Perspectief in de schilderkunst

Bij schilderwerken van voor de veertiende eeuw krijg je nauwelijks het idee dat de afbeelding diepte of echtheid heeft. We zien dat tegenwoordig als een tekortkoming van het schilderwerk. In de Middeleeuwen dachten de mensen daar anders over. Het was niet belangrijk of een afbeelding natuurgetrouw was. Schilderstukken moesten een stabiele code doorgeven en aan een algemeen aanvaarde boodschap herinneren(1). Alleen de adel en de geestelijkheid konden lezen en schrijven. De gewone mensen moesten door middel van afbeeldingen herinnerd worden aan de taferelen uit de bijbel, vandaar dat de kerken uit de vroege Middeleeuwen ook helemaal vol beschilderd zijn met fresco's.


Figuur 2: Fresco uit de St. Sylvestrekapel in I Santi Quattro Coronati (klik om te vergroten)

Deze fresco's werden geschilderd zonder perspectief en waren ondergeschikt aan belangrijke regels ten aanzien van verhoudingen. Zo werden belangrijkere personen groter afgebeeld dan minder belangrijke personen, en werden gezichten allemaal op dezelfde manier afgebeeld.
Het belang van realisme was dus ondergeschikt aan het belang om het verhaal te vertellen aan zijn toeschouwer. De conceptuele boodschap van de afbeelding was belangrijker dan de visuele boodschap. De afbeeldingen uit de Middeleeuwen kunnen gezien worden als een soort van primitieve stripverhalen.
Maar al in de loop van de veertiende eeuw begonnen verschillende schilders te experimenteren met perspectief. De Italiaan Ambrogio Bondone Giotto (1267-1337) voltooide in 1305 de fresco's in de Arenakapel in Padua. Deze fresco's waren een doorbraak op het gebied van schilderkunst omdat ze een primitieve vorm van perspectief gebruikten.
Niet alleen in schildertechniek betekende dit een enorme doorbraak, ook voor de toeschouwer van deze fresco's. Voor de Middeleeuwse toeschouwer moet dit namelijk een enorme 'schok' geweest zijn om afbeeldingen zo er uit te zien springen. Doordat de afbeeldingen realistischer werden konden de schilders ook afstappen van het schilderen van bijbelse taferelen. De schilder kon nu buiten de conventionele codes om een conceptuele boodschap door te geven.


Figuur 3: De geboorte van Christus uit de Arenakapel (klik om te vergroten)

In de jaren daarna werd de techniek verder verfijnd en werden afbeeldingen steeds realistischer. Bekend zijn onder andere de werken van Rafael in de Vaticaanse Musea. De Renaissance gaf de schilder de mogelijkheid om realistisch afbeeldingen weer te geven, door gebruik te maken van perspectief. Hierbij kreeg de toeschouwer zowel een indruk van het (conceptuele) verhaal als van de (visuele) afbeelding. Hierdoor kon de schilder zich bevrijden van de strakke regels van het symbolisme, maar hij werd wel gebonden aan de nieuwe regels van het perspectief.


Figuur 4: Detail uit de Apotheose van Sint Ignazius, door Anderea Pozzo. (De complete fresco is hier te downloaden)

Het toppunt van de perspectieffresco's uit de Renaissance zijn toch wel de fresco's van Andrea Pozzo, geboren in 1642 in Trento, Italië. Hij trad al jong toe tot de orde van de Jezuïeten, en hij werd daar aangemoedigd om zijn kwaliteiten als schilder verder te ontwikkelen. In de jaren 1688 tot 1690 werkte hij aan de fresco's in de Sant'Ignazio in Rome. Daar schilderde hij een virtuele koepel die vanaf één bepaald punt (aangegeven door een marmeren steen) niet van echt te onderscheiden was. Een stuk naar achteren in de kerk schilderde Pozzo De apotheose van Sint Ignatius, een fresco waarbij (mits op het goede perspectiefpunt) de toeschouwer recht de hemel in kijkt om daar de opnamen van Sint Ignatius te zien. Als toeschouwer is er dan geen onderscheid meer te maken waar de muren ophouden en het geschilderde plafond begint, een perfecte illusie van drie dimensionaliteit.

Naar Hoofdstuk 2>>


1. Van Hezewijk, Een mentale standaarduitrusting als conditie voor modernisering, uit: Psychologie & Maatschappij, 1990