Nu we hebben vastgesteld dat virtuele groepen moeten voldoen aan een aantal technische en sociale eisen voordat we het virtuele gemeenschappen kunnen noemen, is het tijd om te onderzoeken of weblogs in staat zijn om virtuele gemeenschappen te kunnen vormen.
De eerste stap hierbij is het onderzoeken of weblogs überhaupt gezien kunnen worden als virtuele nederzetting, de plaats waarop de virtuele gemeenschap zich kan ontwikkelen.
Een van de eisen die Jones stelt aan een virtuele nederzetting is dat een significant deel van de communicatie zich in een gemeenschappelijke publieke ruimte moet afspelen. Efimova en Hendrick merken in hun onderzoek naar de grenzen van webloggemeenschappen (2004) terecht op dat we ons hier niet persé moeten concentreren op één weblog als plaats, maar dat ook een groep weblogs samen met de tussenliggende ruimte tussen de weblogs een nederzetting kunnen vormen. Deze "space between" kunnen we zien als een kleine blogosfeer, de virtuele 'plaats' van de nederzetting.
It became clear at an early stage that the linear way of researching online community would not be sufficient as community participation in weblog networks is not located in one place, but distributed both on individual weblogs, as well as in the space between the personal weblogs.
(Efimova en Hendrick 2004)
Aan de ene kant kan één specifiek weblog mogelijk de plaats van een virtuele nederzetting zijn en aan de andere kant kan een groep van individuele bloggers een blogosfeer creëren die als geheel kan dienen als plaats voor de virtuele nederzetting.
Een tweede vereiste aan een virtuele nederzetting is een minimum aan interactieve mogelijkheden. Hier moeten we onderscheid maken tussen lichte en zware weblogs. Zware weblogs bieden de mogelijkheid tot het plaatsen van reacties en maken gebruik van trackbacks en blogrolls. Hier is dus zeker sprake van genoeg interactiemogelijkheden. Bij lichte weblogs zal het een stuk moeilijker, zo niet onmogelijk zijn om dit minimum te behalen.
Ten derde moet een virtuele nederzetting meer dan twee deelnemers hebben. Wederom biedt een zwaar weblogs deze mogelijkheid, mits er natuurlijk genoeg bezoekers reageren. Een licht weblog kan desondanks onderdeel uitmaken van een groep van bloggers die in hun artikelen naar elkaar linken, iets wat natuurlijk ook bij een zwaar weblog het geval kan zijn.
Tenslotte moet er een vaste basis van groepsleden bestaan binnen een weblog of een groep van weblogs. Net als bij de andere eisen moet deze eis getoetst worden aan een concrete groep. Het kan voorkomen dat een weblog of een groep webloggers een 'harde kern' van leden heeft, maar dat hoeft niet persé in alle gevallen zo te zijn.
Hierboven hebben we vastgesteld dat een weblog potentieel een virtuele nederzetting kan herbergen. Aan de eisen die Jones stelt kan door een weblog voldaan worden, hoewel zware weblogs eerder aan de eisen zullen voldoen dan lichte weblogs. De volgende stap bestaat uit de vraag of er een gemeenschapsgevoel kan ontstaan bij weblogs.
Blanchard heeft zich bij haar onderzoek gericht op één weblog, The Julie/Julia Project (
1), waarin Julie Powell probeert om alle 536 recepten uit Mastering the Art of French Cooking van kooklegende Julia Child in een jaar te koken. Het weblog kreeg meer dan zevenduizend hits in de drukste periode en tientallen reacties van lezers per bericht.
De lezers werden door Blanchard gevraagd om online een vragenlijst in te vullen. Deze vragenlijst was direct afgeleid van de aanbevelingen die McMillan en Chavis doen in hun artikel. Daarin bieden ze een empirische methode om het gemeenschapsgevoel in gemeenschappen letterlijk 'te meten'.
Aan de hand van de resultaten concludeert Blanchard dat er een licht gemeenschapsgevoel bestaat onder de lezers van het weblog. Maar aan de hand van de opmerkingen bij de enquête stelt Blanchard dat er wel sprake is van een hechte gemeenschap. Het blijkt dat vooral de actieve reageerders op het weblog een gemeenschapsgevoel heerst, terwijl de lurkers, lezers die niet reageren, deze gevoelens niet hebben.
Yet, it lacked a large enough group of people who considered it a virtual community. Without a critical mass of engaged, connected, and attached participants, its survival depended primarily on the blog author alone. Clearly, there must be a large enough subset of the members who have a strong enough sense of community for a virtual group to cross over to a virtual community.
(Blanchard 2004)
Blanchard concludeert dat de meerderheid van de bezoekers het weblog niet zagen als een gemeenschap en dat hierdoor de schrijver van het weblog de enige persoon bleef die de groep bij elkaar hield. Nadat zij stopte met schrijven (ze had alle recepten geprobeerd), viel de groep lezers dan ook snel uit elkaar. (Blanchard 2004)
Jammer genoeg gaat Blachard niet nader in op de factoren van het gemeenschapsgevoel zoals McMillan en Chavis die bespreken in hun artikel, maar blijft ze steken in het kwantitatieve onderzoek, zonder zelf het onderzoek verder te verdiepen. Daarnaast stelt Blanchard zelf al de vraag of het terecht is om de lurkers mee te nemen in dit onderzoek, aangezien zij vaak alleen de posting van de blogger hoeven lezen en het commentaar van andere lezers kunnen overslaan. Terwijl in andere vormen van virtuele gemeenschappen, zoals op fora, het juist draait op het commentaar van de andere lezers. (Blanchard 2004)
De factoren van het gemeenschapsgevoel kunnen veel beter gebruikt worden in een kwalitatief onderzoek waarin een mogelijke gemeenschap veel beter onder de loep genomen kan worden en waarin meer aandacht is voor de eisen zoals McMillan en Chavis die bespreken in hun onderzoek. Een vereiste is dan wel dat de onderzoeker zich grondig moet verdiepen in de ontwikkeling van de groep en haar leden.
Dat er wel degelijk een echte virtuele gemeenschap kan ontstaan op een weblog, wil ik aantonen aan de hand van een kleine analyse van het weblog Retecool, een weblog dat ik zelf al jaren zeer grondig bestudeer en waarop ik af en toe zelf ook reageer. Op basis van deze participerende observatie zal ik in het kort de vier aspecten van gemeenschapsgevoel van McMillan en Chavis bespreken zoals die op Retecool voorkomen. Voor de overzichtelijkheid zijn links naar de voorbeelden in voetnoten opgenomen.
Wordt door sommigen verweten te lijden aan grootheidswaanzin. E.e.a. doordat hij in diverse discussies heeft beweerd eigenlijk god te zijn. Sha-baz was tevens één van de eerste negers die zich ooit registreerde op Stormfront. Hij verwierf onder andere eeuwige roem door de wereld het beroemde *plop* commenticon (
2) te schenken in dit topic.
Sha-baz wordt er van verdacht een Retecool GoldMember te zijn, want hij kan openlijk w00ten (3) in de reactiepanelen. Bovendien zijn er recente reacties van hem opgedoken in topics waarvan het reactiepaneel reeds maanden geleden is verwijderd. (
4)
Lees hier waar bepaalde kreten en uitspraken vandaan komen en hoe ze zijn ontstaan, waarom sommige personen legendarisch zijn, wanneer de legendarische Blues' Braatolizer is ontstaan, hoe het nou eigenlijk zit met Foto Fuck Vrijdag, hoe het komt dat Betsy en OB altijd ruzie hebben en alle andere wetenswaardigheden, gebeurtenissen en evenementen die te maken hebben met Retecool. (
7)
Aan de hand van deze kleine casestudy heb ik laten zien dat er op het weblog Retecool zeker gesproken kan worden over een gemeenschapsgevoel, gemeten aan de criteria van McMillan en Chavis. Een kanttekening die hierbij geplaatst moet worden is dat niet alle voorbeelden direct uit het weblog en haar commentaar afkomstig zijn, maar ook uit de ReteWiki. Het is echter wel duidelijk dat het weblog de spil is waar het allemaal om draait in deze gemeenschap. In de reacties ontstaan ideeën die later in de ReteWiki of elders uitgewerkt worden.
Het ontstaan van deze spin-offs zorgt ervoor dat de eisen van McMillan en Chavis worden bevestigd en hierdoor wordt het functioneren van het weblog als virtuele gemeenschap benadrukt. Hoe meer spin-offs er ontstaan door toedoen van leden van de gemeenschap, hoe meer dat wijst op het bestaan van een gemeenschapsgevoel. Hiermee kunnen de criteria van McMillan en Chavis verder uitgebreid worden. Hoewel het bestaan van een of meerdere spin-offs geen vereiste is voor het ontstaan van een gemeenschapsgevoel, kunnen ze wel degelijk helpen bij de zoektocht naar een gemeenschapsgevoel op weblogs, maar ook in ander vormen van gemeenschapsvorming op het internet.
