Wanneer er op weblogs debatten ontstaan, waarbij regelmatig dezelfde personen betrokken zijn, dan is er een kans dat er een virtuele gemeenschap ontstaat. Discussierende burgers uit de publieke sfeer kunnen zich in de blogosfeer groeperen rondom hun favoriete weblogs en zo mogelijk een virtuele gemeenschap vormen.
Dit hoofdstuk zal de gemeenschapsvorming op weblogs nader bestuderen. Daarvoor moeten we eerst op zoek naar een bruikbare, uniforme definitie van de term virtuele gemeenschap. Daarna bekijken we of weblogs de burgers inderdaad in staat stelt om makkelijker virtuele gemeenschappen te vormen. Tenslotte bespreken we de mogelijkheden die dat voor de politiek en haar relatie met de burgers kan hebben.
Howard Rheingold is een van de eersten die zich bezig heeft gehouden met virtuele gemeenschappen. In zijn boek The Virtual Community (1993) vertelt Rheingold over zijn eigen ervaringen in de WELL, een van de eerste plekken waar mensen elkaar online konden treffen. De WELL (afkorting van Whole Earth 'Lectronic Link) is in 1985 opgericht in Californië met als doel om de schrijvers en lezers van het tijdschrift Whole Earth Review met elkaar te laten communiceren. Mensen kregen toegang tot het netwerk door direct in te bellen naar de server van de WELL en konden daar terecht in discussiegroepen en konden elkaar e-mails sturen. (
1)
Aan de hand van de WELL beschrijft Rheingold al in de introductie van zijn boek de definitie van virtuele gemeenschappen zoals hij die verder gebruikt.
Virtual communities are social aggregations that emerge from the Net when enough people carry on (...) public discussions long enough, with sufficient human feeling, to form webs of personal relationships in cyberspace.
(Rheingold 1993)
Rheingold legt hier uit dat virtuele gemeenschappen (virtual communities in het Engels) sociale bijeenkomsten zijn die ontstaan op het Net wanneer voldoende mensen lang genoeg mee doen in publieke discussies, met voldoende "menselijk gevoel". Het mogelijke resultaat zijn dan de netwerken van persoonlijke relaties in cyberspace. Al hoewel deze definitie regelmatig in andere wetenschappelijke artikelen wordt gebruikt (Jones 1997), zitten er wat haken en ogen aan deze definitie.
Het is bijvoorbeeld onduidelijk of een virtuele gemeenschap zich nu op één concrete (internet)plaats bevindt en zijn de begrippen 'sociale aggregaties' en 'netwerken van persoonlijke relaties' onduidelijk en gedeeltelijk overlappend. Hierdoor wordt de definitie van Rheingold ondoorzichtig en onbruikbaar. Overigens kunnen wetenschappers het tot op de dag van vandaag nog niet eens worden over de definitie van gemeenschap in het algemeen. (Jones 1997, Van den Boomen 2000)
Quentin Jones (1997) constateert dat er een devaluatie optreedt van de term virtuele gemeenschap doordat het regelmatig wordt gebruikt zonder de betekenis ervan goed te onderbouwen. Uiteraard doet Jones een poging om deze devaluatie te stoppen. Hiervoor ontwikkelt hij het begrip virtual settlement, of virtuele nederzetting. Met deze term wordt alleen de plaats van een virtuele groep aangeduid, zonder dat we al spreken van een gemeenschap. Een virtuele nederzetting heeft alleen betrekking op de technische voorwaarden van een 'virtuele plek' waar groepen elkaar kunnen ontmoeten. Hierdoor is het makkelijker om een virtuele nederzetting op te sporen - Jones heeft het zelfs over "cyberarcheologie" - door op basis van een aantal concrete eisen te zien of we kunnen spreken van een virtuele nederzetting. Jones bespreekt ze in zijn artikel:
Op basis van deze kenmerken kan volgens Jones een virtuele nederzetting herkend worden. Hoewel hij stelt dat de concepten van een virtuele nederzetting en een virtuele gemeenschap gescheiden zijn, merkt hij wel op dat wanneer er een virtuele nederzetting is gevonden, er bewijs is voor het bestaan van een virtuele gemeenschap. Aan het eind van zijn artikel merkt Jones even kort op dat sociale gevoelens en relaties helpen bij het onderscheiden van een virtuele gemeenschap van een virtuele groep, maar hij laat het na om dit concept verder uit te werken. (Jones 1997)
De uitwerking van Jones van de definitie van een virtuele nederzetting helpt ons om aan de hand van zijn criteria een grondige basis te leggen voor het vinden van een virtuele gemeenschap. Zonder nederzetting is er ook geen gemeenschap.
Maar juist op het punt van de opmerking van Jones over sociale gevoelens en relaties heeft Anita Blanchard het artikel van Jones bij de achilleshiel te pakken. Ze stelt in haar artikel Blogs as Virtual Communities (2004) dat deze sociale gevoelens niet zomaar alleen een terloopse opmerking waard zijn, maar dat ze een substantieel onderdeel uitmaken van een virtuele gemeenschap. Ze definieert deze sociale gevoelens binnen een groep als sense of community of gemeenschapsgevoel. Dit gemeenschapsgevoel is het essentiële onderdeel dat een groep in een virtuele nederzetting maakt tot een virtuele gemeenschap. Zonder gemeenschapsgevoel kan er geen gemeenschap bestaan.
De sociaalwetenschappelijke term sense of community of gemeenschapsgevoel werd voor het eerst grondig uitgewerkt door McMillan en Chavis in het artikel Sense of Community: A definition and Theory (1986). Zij stellen dat het vormen van een gemeenschapsgevoel bij personen afhankelijk is van vier factoren:
Deze factoren zijn wel afzonderlijk aangetoond in wetenschappelijk onderzoek naar virtuele gemeenschappen (Blanchard 2004), maar er is nog geen onderzoek gedaan naar het optreden van al deze factoren gezamenlijk en wat dat dan betekent voor de mate van gemeenschapsgevoel binnen een virtuele gemeenschap.
