Afbeeldingen op pc's

Figuur 5: De ENIAC-computer (Computer History Museum)

De eerste computers
De allereerste computers computer die bekend werd bij het publiek was de ENIAC, een enorme computer die een oppervlakte had van ongeveer 93 vierkante meter, voltooid in 1946. Communiceren met deze computer liep via ponskaarten, schakelaars en lichtjes.(2) Pas aan het einde van de jaren vijftig kon een beeldscherm gebruikt worden om de output van de computer te 'lezen'. Dit gebeurde op een radarcomputer waarop naderende vliegtuigen als stipjes aangegeven werden.
Pas in de jaren zeventig werden computers klein genoeg om ze in één set te maken. De personal computer (PC) was geboren. Deze pc's werden meestal standaard geleverd inclusief een beeldscherm om de output te ontvangen. Dit zwart-wit of groen-wit beeldscherm werd echter voornamelijk nog gebruikt om tekst weer te geven, de resolutie van deze beeldschermen was nog erg laag. Daarbovenop was de prijs van de pc's uit die tijd nog erg hoog.
De interface van deze pc's, dat zorgde voor de in- en output, verliep via tekst. In de jaren zestig en zeventig werden verschillende besturingssystemen bedacht die tegenwoordig nog steeds gebruikt worden, zoals Basic en Unix. De pc die IBM in 1981 uitbracht werd bestuurd door een vroege versie van Microsoft DOS. Door middel van het intypen van opdrachten op de opdrachtprompt kon de gebruiker de computer opdrachten geven. Het resultaat was dan weer af te lezen op het beeldscherm.


Figuur 6: De LISA van Apple
(Een screenshot van de interface is hier te downloaden)

Graphical User Interface

In 1984 maakte Apple als eerste de grote stap in het land van pc's. Apple bracht de LISA uit, de eerste pc die werkte door middel van een Graphical User Interface (GUI)(3). De interface was niet meer op tekst gebaseerd maar op afbeeldingen. Het openen en sluiten van programma's ging door middel van kleine afbeeldingen die aangeklikt moesten worden met een muis. Deze afbeeldingen waren iconen van de functie de achter de afbeelding 'verscholen zat'. Daarnaast speelt tekst nog steeds een grote rol zoals te zien is aan de menubalk bovenin, daar zijn nog steeds tekstopdrachten te vinden.
Microsoft komt pas in 1990 op gelijke hoogte met Apple door Windows 3.0. Vroegere versies maakten wel gebruik van het 'windows'-principe met overlappende schermen, maar deze programma's werkten nog alleen met geschreven opdrachten die aangeklikt konden worden in menu's.


Figuur 7: Windows 3.1 (klik om te vergroten)

Van Icoon naar Symbool
In de vroege interfaces van Apple en Windows werd veel gebruik gemaakt van iconen, verkleinde afbeeldingen die de functie van het programma 'uitbeelden' dat aangeklikt kan worden. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de iconen die gebruikt worden voor MS Write en MS Paint in Windows 3.0. De pen en het palet verbeelden de functie van het programma zelf. In 1995 komt Microsoft met een opvolger voor het succesvolle Windows 3.1, Windows 95. Dit besturingssysteem is minder afhankelijk van MS DOS en heeft een aanzienlijk aantal veranderingen ten opzichte van de vorige versie van Windows. Zo is de startknop toegevoegd waarin alle programma's terug te vinden zijn en worden alle actieve programma's weergegeven op de taakbalk. Dit geeft de gebruiker veel meer overzicht.


Figuur 8: 'Iconen' uit Windows 95

Opmerkelijk is dat de meeste iconen voor de gebruiker veranderd zijn in symbolen. De gebruiker raakt vertrouwd met de afbeeldingen zoals die in Windows 3.0 gebruikt zijn, in Windows 95 zijn ze nog abstracter geworden waardoor ze het programma gaan symboliseren. Nieuwe programma's krijgen sneller een afbeelding die gebaseerd is op snelle herkenbaarheid, dan op de herkenbaarheid van de functie van het programma. Windows 95 geeft ook het idee van het overlappen van verschillende schermen meer inhoud. De windows hebben een drie dimensionale weergave, knoppen worden in 3D weergegeven

Meer gebruik van realistische afbeeldingen
Windows 95 en zijn opvolgers geven de gebruiker veel meer mogelijkheden om met afbeeldingen te werken. Voor een groot deel is dat ook te danken aan het groeiende geheugen van de gemiddelde computer. Tekenprogramma's bieden steeds meer mogelijkheden om afbeeldingen zo realistisch mogelijk uit het niets te creëren en de opkomst van scanners maken het mogelijk om foto's in te laden in de computer.

Afbeeldingen op internet
De echte groei in het gebruik van afbeeldingen komt vooral door de komst van het Internet. In de beginjaren was het internet alleen toegankelijk voor universiteiten en bedrijven en was de snelheid van het net te laag om grote bestanden, zoals gedetailleerde foto's te versturen.
De eerste internetbrouwers waren alleen geschikt om te bladeren door teksten met het gebruik van hyperlinks. Pas in 1993 komt Mosiac uit, de eerste browser die werkt op een GUI zoals Windows of Mac en die afbeeldingen op html-pagina's kan weergeven. Door de lage snelheid van internet wordt er nog maar weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheden om afbeeldingen via het internet te versturen.(4) Het internetgebruik groeit in de jaren daarna gemiddeld met zo'n twintig procent per maand.(5)
The (unofficial) Elvis Homepage (http://www.ibiblio.org/elvis/) laat goed zien hoe een gemiddelde internetpagina er rond 1996 eruit zag. Links een menuframe waarin de verschillende onderdelen van de site op te roepen zijn, begeleid door kleine icoontjes. Het gebruik van afbeeldingen is nog steeds erg beperkt en in de gevallen dat ze gebruikt worden zijn het symbolen in een menu die een kleine verbeelding zijn van de inhoud van de pagina waar het naar verwijst.
Rond 1999 kwam internet via de kabel beschikbaar. Dit vergrootte de mogelijkheden van het internet enorm, door de (voor die tijd zeker) enorme snelheden werden internetpagina's steeds grote doordat ze steeds meer gebruik gingen maken van beeldvullende afbeeldingen. Ook de toename van het gebruik van digitale fotocamera's zorgen ervoor dat er steeds meer foto's op internet beschikbaar komen. Professionele internetsites bestaan tegenwoordig voor een groot deel uit foto's. Er ontstaan ook toepassingen met foto's waardoor de toeschouwer een panorama-uitzicht krijgt over een bepaalde situatie. Een goed voorbeeld hiervan is de site van radio-omroep 3FM (http://www.3fm.nl). De site van 3FM maakt veel gebruik van afbeeldingen, bijvoorbeeld in de achtergrond. Ook heeft deze site een speciale panorama-applicatie, hiermee kun je 360 graden rondkijken in de studio.

Flash
In 2000 neemt ook het gebruik van Flash een grote vlucht. Flash is een programma dat afbeeldingen interactief en bewegelijk maakt. Dit geeft webbouwers zelfs de mogelijkheid om speciale webpagina's te bouwen die alleen op afbeeldingen gebaseerd zijn. Het nadeel hiervan is alleen dat ook de tekst als afbeelding ingevoerd moet worden. Deze kan moeilijk later nog gewijzigd worden. Flash wordt vooral gebruikt om de interface van een webpagina te ontwerpen, en verheft dit ontwerp in veel gevallen tot een ware kunst. Deze ontwerpen zijn volgens Manovich eerder gebaseerd op eigen creaties dan een representatie van de werkelijkheid, zoals dat wel gebeurde bij 'oudere' mediakunsten.(6)

Naar Hoofdstuk 3 >>

2. Computer History Museum, Timeline of Computer History, http://www.computerhistory.org/timeline/topics/computers.page, 2002
3. Www.apple-history.com, The LISA, http://www.apple-history.com/quickgallery.html?where=lisa.html, 2002
4. Browser History, Mosaic, http://www.blooberry.com/indexdot/history/mosaic.htm, 2002
5. PCmuseum, Short History of Internet, http://members.fortunecity.com/pcmuseum/, 2002
6. Manovich, Generation Flash, http://www.manovich.net, 2002