Nu we weten op welke manier een discussie op weblogs vorm krijgt, kunnen we deze situatie toetsen aan de eisen die Habermas in zijn theorieën stelt. Elmine Wijnia onderzocht voor haar afstudeerscriptie Een goed gesprek onder miljoenen ogen: het weblog als knooppunt voor on line interactie (2004) of de ideale gesprekssituatie uit de theorie van het communicatieve handelen van Habermas toepasbaar is op weblogs. In een uitgebreide analyse bespreekt ze de eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie in een persoonlijke discussie en toetst ze deze aan de situatie in weblogs.
Zoals ik hiervoor heb aangetoond, vertoont de ideale gesprekssituatie zeer veel overeenkomsten met de publieke sfeer uit het eerdere werk van Habermas. De eisen die Habermas stelt aan de ideale gesprekssituatie komen grotendeels overeen met de eisen die hij eerder stelde aan een goed werkende publieke sfeer. Eerst zal ik aan de hand van het werk van Wijnia de ideale gesprekssituatie op weblogs bespreken. Daarna maak ik de overstap naar de publieke sfeer en de manier waarop weblogs deze kunnen vormen of aan een bestaande sfeer kunnen deelnemen.
Op het gebied van de eerste eis van Habermas voor een ideale gesprekssituatie, de gelijke toegang van burgers tot het debat, stelt Wijnia dat hoewel nog niet iedereen toegang heeft tot het internet, de toegankelijkheid van het debat in weblogs hoog is. Omdat een weblog met haar berichten letterlijk altijd beschikbaar is, kan een bezoeker altijd op een weblog in discussie. Tijd en afstand spelen op een weblog geen belemmerende rol meer om deel te nemen aan een discussie. Dit is fundamenteel anders in vergelijking tot een face-to-facegesprek waarbij de personen op dezelfde tijd en plek aanwezig moeten zijn om te discussiëren. Doordat weblogs makkelijk worden geïndexeerd door algemene zoekmachines en door weblog-specifieke zoekmachines als Technorati, kunnen de discussies ook makkelijk gevonden worden door personen die specifiek naar deze discussies op zoek zijn.
De tweede eis van Habermas aan een ideale gesprekssituatie is dat er geen machtsverschillen tussen personen mogen bestaan. Dit kan een probleem opleveren omdat een weblog namelijk altijd het 'eigendom' is van de blogger, de schrijver van de berichten. Hij is in staat om reacties van anderen te verwijderen en in sommige gevallen zelfs om deze aan te passen. Wijnia stelt echter dat deze machtsverhouding ook wederkerig is. Omdat iedereen kan publiceren op het internet via de weblogs, denk aan de gratis weblogdiensten, is iedereen in staat om onbehoorlijk gedrag van anderen aan de kaak te stellen in zijn eigen weblog. Door de weblogdiensten is het immers een eitje om zelf een weblog te beginnen en zich te mengen in de discussies die in de blogosfeer plaatsvinden. (Wijnia 2004)
Daarbovenop zorgt bij weblogs met veel bezoekers de gemeenschap van vaste reageerders ervoor dat een blogger niet over de schreef gaat in zijn macht. Hoewel ze natuurlijk niks kunnen doen aan het verwijderen van reacties, kunnen ze wel massaal protest aantekenen tegen de gang van zaken en desnoods en masse het weblog verlaten en op een ander weblog de discussie voortzetten. Een blogger is voor de discussie op zijn eigen weblog immers altijd afhankelijk van andere personen die reageren. Een blogger die zijn macht misbruikt zal zien dat de deelnemers aan de discussie en de personen die alleen lezen op termijn wegblijven.
Een voorbeeld van een lezersactie is de beroering die ontstond onder de reageerders van Retecool (
1) toen Reet, de eigenaar van het weblog, een eerder geplaatst bericht verwijderde. In de reacties op andere posts werd luid het ongenoegen kenbaar gemaakt over het verwijderen van het bericht. De reageerders (op Retecool reaguurders genoemd) ondernamen een ludieke actie in de vorm van het oprichten van de 'Vereniging ter bescherming van Topics op Retecool' en spraken nog dagen over topicide . (
2)
Tenslotte stelt Habermas de eis van waarachtigheid. Ook deze eis is in eerste instantie problematisch. Het internet stelt namelijk deelnemers in staat om volstrekt anoniem te reageren, of zich anders voor te doen dan ze zijn. Hierdoor is het onmogelijk om direct de waarachtigheid van de deelnemers te controleren.
Als oplossing hiervoor wijst Wijnia in haar onderzoek erop dat de waarachtigheid van personen kan worden vastgehouden als er maar genoeg context wordt gegeven. Deze context kan bestaan uit allerlei informatie over de persoon. De meeste weblogs hebben een pagina waarop de blogger iets meer vertelt over zichzelf, zijn werkzaamheden en zijn vrijetijdsbestedingen. De reageerders met een eigen weblog verwijzen in hun eigen reacties terug naar hun eigen weblog. Ook wanneer een reageerder niet linkt naar een eigen pagina, dan is er meestal nog genoeg informatie te vinden in het eeuwige geheugen van het internet. Op basis van deze context kunnen personen een inschatting maken over de waarachtigheid van een persoon, net zoals je dat in face-to-facecommunicatie aan de hand van de sociale context zou doen. (Wijnia 2004)
Sterker nog, de anonimiteit van internet stelt maatschappelijk ondergewaardeerde groepen in staat om zonder vooroordelen van de anderen deel te nemen aan het debat. In een discussie die face-to-face gevoerd wordt, hebben de deelnemers cultureel bepaalde vooroordelen over elkaar aan de hand van hun uiterlijke kenmerken. Deze kenmerken spelen geen rol in een discussie op internet omdat de deelnemers hier vooraf geen weet van hebben.
Tenslotte wil ik er op wijzen dat de sociale context en de mogelijkheid om die te achterhalen zowel IRL (in real life, in het 'echte' leven) als op het internet een rol spelen in de geloofwaardigheid en waarachtigheid van een discussiepartner. Aan een mening van een persoon die je zomaar op straat tegenkomt en van wie je niks af weet, zal een andere waarde hecten dan de mening van een persoon waarvan je op de hoogte bent van zijn sociale context. Hetzelfde gebeurt op internet, hoe anoniemer de bron, hoe onduidelijker de waarachtigheid van een persoon en des te minder waarde wordt er gehecht aan zijn reactie.
Aan de hand van de analyses van Wijnia kunnen we concluderen dat weblogs een basis bieden voor een ideale gesprekssituatie. Doordat we eerder geconstateerd hebben dat de ideale gesprekssituatie grotendeels overeenkomt met de publieke sfeer uit Habermas' eerder werk, kunnen we nu makkelijk de overstap maken en constateren dat weblogs in staat zijn om een concrete publieke sfeer te creëren.
In een publieke sfeer moet immers iedereen gelijkwaardige toegang hebben, mogen machtsverschillen geen rol spelen en moet de waarachtigheid van uitspraken te controleren zijn. Aan al deze drie eisen kan in de blogosfeer voldaan worden. Burgers kunnen door middel van weblogs virtueel bij elkaar komen om zonder machtsverschillen onderwerpen van algemeen belang te bespreken.
De publieke sfeer bestaat uit de combinatie van enkelvoudige debatten tot één meervoudig debat of een publiek debat. Habermas beschrijft dat deze verbindingen tussen deze enkelvoudige debatten wordt gelegd door burgers zelf die aan verschillende debatten deelnemen, maar ook door media, zoals kranten, romans en toneelstukken. Deze verbondenheid staat echter in geen verhouding tot het alomtegenwoordige netwerk waarin weblogs zich begeven. Door de netwerkcultuur van weblogs, waarin men onderling naar elkaar verwijst in berichten of blogrolls, is het veel makkelijker om één publieke sfeer te creëren.
Het verschil is duidelijk uit te leggen aan de hand van door een Habermas gebruikte voorbeeld van achttiende-eeuwse koffiehuizen als plaatsen bij uitstek waar discussies in de publieke sfeer plaatvonden. Deze koffiehuizen ontstonden in de grote steden van Europa als plaatsen waar intellectuelen bij elkaar konden komen om de krant te lezen en om met andere gasten te discussiëren over actuele zaken van het algemeen belang. Habermas zag dan ook de koffiehuizen als dé plek waar de publieke sfeer tot stand kon komen.
Deze koffiehuizen hadden ieder door hun losstaande discussies allemaal losstaande 'publieke sferen', die losjes aan elkaar verbonden waren door persoonlijke contacten of door de informatie uit de media. In het geval van de genetwerkte publieke sfeer van de blogosfeer zien we dat de debatten allemaal met elkaar verbonden zijn door gebruik te maken van de karakteristieke eigenschappen van weblogs. We kunnen deze publieke sfeer beter bespreken als een keten van koffiehuizen, zoals Bas Schutte aandraagt in zijn scriptie The Scanning Crowd (2005).
Gary Thompson beweert in zijn artikel Weblogs, warblogs, the public sphere, and bubbles (2003) echter dat weblogs juist niet zorgen voor overdracht tussen verschillende discussiegroepen. Hij stelt dat de weblogs door hun duidelijke politieke voorkeur ervoor zorgen dat gelijkgestemden bij elkaar klitten in discussies, zonder dat ze willen luisteren naar de argumenten van anderen. Thompson baseert zijn uitspraken echter alleen op voorbeelden van Amerikaanse warblogs, weblogs die zich in de aanloop naar de oorlog in Irak uitspraken voor of tegen de oorlog. Hierdoor mist hij een heel spectrum aan andere weblogs waar politieke discussies plaatsvinden en daardoor ontbreekt een solide wetenschappelijk basis om zijn uitspraken verder te ondersteunen.
Juist het netwerkende karakter van weblogs stelt de burgers in staat om terecht te komen op weblogs die een andere politieke voorkeur aanhangen dan zijzelf. Politieke weblogs zijn uitstekend in staat om met elkaar in discussie te gaan, daarbij verwijzend naar de berichten van elkaar waarover ze discussiëren. Hierdoor komen lezers terecht op plaatsen waar ze normaal gesproken nooit zouden kijken. Ze zijn figuurlijk in staat om over de schutting van de buren te kijken hoe het debat daar gevoerd wordt en kunnen zelfs direct daaraan deelnemen. Op de weblogs van politici zelf komen regelmatig ook tegenstanders langs om over de opvattingen van de politicus te discussiëren. (Trippi 2004, p. 147)
Daarnaast zijn er tal van weblogs die geen politieke voorkeur hebben en die burgers van allerlei politieke stromingen bij elkaar brengt. Een café of koffiehuis waar een discussie plaatsvindt is immers ook zelden politiek in een richting georiënteerd. Een goed voorbeeld hiervan is de discussie die ontstond op het weblog Sargasso (
3) in aanloop naar het referendum over de Europese grondwet in mei 2005. Hier besprak blogger Steeph onder de noemer Dagelijkse Dosis Europese Grondwet elke dag een stukje van deze grondwet om elke bezoeker inzicht te kunnen geven of hij op basis van zijn persoonlijke instelling voor of tegen zou moeten stemmen. In een uiterst beschaafde discussie konden voor- en tegenstanders van alle kanten uit het politieke spectrum met elkaar argumenten uitwisselen. En hoewel Sargasso in haar berichten altijd een enigszins linkse invalshoek heeft, was er voor elke opvatting evenveel ruimte.
