel voor Wired (2004). Het principe van de long tail is het beste uit te leggen aan de hand van een voorbeeld over het verkopen van muziek.
Een gewone muziekwinkel heeft maar een beperkt assortiment, niet alle muziek die uitkomt krijgt een plaats in de winkel, omdat er simpelweg geen plek voor is. Volgens platenmaatschappijen wordt slechts tien tot twintig procent van alle uitgebrachte cd's een succes, de muziekwinkel zal voornamelijk deze cd's in zijn assortiment willen hebben, die verkopen immers het beste. De overige tachtig tot negentig procent van de uitgekomen cd's worden dan misschien geen hits, er is wel degelijk een markt voor. Misschien is er een speciale muziekwinkel die op een bepaald gebied een iets grotere collectie in huis heeft, maar ook deze kan niet alle muziek uit een genre hebben, en lang niet elk genre heeft gespecificeerde muziekwinkels.
Maar ook voor de muziek die dan nog overblijft is er een markt. In het artikel in Wired van Chris Anderson vertelt de CEO van een online muziekwinkel dat 99 procent van zijn aanbod minstens een keer per maand wordt gekocht. Zonder beperkingen als winkel- en magazijnruimte kan een online muziekwinkel een gigantische hoeveelheid muziek aanbieden. Dankzij dit uitgebreide assortiment heeft ook een cd die niet gepromoot wordt door platenmaatschappijen omdat deze niet 'populair' genoeg is, een mogelijkheid om verkocht te worden. Hierdoor kunnen compleet nieuwe nichemarkten ontstaan. Zelfs een online boekwinkel als Amazon.com, (
3) met alleen behoefte aan een online winkel en een magazijn, heeft een assortiment van 2,3 miljoen boeken, meer dan zeventien keer zoveel als een gewone boekhandel als Barnes & Noble heeft. (Anderson 2004)
Ook het nieuwsaanbod van weblogs werkt volgens de long tail. Er zijn een paar weblogs die enorm veel bezoekers trekken, maar er zijn veel meer weblogs die niet veel bezoekers krijgen. De weblogs met veel bezoekers zullen over het algemeen nieuws bieden dat voor het merendeel van de lezers interessant is en zich in het brengen van hun nieuws zich zo gedragen als traditionele media. Een breed scala van onderwerpen, maar geen specifieke expertise op een bepaald gebied.
|
| Figuur 4-4: Schematische weergave van de long tail, onder andere toepasbaar op muziekverkopen en op de bezoekerscijfers op weblogs. |
De weblogs in de 'staart' van de grafiek, de long tail krijgen minder bezoekers, maar worden wel bijgehouden door amateurs, de personen die op hun specifieke vakgebied een expert zijn. Zo'n weblog is dan een uitstekende nieuwsbron voor berichten die over een specifiek onderwerp gaan. Lezers die geïnteresseerd zijn in dat specifieke onderwerp blijven zo via dat de expertise van het weblog op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op een specifiek onderwerp.
Traditionele media kunnen door het broadcastmodel nooit zo gespecificeerd zijn dat ze de burgers in hun niche-informatie kunnen voorzien. De productiekosten liggen simpelweg te hoog om voor een te kleine doelgroep nieuws te verzorgen. Journalisten moeten nieuws maken dat over allerlei onderwerpen gaat, op het gebied van expertise zullen ze het altijd moeten afleggen tegen de amateurs uit de long tail die precies weten hoe de vork in de steel zit.
Iedereen heeft wel eens vol enthousiasme een artikel uit de krant gelezen omdat het over een onderwerp gaat waar je zelf veel verstand van hebt. Meestal loopt dat echter uit op een teleurstelling omdat blijkt dat de journalist toch niet goed begrijpt hoe de materie in elkaar zit, of omdat hij gewoonweg enorme blunders zit te maken. Daarnaast moet je jezelf dan ook afvragen hoe een krant schrijft over onderwerpen waar je zelf niks vanaf weet.
Een voorbeeld is een artikel uit Elsevier van 7 mei 2005 over weblogs in Nederland. Daarin werd gesteld dat er in Nederland 60.000 weblogs waren, terwijl kort daarvoor Paul Molenaar , CEO van Ilse Media , eigenaar van weblogaanbieder Web-log.nl , al meldde dat zijn dienst alleen al meer dan 250.000 weblogs had. Verder citeerde het artikel internetbronnen over weblogs die al meer dan een jaar oud waren en gaf het verkeerde verwijzingen naar de internetadressen van weblogs. (
4)
Zijn nu de kleine weblogs in de long tail veroordeeld tot vergetelheid voor het grote publiek? Ja en nee. Veel kleine weblogs zullen nooit veel lezers krijgen en alleen interessant blijven voor een kleine niche. Sommige weblogs zullen echter nieuwswaardige feiten ontdekken die interessant kunnen zijn voor een grotere lezersgroep.
Het netwerkkarakter van weblogs zal ervoor zorgen dat het bericht ook terechtkomt bij de grotere lezersgroep. Een opmerkelijk bericht zal de aandacht trekken van de schrijver van een groter en minder specifiek weblog, deze zal er vervolgens op zijn eigen weblog een bericht over schrijven. Vervolgens kan een nog groter weblog het bericht weer overnemen en het presenteren aan een nog breder publiek.
Hierdoor krijgt de nieuwsstroom binnen weblogs de vorm van een piramide, zoals in figuur 4-5 te zien is. Onderaan staan de miljoenen weblogs in de long tail met weinig bezoekers, bovenaan de enkele weblogs met de meeste bezoekers. Als het nieuws belangrijk is dan zal het nieuws vanzelf de top bereiken. Grote weblogs dienen op die manier als een filter. De bloggers maken, net als een redactie, een keuze uit het nieuwsaanbod dat wordt aangeboden door kleinere weblogs met specifieke inhoud.
|
| Figuur 4-5: Nieuwspiramide binnen weblogs |
De technische kenmerken van weblogs maken het vervolgens voor lezers ook mogelijk om zelf bij de bron van het nieuws uit te komen. De gewoonte om een stuk te citeren, om te linken of om een trackback te plaatsen geeft de geïnteresseerde lezer de mogelijkheid om zelf dieper op het onderwerp in te gaan, om bij wijze van spreken af te dalen in de long tail van weblogs.
In de Verenigde Staten nemen zelfs de traditionele media al berichten over van de weblogs in de top van de piramide. Daniel Drezner en Henry Farrell schrijven hierover in hun artikel The Power and Politics of Blogs (2004). Daarin geven ze voorbeelden van journalisten en columnisten uit gevestigde traditionele media die verwijzen naar berichten op weblogs.
There is strong evidence that media elites - editors, publishers, reporters, and columnists - consume political blogs. (...) Howard Kurtz, the most prominent media journalist in the United States , regularly quotes elite bloggers in his Media Notes Extra feature for the Washington Post . New York Times columnist Paul Krugman gave a lengthy interview to one blog, in which he discussed that he read on a daily basis. Other opinion columnists, (...) have indicated that blogs form a part of their information-gathering activities. Prominent political reporters and editors at the New York Times , Los Angeles Times , ABC News, New Yorker , Newsweek , and Time have made similar statements.
(Drezner en Farell 2004, p. 14)
Ook in Nederland blijkt dat er, weliswaar op kleinere schaal, traditionele media gebruik maken van het nieuws dat wordt gepresenteerd door weblogs. Dat dit nog niet zonder problemen gaat blijkt uit een voorbeeld over het nieuws dat er een Nederlandse variant komt van Dr. Phil, een Amerikaane spin-off van Oprah , waarin mensen worden geholpen door de gelijknamige psychiater.
Medialog bracht dit nieuws op 6 juni 2005 rond acht uur 's avonds als eerste. (
5) De volgende dag bleek dat Showtime, de entertainmentrubriek van Noordzee FM, het bericht bijna integraal heeft overgenomen, maar zonder bronvermelding. (
6) Iets waar de schrijver van Medialog absoluut niet over te spreken is.
Het jatwerk van Showtime
Wederom een leuk voorbeeld van het niveau van de 'deskundigen' van Showtime bij Noordzee FM. Medialog kwam gisteren met het nieuws dat er een Nederlandse pilot wordt gemaakt van het programma Dr. Phil.
Vandaag brengt Showtime dit nieuws ook op hun site. Aan bepaalde woorden en zinnen is te zien dat ze het bericht op Medialog goed gelezen hebben. Bronvermelding ontbreekt, zoals bij alle Showtime-berichten. Want hun 'deskundigen' lezen natuurlijk geen weblogs. (7)
