[7.4] Gemeenschapsgevoel

Tenslotte bespreekt hoofdstuk zeven de derde deelvraag: Kunnen burgers door weblogs makkelijker een (politieke) gemeenschap vormen? En wat kunnen politici met dat gegeven?

Virtuele gemeenschappen ontleed

Al hoewel er onder wetenschappers nog geen overeenstemming is over wat een virtuele gemeenschap nu precies inhoudt, bieden twee concepten voldoende houvast om een virtuele gemeenschap te herkennen.

Ten eerste kunnen we de 'virtuele plaats' waar een gemeenschap ontstaat herkennen aan de criteria van Jones (1997). Hij noemt deze plek waar gemeenschappen samen komen virtuele nederzettingen. Een virtuele nederzetting moeten een minimale interactiviteit hebben met meer dan twee deelnemers en een minimum aan 'vaste' deelnemers en een significant van de communicatie moet zich afspelen in een gemeenschappelijke publieke ruimte

Ten tweede moeten gemeenschappen volgens McMillan en Chavis (1986) een gemeenschapsgevoel hebben. Ook zij stellen een aantal criteria op waaraan een gemeenschap valt te herkennen. In de gemeenschap moet sprake zijn van een gevoel van lidmaatschap, van een gevoel van invloed, van integratie en het voldoen aan behoeftes en van een gedeelte emotionele verbinding.

Weblogs zijn virtuele gemeenschappen

Aan de eisen die Jones stelt aan een virtuele nederzetting kunnen allen voldaan worden door een weblog. Aan de ene kant is een enkel weblog in staat om een virtuele nederzetting te zijn, maar aan de andere kant kan ook een blogosfeer, het netwerk van met elkaar verbonden weblogs, een virtuele nederzetting zijn.

Het is lastiger om een gemeenschapsgevoel aan te tonen op een weblog. In een kwantitatief onderzoek op een specifiek weblog komt Blanchard (2004) tot de conclusie dat er daar geen sprake was van gemeenschapsgevoel. Een eigen kwalitatieve analyse van het weblog Retecool toont echter aan dat er op een weblog wel degelijk een gevoel van gemeenschap kan ontstaan.

Het eerste gedeelte van de deelvraag kan hiermee worden beantwoord. Op basis van het kwalitatieve onderzoek kan gesteld worden dat weblogs in staat zijn om een virtuele gemeenschap te herbergen, mits ze gebruik maken van de extra kenmerken van weblogs die bezoekers in staat stellen om te reageren. Een weblog kan echter ook deel uitmaken van een netwerk van weblogs en zo deelnemen aan een virtuele gemeenschap.

Weblogs als politieke gemeenschap

Het tweede deel van de deelvraag onderzoekt wat politici kunnen met het geven dat weblogs makkelijk virtuele gemeenschappen kunnen vormen. De campagne van Howard Dean in de Verenigde Staten in 2004 is een interessant voorbeeld dat grondig wordt uitgewerkt.

Howard Dean en zijn campagnemanager besluiten om hun campagne te decentraliseren en om de aanhangers van Dean meer invloed te geven op de campagne. In een handvol voorbeelden laat Trippi zien dat hierdoor de aanhangers van Dean actief meehelpen met de campagne, in een veel grotere schaal dan bij andere campagnes. Ze voelen zich betrokken bij de campagne. De spil in deze campagne was het weblog, waar iedere dag meerdere keren het laatste campagnenieuws op werd geplaatst. Hoewel de Amerikaanse verkiezingscampagnes structureel anders zijn dan Europese campagnes kunnen ook Europese politici hun voordeel halen uit een weblog met een actieve gemeenschap.

Alhoewel een virtuele gemeenschap vaak vanzelf ontstaat, kunnen politici op hun eigen weblog proberen om de vorming van een virtuele gemeenschap die hen ondersteunt, te stimuleren.

Wanneer een politieke virtuele gemeenschap ontstaat rondom een politiek weblog, dan zal deze gemeenschap de politieke boodschap van een politicus via hun andere persoonlijke netwerken verspreiden. Deze netwerken kunnen zich zowel in cyberspace bevinden als in real life en zijn te onderscheiden in strong ties, sterke banden met vrienden en naaste familie en in weak ties, verre familie en kennissen. Vooral de weak ties kunnen nuttig zijn in het verspreiden van politieke participatie.

[Volgende pagina >>>]